Is de vrijheid van onderwijs nog wel van deze tijd?

In 2017 werd het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum gebouwd. Beeld ANP

In Nederland profiteren scholen van een bijzonder fenomeen: een verregaande vrijheid van onderwijs. Nu het islamitische Cornelius Haga Lyceum onder vuur ligt, laait de discussie hierover weer op. Is die vrijheid nog wel houdbaar?

Of je in Nederland nu een orthodox-joodse, islamitische of antroposofische school wilt oprichten, het kan allemaal. Hoe strenggelovig ook, volgens de wet mag iedereen een school beginnen als er genoeg belangstelling voor is en de kwaliteit op orde is. Is aan die voorwaarden voldaan, dan komt de overheid over de brug met financiering.

Dat Nederland zowel openbaar als religieus onderwijs financiert, is bijzonder in Europa. Deze vrijheid van onderwijs, die in 1917 is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, kwam tot stand na een strijd tussen protestanten en katholieken (de confessionelen) enerzijds, en de liberalen en socialisten anderzijds. “De schoolstrijd ging vooral over gelijke bekostiging”, zegt onderwijsjurist Sherida Jurg-Smith. “Het bijzonder onderwijs wilde net als het openbaar onderwijs bekostigd worden door de overheid.”

Partijen spraken af dat beide vormen geld krijgen van de overheid, maar verschillend worden georganiseerd. Nog altijd gaat het openbaar onderwijs van de overheid uit, terwijl het bijzonder onderwijs wordt geregeld door particuliere organisaties of individuen. Het openbaar onderwijs moet toegankelijk zijn voor iedereen, het bijzonder onderwijs mag leerlingen en leerkrachten selecteren. Op alle scholen houdt de overheid wel toezicht op de kwaliteit. 

Recent laait de kritiek op dit duale systeem weer op. Nu het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam onder vuur ligt, gaan er stemmen op om artikel 23 af te schaffen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarschuwde dat medewerkers van die school banden zouden hebben met een terreurorganisatie en er anti-democratische tendensen zijn. Dat krijg je ervan, stellen critici, als particuliere partijen vrij spel krijgen en de overheid zich aan de zijlijn plaatst.

Aan de haal

Tijd voor verandering, vindt VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, die onlangs in De Telegraaf zei dat zijn partij heilige huisjes moet durven aanpakken. “Te lang hebben we gezegd: hier heb je de vrijheid van onderwijs, hier heb je de vrijheid van godsdienst; doe er iets leuks mee. Als sommige lieden met die vrijheden aan de haal gaan, salafistische scholen opzetten, homo’s verketteren of vrouwen onderdrukken, dan moet je ingrijpen en onze vrijheden beschermen.”

Hij krijgt bijval van andere partijen. GroenLinks wil al jaren van het bijzonder onderwijs af en vindt overheidsgeld voor religieuze scholen niet meer van deze tijd. Ook Lodewijk Asscher (PvdA) zet vraagtekens bij de regeling. Hij maakt zich zorgen over de toegankelijkheid en wil ook bijzondere scholen verplichten om iedere leerling te accepteren, zodat de school meer een afspiegeling is van een wijk, in plaats van een cultuur of religie.

Ook burgers zijn kritisch. Een meerderheid (60 procent) is voor de afschaffing van onderwijs met een religieuze grondslag, bleek deze week uit onderzoek van ‘EenVandaag’ onder ruim 35.000 leden van zijn opiniepanel. Het is een slechte zaak, zegt 63 procent, dat de overheid dergelijke scholen subsidieert. Zij vinden dat ouders zelf in de buidel moeten tasten als zij per se willen dat hun kind religieus onderwijs krijgt.

Terechte kritiek, vindt Zeki Arslan, onderwijsspecialist op het gebied van etnische minderheden. “In Nederland zie je segregatie op drie lijnen: tussen kansarm en kansrijk, hoogopgeleid en laagopgeleid, etnisch en niet etnisch. Ik heb altijd stelling genomen tegen die moderne verzuiling. Bijzonder onderwijs werkt enorme segregatie in de hand. Bovendien kost het ons veel geld: zo’n 5 miljard euro per jaar.”

Niet van deze tijd

Ruim twee derde van de Nederlandse kinderen gaat naar een school met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag. Toch is afschaffen van artikel 23 is een goed idee, vindt Arslan. “Het was mooi, het was leuk, maar de samenleving verandert. We kunnen niet blijven leven zoals we hebben geleefd. Private opvattingen financieren met publieke middelen is niet meer van deze tijd.”

De vrijheid van onderwijs werkte goed om katholieken en protestanten te emanciperen, zegt hij. Maar de omslag van die baten kwam al in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen er een grote groep migranten naar Nederland kwam. “Voor de integratie van die groepen is bijzonder onderwijs niet goed.”

Daarmee bedoelt Arslan zeker niet dat religies geen waardevolle aspecten hebben of dat hij niet voor waarden-overdracht aan kinderen is, zegt hij. Maar die kan ook binnen het algemeen toegankelijk onderwijs. Onderwijs is een publieke taak en moet worden betaald van publiek geld, vindt Arslan. “Onderwijs is als lucht en water voor een kind. Dat leggen wij nu grotendeels in handen van particuliere stichtingen. Tegen hen zeggen we: gedraag je. Maar dat doen ze niet altijd.”

In 2003 laaide de discussie over de vrijheid van onderwijs ook al op, ook toen door de opkomst van islamitische scholen. Critici, als Ayaan Hirsi Ali en toenmalig onderwijswethouder in Amsterdam Rob Oudkerk, maakten zich zorgen over de integratie en vreesden dat kinderen op dit soort scholen niet genoeg in aanraking kwamen met de Nederlandse cultuur. In het parlement gingen stemmen op om artikel 23 af te schaffen, maar de Onderwijsraad vond dat de overheid ouders de vrijheid van schoolkeuze niet mag ontnemen.

Gevoelig punt

Morrelen aan die keuzevrijheid blijft een gevoelig punt, zegt Herman Philipse, die hoogleraar filosofie is aan de Universiteit Utrecht en zich regelmatig uitlaat over bijzonder onderwijs. Hij ziet een paar scenario’s om artikel 23 te hervormen. “De eerste is striktere controle van bijzondere scholen mogelijk maken. Die optie verdient aanbeveling. Als je radicaler bent, kun je overheidsfinanciering van religieuze scholen helemaal afschaffen en ook verbieden dat die met geld uit plekken zoals de Golfstaten ontstaan. Maar als dat lukt, raken een heleboel ouders van moslim-origine zeer gefrustreerd. Dat is een nadeel: dat de integratie kan verminderen.”

Zo ver wil hij zelf niet gaan, maar ook Philipse vindt dat de vrijheid van onderwijs zoals die in 1917 is geformuleerd een update kan gebruiken. “Het ging toen over protestanten en katholieken, religieuze stromingen die al lang in Nederland bestonden. Maar we zitten nu met veel migrantenkinderen die zo goed mogelijk moeten integreren. Als je die het recht geeft om op scholen te zitten waar ze juist niet integreren, werkt dat logischerwijs de integratie tegen.”

Ook heeft Philipse principiële bezwaren tegen religieus onderwijs, omdat religies geen betrouwbare kennis vertegenwoordigen. “Als je kinderen religieus indoctrineert en ze tegelijkertijd leert over betrouwbare methoden van waarheidsvinding, heb je een probleem. Scholen kunnen kinderen best religieuze diversiteit laten zien, maar leer ze dan ook dat er geen betrouwbare kenbronnen bestaan voor geloof in goden.”

Een zorgelijk punt is volgens onderwijsjurist Sherida Jurg-Smith dat er in de loop der jaren steeds meer initiatieven komen om bijzondere scholen op te zetten. “Van sommige is niet bekend waar de gelden vandaan komen en wat die scholen precies aan de leerlingen onderwijzen. Dubieuze bestuurders kunnen zonder al te veel belemmering een school stichten en een onveilige leeromgeving creëren.”

Ze vindt het zinnig om artikel 23 aan te passen en het moeilijker te maken om een bijzondere school op te richten. “Er moet vooraf onderzoek worden ingesteld naar de achtergrond van de bestuurders en bekwaamheidseisen worden gesteld aan de leerkrachten. Dit zeg ik op basis van ervaring. Het is lastig om achteraf een school te sluiten tenzij er sprake is van wanbeleid of als de onderwijskwaliteit niet deugt.”

De Onderwijsraad, een belangrijke adviseur van de regering, werkt aan een advies over de vrijheid van onderwijs dat later dit jaar verschijnt. Socioloog Iliass El Hadioui, verbonden aan de Vrije Universiteit en de Erasmus Universiteit, schrijft daaraan mee. Inhoudelijk kan hij er nog niets over zeggen.

Wel waarschuwt hij voor een te zwart-witte discussie. “Om me heen zie ik een opeenstapeling van misverstanden bij zowel voor- als tegenstanders. Het Cornelius Haga Lyceum is de meest extreme casus van het jaar, terwijl de meeste bijzondere scholen goed functioneren.”

Grootste boosdoener

Hij verwijst naar Frankrijk en Engeland, waar een strikte scheiding bestaat tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Daar bekostigt de overheid alleen openbare scholen en onttrekt de rest zich aan haar zicht. “Wij hebben één Haga, Engeland heeft er driehonderd”, zegt El Hadioui. “Er is daar geen kader om kwaliteit te toetsen. Dan heb ik liever het Nederlandse model.”

De grootste boosdoener voor segregatie en kansenongelijkheid is niet het bijzonder onderwijs, zegt hij, maar ons stelsel dat kinderen in hokjes plaatst. “Op tweejarige leeftijd selecteren we al kinderen door een achterstandsgroep naar de voorschool te sturen. Categorale scholen rukken op. Als je daar nuchter naar kijkt, is onze vroege selectie veel slechter voor de kansengelijkheid dan het bijzonder onderwijs.”

Meer dan 90 procent van de islamitische kinderen in Nederland gaat niet naar islamitische scholen, zegt El Hadioui, en maar een paar procent van de bijzondere scholen weigert soms een leerling. “Ik pleit voor een discussie met alle puzzelstukjes op tafel”, zegt hij. “Segregatie zal altijd blijven, met of zonder artikel 23. De echte discussie moet gaan over de vraag: hoeveel diversiteit aan scholen achten we wenselijk in Nederland?”

Lees ook:

‘De samenleving versplintert, perk daarom de vrijheid van onderwijs in’

Vrijheid van onderwijs: niet afschaffen, maar inperken, vindt historicus Carel Verhoef, auteur van het boek ‘Inperking vrijheid van onderwijs’. “Het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden moeten worden samengevoegd tot de gemengde school voor alle gezindten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden