Is de islam een belemmering voor economische groei?

© Thinkstock

De islam en economische voorspoed, gaat dat wel samen? Wie afgaat op de economische staat van islamitische landen, zal deze vraag met een overtuigend 'nee' beantwoorden. Maar het is niet de islam die de Arabische wereld gijzelt, het is de sharia, concludeert het Amerikaanse magazine City Journal.

De Franse schrijver en hoogleraar politieke wetenschappen Guy Sorman duikt in de geschiedenis van de islam en het kapitalisme en vindt in het begin van de twaalfde eeuw een keerpunt in de geschiedenis.

Contracten bleken lucratiever dan de bloedband
Moslims waren in die tijd welvarender dan Europeanen. De handel rond de Middellandse Zee was in handen van twee groepen kooplieden; één uit de Italiaanse stadsstaat Genua, de ander uit het islamitische Cairo.

De kooplieden uit Genua ontwikkelden banken, wisselbiljetten en vennootschappen wat hen in staat stelde met meer kapitaal risicovollere, maar ook rendabelere ondernemingen op te zetten. Deze nieuwe vindingen komen voort uit de Westerse cultuur, zo schreef de Israëlische hoogleraar economie aan Stanford University Avner Greif in zijn onderzoeken.

Mensen waren niet alleen met elkaar verbonden door bloedbanden, maar ook door contracten. De kooplieden uit Cairo mochten alleen zaken doen binnen hun eigen familie of stam, wat hun commerciële slagkracht enorm beperkte. Contracten bleken lucratiever dan de bloedband. De Genuezen wonnen de concurrentiestrijd. Voor Europa begon de bloeiperiode, voor de islamitische wereld de lange weg naar beneden.

Verspreiding van geld

Toch was het niet de Koran maar de sharia - de islamitische wetgeving - die de economische groei aan banden legde, concludeert de Turkse islamgeleerde aan Duke University Timur Kuran. In zijn publicaties schrijft Kuran over het islamitische partnerschap als belangrijke verplichting binnen de sharia-economie. Deze partnerschappen vielen binnen de familie, waren kleinschalig en niet opgewassen tegen de grotere en flexibelere vennootschappen van de Westerse wereld.

Kuran noemt als tweede hindernis het sharia-erfrecht. Rijke mannen met polygame huwelijken moesten na hun dood hun rijkdom in gelijke mate over alle vrouwen en kinderen verdelen. Een eerlijke regel, maar deze verspreiding van het geld zorgde ervoor dat niemand voldoende kapitaal bezat om economisch een vuist te maken.

Dat gebeurde wel in Europa, waar in diverse gebieden tot aan de negentiende eeuw het Romeinse erfrecht gold en al het geld toeviel aan de oudste zoon, zodat hij flink kon investeren in economisch rendabele ondernemingen.

Als derde factor noemt Kuran de waqf, de welzijnsorganisaties om de armen te helpen. Binnen de sharia is geld aan goede doelen vrijgesteld van belasting. Islamitische kooplieden zagen een buitenkansje en gebruikten deze waqfs als dekmantel voor commerciële activiteiten. Overheden zagen hun belastinginkomsten dramatisch dalen wat onder meer tot de ondergang leidde van de Arabische koninkrijken en het Ottomaanse Rijk.

Machtige imam en corrupte overheid
De sharia heeft zich tegenwoordig aangepast aan de moderne tijd. Vennootschappen zijn toegestaan en islamitisch bankieren verschilt nog weinig van de Westerse manier. Toch blijven islamitische economieën ver achter bij de Westerse. Waarom is er geen Arabische tijger zoals er in de jaren negentig wel Aziatische tijgers waren, vraagt Sorman zich af.

Hij geeft twee redenen. De eerste: religie. Om specifieker te zijn: de afvalligheidwet. Binnen de sharia staat op breken met de islam de doodstraf. Voor soennitische moslims is er geen centrale theologische autoriteit die bepaalt wanneer iemand afvallig is, zegt Sorman. Dat is aan de imam. "Deze bevoegdheid kan potentiële vernieuwers, inclusief de ondernemers, afschrikken iets te doen dat hen in de problemen kan brengen."

Tweede reden is de politieke situatie in de islamitische wereld. "In bijna elk Arabisch islamitisch land is een corrupte overheid de grootste vijand van ondernemerschap en de vrije markt. En de sterke, niet ter verantwoording te roepen en despotische regimes die de Arabische islamitische bevolking decennialang hebben onderworpen, danken noch hun oorsprong noch hun legitimiteit aan de islam.

"Zij zijn allen voortgekomen uit de dekolonisatiestrijd in de jaren 50 en 60 die, omdat de eerste kolonisten Europeanen waren, anti-Westerse en antikapitalistische sentimenten veroorzaakten in islamitische samenlevingen."

Arabische vriendjespolitiek
Toen de Arabieren streden voor hun vrijheid, was de Sovjet Unie nog een machtig blok. Arabische machthebbers voelden zich vooral aangesproken door één belangrijk onderdeel van de socialistische planeconomie; het confisqueren van privé-eigendommen. In een mum van tijd waren belangrijke economische pijlers in handen van militairen en bureaucraten.

Na de val van de Sovjet Unie gingen ook de markten in de Arabische wereld langzaam open, maar de 'tirannieke autoriteiten' bleven. En dat "resulteerde in de Arabische vriendjespolitiek, die nu de dominante economische richting in het Midden Oosten vormt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden