Is de totale openbaarheid van internet goed voor de democratie?

Internet en democratie – die twee zijn onlosmakelijk verbonden. Al meer dan vijftien jaar zijn we er aan gewend geraakt hoe internet gewone burgers macht en invloed geeft. Het is zo vanzelfsprekend geworden om toegang te hebben tot alle soorten informatie, om die zelf te kunnen verspreiden, om je mening te kunnen geven. Dankzij internet kwam het ideaal van democratische transparantie dichterbij, precies zoals de enthousiaste pleitbezorgers van het nieuwe medium destijds voorspelden. En we kijken meewarig naar China, waar een dissident elf jaar gevangenisstraf kan krijgen omdat hij via internet voorstellen deed voor democratisering.

Internet is een zegen. Of was. Want opeens is daar de Australiër Julian Assange, met zijn anonieme website WikiLeaks en zijn zeer radicale opvattingen over de noodzaak van totale openbaarheid. Assange is begonnen om 250.000 Amerikaanse overheidsdocumenten op het net te zetten. Een deel ervan bevat onthullingen, maar het gaat Assange bewust om het geheel. WikiLeaks ziet het internet als de meest effectieve manier om overheden te controleren. Hoe meer overheidsinformatie er beschikbaar is, hoe beter gewone burgers zelf kunnen nagaan of de overheid haar macht wel goed gebruikt. De enige beperking die WikiLeaks zich oplegt, is dat publicatie geen personen in gevaar mag brengen.

Het klinkt allemaal heel idealistisch, maar zal radicale transparantie de wereld werkelijk democratischer maken? De eerste aarzeling zit al bij de ondertoon, van diep wantrouwen richting de overheid. Ik vond (op internet, uiteraard) het opiniestuk waarin Assange zich deze week verdedigde in de krant The Australian. De woorden klonken als een echo van menige politieke discussie in Nederland. „In het stadje waar ik opgroeide, zei iedereen wat hij dacht, en werd de overheid gewantrouwd; die moest je scherp in de gaten houden, anders misbruikte de overheid haar macht’. Let wel, Assange groeide op in een gezonde democratie. Opvallend is ook dat hij nergens spreekt over de rol van gekozen politici in het controleren van de overheid. Het is alsof die tussenlaag er niet meer toe doet. Er zijn alleen nog maar burgers (goed) versus de ’onderdrukkende overheden’ (slecht). En de burger heeft twee favoriete wapens: het vrije woord en de vrije informatie. Maar wordt de wereld zo echt leefbaarder en democratischer?

Mogelijk ben ik te negatief. Dankzij WikiLeaks weten we dat de VS grenzen overschrijdt in de strijd tegen het terrorisme. Ondertussen wensten Amerikaanse politici Assange de dood toe, en dumpte Mastercard WikiLeaks als klant. Dat zijn weer signalen dat het misschien niet zo gek is om via internet tegenmacht te creëren. En moet het Westen niet ook trots zijn op zijn openheid, ongeacht al de extra sores door WikiLeaks?

Vandaar mijn vraag: Is de totale openbaarheid van internet goed voor de democratie? Of zijn er ook grenzen, en waar liggen die?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden