Is dit een terroristische organisatie?

De rechter doet vandaag uitspraak in de 'Haagse jihadzaak'. Het OM ziet de groep rondom Azzedine C. als criminele organisatie met terroristisch oogmerk en kwam met flinke strafeisen. Houden die stand?

Voor vaders en moeders van voor de jihad geronselde zonen, voornamelijk uit Den Haag en omgeving, wordt het vandaag een enerverende dag. Alweer enkele jaren geleden meldden zij zich ten einde raad bij de politie met een aangifte van de vermissing van hun kind. Het strafproces tegen tien personen - verdacht van (onder meer) ronselen en opruiing - begon met die aangifte en krijgt vandaag een einde middels de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Een voorlopig einde, want dit jihadproces zal ongetwijfeld doorlopen tot aan de Hoge Raad.

Het Context-dossier, zoals de vervolging van negen jonge mannen en een vrouw heet, is een uniek proces. De zaak kan hooguit vergeleken worden met de processen tegen de Hofstadgroep van meer dan vijf jaar geleden. Die groep telde zeven verdachten, het Context-dossier telt er tien. De belangrijkste verdenking in beide dossiers is lidmaatschap van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk.

De Hofstadgroep werd na een lange weg die liep via de Hoge Raad tot criminele organisatie bestempeld. De voornaamste verdachte uit die groep, Jason W., kreeg dertien jaar gevangenisstraf. Azzedine C., door het Openbaar Ministerie aangewezen als een van de leidende figuren in het Context-dossier, hoorde recent een strafeis van zeven jaar tegen zich formuleren.

De Context-verdachten verschillen op een belangrijk punt van hun voorgangers uit de Hofstadgroep. Bij de laatste groep werden teksten gevonden waarbij de democratie een 'leugenachtig kankergezwel' werd genoemd en Nederlanders zouden overal - in winkelcentra, bussen en treinen - doelwit worden voor jihadstrijders. De Hofstadgroep was een regelrechte bedreiging voor het Nederlands erf.

Maar Azzedine C. en zijn medeverdachten hebben zich niet op die manier uitgelaten. "Wee je geweten als je iemand in Nederland iets aandoet, omdat je broeders onderhevig zijn aan vernedering. Wij zouden zo'n daad nooit goedkeuren", sprak Azzedine C. in juni dit jaar voor de rechter. En "in alle bescheidenheid roep ik moslims op een constructieve bijdrage aan onze maatschappij te leveren". Politiek correcte kletspraat van een verdachte die alles uit de kast haalt om zichzelf te verdedigen? Kan. De rechter zal de zinsnede moeten wegen.

De uitspraak die de rechtbank Den Haag vandaag doet, kent een aanzienlijk ander decor dan de context waarin de vervolgde feiten zijn gepleegd. De aanslagen in Parijs, de speurtochten naar jihadisten in Brussel en de bijbehorende angst vormen nu het toneel. Maar dat is niet de achtergrond die de rechtbank in haar overwegingen mee mag nemen. Dat legt tegelijkertijd ook grote druk op de rechters om met een afgewogen oordeel te komen en een straf te bepalen die recht doet aan de feiten en geen antwoord is op de heersende stemming.

Het oordeel van rechtbankvoorzitter René Elkerbout en zijn collega-rechters betreft niet alleen het gedrag van de verdachten, maar impliciet ook van de aanpak van het Openbaar Ministerie.

Zo heeft het Openbaar Ministerie niet gewacht op een voltooid delict, nee, de uitreiziger die zich wenst aan te sluiten bij een strijdgroep wordt middels een strafrechtelijk onderzoek tegengehouden. Een redelijke verdenking van een uitreis is voldoende voor een directe ingreep door justitie. Datzelfde geldt voor het werven voor de gewapende strijd of het verspreiden van haatzaaiende teksten. Hoever je daarin kunt gaan, moet blijken uit de uitspraken van de meervoudige kamer van Elkerbout. De verdachten beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en het recht op het uiten van hun mening.

Onder advocaten van jihad-verdachten heerst de gedachte dat het strafrecht veel te snel wordt ingezet, omdat andere paden niet of niet uitputtend worden bewandeld. In die gedachtengang is een zaak die voor de rechter komt feitelijk het product van collectief falen of op zijn minst onmacht om een passend antwoord te vinden op radicaliserende jongeren. Ouders die de greep op hun kinderen verloren, moskeeën die de dialoog met jongeren niet voerden en wijkagenten en hulpverleners die niet tijdig aan de bel trokken. De jongeren kwamen daardoor terecht in een isolement en ontbeerden tegenspraak waardoor ze nog verder radicaliseerden.

Het Openbaar Ministerie heeft in deze zaak nadrukkelijk laten weten dat de verdachten niet om hun geloof, hoe orthodox ook, terechtstaan. Niet de islam staat terecht maar het handelen van verdachten. Dat het Openbaar Ministerie daar de nadruk op legt, geeft aan hoe gevoelig deze rechtszaak ligt. Het Context-dossier gaat over zoveel meer dan de mogelijke veroordeling van een groep verdachte mannen en een vrouw.

undefined

Voor 'spookverdachte' Soufiane Z. gaat het dossier nog niet dicht

Mocht hij nog in leven zijn, dan heeft de van terrorisme verdachte Soufiane Z. recht op een eerlijk proces. Zo lang niet duidelijk is of hij begin dit jaar is gesneuveld, wordt zijn proces daarom aangehouden in plaats van in zijn afwezigheid afgewikkeld. Over Z. zal de rechtbank vandaag dan ook niet oordelen.

De beslissing van de meervoudige kamer onder voorzitterschap van René Elkerbout is uniek in de Nederlandse rechtsgeschiedenis. Nog nooit eerder werd een zaak op de plank gelegd omdat ongewis is of de verdachte nog wel in leven is. Verdachten, ook al zijn ze niet traceerbaar, die niet komen opdagen, worden meestal bij verstek veroordeeld.

De rechters hadden eerder dit jaar duidelijk gemaakt geen trek te hebben in wat zij zelf noemden een 'spookproces'. Op 14 januari dit jaar hoorde de 27-jarige Z. uit Roermond dat hij door het Openbaar Ministerie zou worden vervolgd voor zijn deelname aan de gewapende strijd in Syrië. De waslijst aan delicten is lang en zou Z. bij bewezenverklaring zeker een meerjarige straf hebben opgeleverd.

Voor de eerste zitting op 19 februari kwamen er echter sterke aanwijzingen dat Z. was gesneuveld bij Kobani op de grens met Turkije. De bron van dat verhaal is zijn broer Anis Z. die in Syrië strijdt en tevens medeverdachte is in de omvangrijke jihadzaak. De rechtbank en zijn advocaat Bart Nooitgedagt vonden de aanwijzingen dermate sterk dat door de dood van Z. het Openbaar Ministerie geen recht meer had op vervolging. Het OM ging daartegen in beroep bij het Hof. Dat oordeelde dat Z. tot de levenden behoort zo lang niet meer bekend is, en dus vervolgd kan worden.

Mocht nooit meer iets van hem worden vernomen, dan kan na vijf jaar door de familie en het OM een zogeheten 'rechtsvermoeden van overlijden' worden aangevraagd. Er kan jaren overheengaan voor de rechter een dergelijke verklaring afgeeft. Zeker als het gaat om mensen die in oorlogsgebied opereerden. Op het slagveld is het lastig de identiteit van een dode vast te stellen.

De leider

Azzedine C.

Azzedine C. (33) is meer bekend onder zijn alias Abou Moussa. Hij wordt als de leider van de groep beschouwd. Hij zorgde voor de vergunning bij demonstraties en zou de initiator zijn van het opruien en haatzaaien.

Eis van het OM: zeven jaar cel.

De denker

Oussama C.

Met 19 jaar de jongste verdachte van de tien. Oussama, alias Abou Yazeed, wordt beschouwd als de 'jonge jihadprediker'. Hij is volgens het OM een van de ideologische motoren van de organisatie. Eis van het OM: vijf jaar cel.

De mediaman

Rudolph H.

Abou Said (26) is zijn alias. Het OM noemt de bekeerling de 'mediaman'. Hij zorgde voor de site De Ware Religie en runde een internetradiozender. H. studeert en leverde 600 pagina's ter verdediging in bij de rechter. Eis van het OM: zes jaar cel.

De uitreiziger

Jordi de J.

De 22-jarige bekeerling zat een tijd in een Syrisch trainingskamp, maar keerde terug. Hij zegt 'toezeggingen' voor een lagere straf of zelfs immuniteit te hebben in ruil voor informatie. Eis van het OM: drie jaar cel, een jaar voorwaardelijk.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden