Fietsen en wandelen

Is Charleroi het nieuwe Berlijn?

Beeld Axel Pics

Wie Charleroi zegt, denkt vermoedelijk aan misdadiger Marc Dutroux, de teloorgang van de staalindustrie en werkloosheid. Maar er beweegt iets in Charleroi, sommigen spreken zelfs van het ‘nieuwe Berlijn’. Wie België doorkruist, moet de stad niet links laten liggen.

In de kapel van de basiliek van Charleroi staakt een vrouw van middelbare leeftijd haar gebed tot de heilige Christoffel als ze lucht krijgt van de stadsgids en de verslaggever die de kerk bekijken. “Waarom Charleroi?” En tegen de gids: “Wat is hier nou te zien.” Charleroi heeft geen erfgoed, vervolgt ze haar klaagzang. Dat industrieel erfgoed ook erfgoed is, lijkt haar te ontgaan. De berichten dat de stad een metamorfose ondergaat, vindt ze evenmin afdoende verklaring om naar de grootste stad van Wallonië af te reizen.

Praktisch

Per fiets naar Charleroi: Van het Drielandenpunt bij Vaals fiets je over voormalige spoorlijnen en jaagpaden langs de Samber naar de industrie van Charleroi (en door naar de Franse grens).

Lezen: Journalist Johan De Vos vroeg inwoners van Charleroi wat schoonheid voor hen betekent. Een mooi, soms romantisch inkijkje in het hart en het hoofd van de Carolo, waarbij je in de marge veel leert over de geschiedenis van de stad.

La Manufacture Urbaine is een lokale brouwerij annex koffiebranderij, eethuis en concertlocatie. Hier eet hip en jong Charleroi op zaterdagavond naast de pruttelende en reutelende tanks waarin bier wordt gebrouwen.

BPS22: Hedendaagse kunst in een glazen fabriekshal. In dit ‘Bâtiment Provincial Solvay’ leerden arbeiders vroeger hoe ze met industriële machines moesten werken.

Le Bois du Cazier: mijnmuseum ter nagedachtenis aan de grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis waarbij op 8 augustus 1956 262 mijnwerkers omkwamen. De gebouwen zijn prachtig opgeknapt en herbergen ook het glasmuseum en het museum voor de industrie.

Uitgaan: Rockerill. Voormalige staalfabriek van Cockerill, waar feesten en concerten worden georganiseerd. Van de lente tot de herfst op donderdagavond gratis feesten. Het enige dat er gelikt uitziet is hun website.

Strips: Charleroi is de hoofdstad van het Waalse stripverhaal. In de stad kom je beelden van Robbedoes, Kwabbernoot en Marsupilami (links) tegen.

Beeld Louman & Friso

Meer werklozen dan hoogopgeleiden

“Ze storten hun hart uit bij een wildvreemde”, grinnikt stadsgids Marie-Louise De Roeck later. Carolo’s – zoals de inwoners van Charleroi worden genoemd – staan erom bekend dat ze het hart op de tong hebben. Warme mensen, klagers ook. Nu hadden ze afgelopen decennia ook wel een en ander te klagen. De industriestad die rond 1900 bloeide, strompelt sinds de jaren zeventig van crisis naar crisis. De mijnen sloten, de staalindustrie werd gedecimeerd. Van de 250.000 inwoners die Charleroi ooit telde zijn er nog maar 200.000 over. De stad heeft meer werklozen (22 procent) dan hoogopgeleiden (15 procent). Daarbovenop kwam een rist corruptieschandalen. In 2005 werd het hele college van b. & w. opgepakt wegens fraude, de burgemeester en een wethouder kregen een celstraf.

Inmiddels waait er een andere wind door de stad. Paul Magnette, burgemeester sinds 2012 (en van 2014 tot 2017 tevens Waals minister-president), probeert het tij te keren met behulp van Waalse en Europese subsidies. De socialist wil middenklassegezinnen naar de stad lokken, meer banen en beter onderwijs.

Alleen al in de binnenstad is de afgelopen jaren voor vele miljoenen gesloopt en verbouwd. Dat is te zien in de buurt meteen tegenover het station, la Ville Basse, waar straten en pleinen opnieuw zijn aangelegd. Het gebied oogt opgeruimd en autoluw. Enkele grote hotelketens vestigden zich – elders misschien weinig opmerkelijk, voor Charleroi is het een nieuw soort luxe.

Beeld Leslie Artamonow

Nog geen Berlijn

Langs het water van de Samber openden enkele brasserieën en een bioscoop. Er moet een jachthaven komen voor pleziervaart tussen Rotterdam en Parijs. Het is nog geen Berlijn – je struikelt hier zeker niet over de hippe koffiebars of conceptstores – maar het is hier zelfs in de winter prettig toeven.

In het midden van la Ville Basse staat een uit de kluiten gewassen nieuw winkelcentrum, Rive Gauche. Daaromheen staan nog het type krotwoningen en

-winkels dat werd afgebroken voor het shoppingcenter. Twee torens van een voormalige staalfabriek naast het station gaan binnenkort tegen de vlakte om plaats te maken voor kantoren. Dat wil niet zeggen dat de industrie in Charleroi uit het straatbeeld is verdwenen. Staalfabriek Thy Marcinelle ronkt even verderop nog altijd, net als de ringweg die boven de binnenstad raast.

Historische winkelstraat

Na de opknapbeurt van la Ville Basse is het binnenkort de beurt aan la Ville Haute, het hoger gelegen deel van het centrum. Tussen die twee gaat de Rue de la Montagne letterlijk bergop. De historische winkelstraat staat voor 90 procent leeg. De art-nouveaugevels verkeren in staat van ontbinding. Een deel van de winkels is verhuisd naar Rive Gauche. Wat rest zijn een Zeeman, een Kruidvat, een (gedateerde) bruidswinkel en een winkel met telefoonhoesjes. Maar de stad heeft plannen met de straat, zegt gids De Roeck. Hier moeten studentenkamers komen. Sinds vorig jaar bieden de universiteiten van Luik, Brussel en Louvain-la-Neuve opleidingen aan in Charleroi. Dat moet de braindrain van slimme Carolo’s tegengaan.

Beeld Leslie Artamonow

De volgende dag is Nicolas Buissart van ‘Charleroi Adventure City Safari’, een alternatieve rondleiding door de stad, eerder sceptisch over de zogenaamde metamorfose van de stad. Studentenkamers in de Rue de la Montagne? Hij moet het nog zien. “De stad is niet eens eigenaar van die panden, hoe denken ze dat te gaan doen?”

Buissart (40), opgeleid als kunstenaar, heeft weinig op met het stadsbestuur. Ambtenaren zijn angsthazen is zijn terugkerende motto. Dat ze niet naar hem luisteren om te horen wat al die toeristen bij zijn safari komen zoeken, irriteert hem mateloos. “Ze vinden mij niet serieus. Maar deze stad is niet serieus; dit land ook niet. Ze vergaderen liever eindeloos over stadsontwikkeling met urbanisten uit Parijs, dan met mij.”

Romantische blik van de buitenstaander

Na de verkiezing van Charleroi tot lelijkste stad ter wereld in 2008 door lezers van de Volkskrant begon Buissart met zijn goedlopende safari’s. Hij voert groepen langs de vergane glorie van de stad: verpauperde winkelpanden, leegstaande fabrieken en een nooit gebruikt metrostation. Met de romantische blik van een buitenstaander zie je de schoonheid ervan, al is het deprimerend om te bedenken dat dit voor de Carolo’s gewoon de dagelijkse realiteit is.

Beeld Leslie Artamonow

Buissart voorziet de tussenstops half grappend, half serieus van commentaar. “Honderd jaar geleden waren we de rijkste stad ter wereld? Waar hebben ze dat geld gelaten? Wel, ik heb het uitgezocht: ze hebben alles opgedronken.” Hij is kritisch over de zogenaamde opwaardering van de binnenstad. “De verpaupering tegengaan? Een verrottingsstrategie zul je bedoelen. Eerst laten ze een investeerder een rijtje panden opkopen. Die laat ze verkrotten, de prijzen dalen in de hele buurt en dan presenteren ze een shoppingcenter als antwoord. Nu blinkt het maar over een paar jaar ziet het er vies en lelijk uit.”

Van het centrum wandelt hij onder de ringweg door, richting het kanaal. In ganzenpas dribbelen we langs de kade. Links kolkt de Samber, rechts staan doornstruiken waarin afval is blijven hangen: plastic zakjes, blikjes, een joystick. Aan de overkant prijken de stilgevallen reuzen van de staalindustrie indrukwekkend tegen de grijze wolken.

Beeld Charleroi tourisme Gina Santin

Koperdieven

Even later stuurt Buissart zijn kaki-kleurige bestelbusje over een weg met meer putten dan asfalt naar een verlaten industriegebied. Koperdieven zijn er druk bezig platen en kabels uit een verlaten fabriek in hun knalblauwe Volkswagenbus te laden.

Ramptoerisme, schreef De Morgen over zijn tour, tot verontwaardiging van Buissart. Daarmee doe je de Carolo’s tekort, zegt hij onderweg naar zijn vriend Enrico. Die blijkt een charmezanger van weleer; in de jaren tachtig scoorde hij enkele bescheiden hitjes. Hij neemt ons mee naar zijn piepkleine woonkamer die is volgestouwd met porseleinen engeltjes, ingelijste krantenartikelen en foto’s van een jongere Enrico. In het schemerdonker groeit uit een bloempot een pluchen bloem, enkele gekleurde gloeilampjes zorgen voor licht. Enrico pakt een microfoon, slaat zijn wilde zwarte manen over zijn schouders, knipt de muziekinstallatie aan en zingt vol overgave mee met zijn eigen hit ‘Le tour du monde en 45 tours’. “Oeh-la-la, oeh-la-la-la…” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden