Interview

Is de student tevreden? Dan doe je iets verkeerd

Gert Biesta: 'We hebben nauwelijks woorden om goed over de betekenis van onderwijs te praten.' Beeld Werry Crone

Als in het Amsterdamse Maagdenhuis studenten zitten die enkel op hun onderwijswenken bediend willen worden, luidt hun bezetting geen revolutie in. Die komt er pas met een volwassen discussie, zegt onderwijspedagoog Gert Biesta.

Onderwijs kan je twee dingen leren: je mond houden of je mond opentrekken. De bezetting van het Maagdenhuis laat zien dat het Nederlandse onderwijs in die zin een succes is, zegt onderwijspedagoog Gert Biesta: leerlingen durven op te komen voor hun rechten. Als je dat bij een leerling kunt bewerkstelligen heb je, volgens Biesta, die verbonden is aan de Londense Brunel University, als docent al veel bereikt.

Nog 'spannender' wordt het als geëmancipeerde burgers het aandurven om de randen van de wet op te zoeken. Zoals suffragettes zich destijds vastketenden aan hekken van overheidsgebouwen in hun strijd voor vrouwenkiesrecht, zo namen studenten in Amsterdam onlangs hun universiteitsgebouw in.

Rechters laten er geen misverstand over bestaan dat dit wettelijk niet toelaatbaar is. Maar wat als de wet niet meer uitdrukt wat de samenleving rechtvaardig acht? De suffragettes kregen hun gelijk en hun kiesrecht. Hun activisme zorgde voor een revolutie. Maar zal de geschiedenis ook zo oordelen over de bezetting van de universiteitsgebouwen door studenten?

Keuzevrijheid
Biesta: "Soms moet er flink gedrukt worden op instituties. De bestaande orde wordt dan even doorbroken. Maar dat betekent nog niet dat er meteen sprake is van een revolutie. Om dat te kunnen beoordelen, zijn de motieven van de studenten uiteindelijk doorslaggevend."

Volgens Biesta kan het de moderne student om twee dingen gaan. "Het eerste is dat de student vooral vrijheid wil, opgevat als keuzevrijheid. Zijn vraag om inspraak draait er dan om dat hij als een consument op zijn wenken bediend wil worden in vakken die hem interesseren. Als het de student hierom gaat, dan heeft dat niets te maken met een democratisch proces. Ik zou het eerder een neoliberale houding willen noemen."

Het alternatief, waarvoor Biesta wel veel begrip kan opbrengen, is de eis van een student om een debat te voeren over de 'eigenheid' van het onderwijs. "De Maagdenhuisbezetting wordt wat mij betreft pas interessant als studenten en universiteitsbestuur tot een volwassen discussie kunnen komen over de onderwijskundige taak van de universiteit."

Beeld anp

Volwassen discussie? Klinkt dat niet wat paternalistisch?
"Ik bedoel daarmee dat mensen in mijn ogen pas volwassen handelen als ze niet alleen kijken naar hun eigen belang, maar ook naar dat van anderen. Hoe oud je ook bent, je handelt pas volwassen als je al die belangen kunt meewegen en je je afvraagt of wat je zelf wenst ook wenselijk is, voor je eigen leven en dat van anderen op deze planeet. Studenten en het college van bestuur moeten dat voor ogen houden als ze praten over de taak van de universiteit."

Wat is die taak van een onderwijsinstelling volgens u?
"Ik zie een school of universiteit altijd als een oefenplaats voor die volwassenheid. Die vraag naar wat goed is voor jezelf, een ander en de wereld moet levend blijven dankzij een goede opleiding.

"Om de democratie te kunnen dienen, moet onderwijs naar mijn idee aandacht besteden aan drie dimensies. Natuurlijk moeten studenten er kennis en vaardigheden verwerven: zich kwalificeren. Maar ze moeten er ook gesocialiseerd worden en onderdeel worden van bepaalde tradities en praktijken. En bovendien moeten ze geëmancipeerde burgers worden die hun verantwoordelijk nemen.

"Ik noem dat subjectificatie. Wat een opleidingsinstelling niet moet doen, is afgaan op de tevredenheid van studenten. Je ziet dat daar vaak wel op gestuurd wordt. Maar de docent moet juist een buitenstaander zijn. Geef de studenten niet wat ze willen, maar wat ze zouden móeten willen. Als de leerlingen tevreden zijn, doe je iets verkeerd."

Zijn die drie taken zo verwaarloosd dat een opstand de enige manier is om de universiteit te veranderen?
"De nadruk is erg komen te liggen op kwalificaties: kennis en vaardigheden. Dat democratisering en socialisatie veel minder belangrijk zijn in het Nederlandse onderwijs, heeft ermee te maken dat we eigenlijk geen goede taal hebben om over die aspecten van onderwijs te praten. We kunnen het hebben over meetbare resultaten in PISA-ranglijstjes voor universiteiten en Citoscores en inspectierapporten voor scholen. Toch voelt iedereen aan dat het niet alleen daarom gaat op de universiteit.

"Tegelijkertijd zijn we op de universiteit in een ratrace beland die onhoudbaar is. We raken er uitgeput. In de jaren tachtig is de keuze gemaakt om mee te doen aan de ratrace om publicaties in gerenommeerde vakbladen en noteringen in internationale ranglijsten van topuniversiteiten.

"Nederland was er vroeg bij en bleek erg succesvol in die competitie. Maar inmiddels snappen veel meer universiteiten hoe de ratrace werkt, en verliest Nederland haar voorsprong. We moeten dus nog harder werken om voor te blijven. De enige oplossing om nog een machtsfactor te blijven in een globaliserende wereld, is een fusie met andere universiteiten. Maar die weg loopt op de lange termijn dood."

Kun je van universiteitsbestuurders vragen om een revolutionaire beweging te maken als ze moeten werken in een systeem van internationalisering en overheidsfinanciering?
"De optimist in mij zegt natuurlijk: ja. Een goede docent zal altijd zeggen dat iets ook anders kan. Maar universiteitsbestuurders moeten wel risico durven nemen. In Schotland zeggen politici dat ze die ranglijsten interessant vinden, maar dat Schotland eigenlijk met iets beters bezig is. Dat zelfbewustzijn en zelfvertrouwen moet je hebben. En dat is voor kleine instelling of land makkelijker dan voor een grote."

Heeft u in Londen iets gemerkt van een revolte tegen de cultuur op universiteiten?
"Ik geloof dat er op de London School of Economics wel een bezetting geweest is. Maar verder is er in Groot-Brittannië geen nationale discussie. Daar is de sfeer in het Britse onderwijs ook niet naar.

"Op universiteiten is het veel chaotischer, maar er bestaat ook meer intellectuele ruimte. Toen ik in 1999 begon in Exeter, zat ik te wachten tot iemand mij zou komen vertellen wat ik moest gaan doen. Die persoon is nooit gekomen.

"De hiërarchische structuren op de universiteiten zijn er minder sterk dan hier. Maar het lager en middelbaar onderwijs is veel strikter door de overheid gereguleerd dan het Nederlandse. De toetsen en de controle zijn er star en docenten hebben veel minder vrijheid.

Beeld ANP

"Het draait vooral om het verwerven van kennis. Er blijft daarom minder tijd over om leerlingen tot sociale en democratische burgers te maken.

"Een Duitser heeft weleens tegen mij gezegd dat wij in Nederland niet half weten hoe kindvriendelijk onze cultuur al eeuwenlang is. Leerlingen krijgen hier relatief veel ruimte. En ja, de mondigheid van de Amsterdamse studenten laat misschien wel het succes zien van die onderwijscultuur."

Hoe schat u het in: wordt de Maagdenhuisbezetting dé revolutie in het Nederlandse hoger onderwijs?
"Wat mij de grootste zorgen baart, is uiteindelijk het gebrek aan taal om de discussie te voeren over waartoe onderwijs zou moeten dienen. Onderwijs is in Nederland verworden tot termen als 'leren, trainen, coachen'.

"Leren is echt wat anders dan onderwijs krijgen. Het is individueler, het kan betrekking hebben op leren fietsen, geduld leren hebben of leren tellen. Terwijl onderwijs gaat over veel meer: het opdoen van kennis, maar ook over het worden van een volwassene met sociale vaardigheden. Iemand die geëmancipeerd is.

"Maar we hebben nauwelijks woorden om zo over onderwijs te praten. Ondertussen weten we wel wat er bedoeld wordt met 'human capital' en 'inzetbaarheid op de arbeidsmarkt'.

"Uit taalarmoede is de nadruk komen te liggen op meetbare resultaten: de Cito-score, de inspectielijstjes, de PISA- ranglijst.

"Voor mij is die taal uiteindelijk het fundamentele probleem in het onderwijs. Pas als dat discours rijker wordt, kunnen we het systeem echt doorbreken. "

Wie is Gert Biesta?

Gert Biesta begon als leraar natuurkunde. Vanuit het onderwijs verdiepte hij zich steeds meer in de pedagogie en de filosofie. In de jaren tachtig studeerde hij in beide studies cum laude af. Hij promoveerde in Leiden en ging 1999 werken aan de University of Exeter. Sinsdien werkt Biesta vooral in Groot-Brittannië, maar ook in Luxemburg. Hij beschouwt de onderlinge samenhang tussen onderwijs, democratie en burgerschap als zijn belangrijkste werkveld. Zijn boeken werden in zestien talen vertaald. En hij ontving talloze internationale onderscheidingen voor zijn werk. Sinds 1 januari is Biesta, die momenteel deeltijd hoogleraar is aan Brunel University in Londen, ook lid van de Nederlandse Onderwijsraad.

Onlangs kwam de Nederlandse vertaling uit van zijn boek 'Het prachtige risico van onderwijs'. Maandag 13 april houdt Biesta een lezing in De Balie in Amsterdam, in de reeks 'Mijn idee voor onderwijs'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden