Irrationele moedergodinnen

Iets over vrouwen. Of nee, laat ik daar m'n vingers maar niet aan branden, hachelijk onderwerp. Vrouwen zijn te divers om er iets algemeens over te kunnen zeggen. Ik heb er zo onderhand genoeg meegemaakt - als echtgenote, als liefjes, als vriendinnen - om zeker te weten dat ze evenzeer van elkaar verschillen als mannen van elkaar verschillen. En dat geldt ook voor de vier vrouwen die ik zelf heb voortgebracht, weliswaar bij elkaar gehouden door verwante genen, maar zo verschillend als dag en nacht: de een precies en hypercorrect, de ander zonder probleem levend in het vuil van derdewereldsteden. Enfin, niet vrouwén dus. Dan maar DE vrouw. Het clichébeeld van de vrouw. Varium et mutabile semper femina, beweerden de Romeinen: iets veranderlijks en wispelturig is de vrouw. De componist Verdi zei het hen na: La Donna è mobile. En in de tijd van het fin de siècle beschreven schrijvers de vrouw graag als een neurotisch, hysterisch wezen dat onbevredigd door het leven ging: Madame Flaubert, Effi Briest, Anna Karenina, Eline Vere. Daar herkende ik al niks meer van. Toen ik een schoolgaand jongetje was, werkte mijn moeder buitenshuis. Ik lees dat tot 1958 ambtenaressen en leraressen ontslagen werden als ze trouwden, omdat je volgens de machthebbers dezer aarde nu eenmaal niet tegelijk je werk en je echtgenoot kon dienen, maar daar heb ik niks van gemerkt, dat was vóór mijn bewuste leven. Ik ben opgegroeid met emanciperende en vervolgens geëmancipeerde vrouwen, die dus allemaal verschillend bleken te zijn.

Onlangs zag ik een reportage uit Rakka, de hoofdstad van Islamitische Staat, waarin een in het geniep filmende vrouw op straat door een voorbijganger werd berispt omdat haar burka of nikab te veel van haar gezicht liet zien: Allah houdt van bedekte vrouwen, zuster. Die Allah is onmiskenbaar vrijgezel. Hij wil geen verschillende vrouwen. Daar raakt hij van in de war. Net zoals overigens filosofen die zich makkelijk over DE vrouw uitspraken: Kant, Schopenhauer, Nietzsche, allemaal onwetende vrijgezellen. Hoe dan ook. Ik las deze week in mijn poëzieclubje, van voornamelijk vrouwen, een bekend gedicht van Hans Andreus uit 'De Sonnetten van de Kleine Waanzin', uit 1957: 'Vrouwen, die schrikgrage versierde dieren, / willen slechts één ding: alles van de liefde. (...) Zij willen niet aan het haarscherp verklaren, de lijn getrokken op te wit papier. (...) Zij moeten de aarde dag aan nacht baren.'

Vrouwen dus als intuïtieve, irrationele liefdeswezens, moedergodinnen, onbegrepen door de man. Wat een vreselijk prefeministisch, ongeëmancipeerd gedicht! Ik verwachtte als fellow traveller van de vrouwenbeweging wel dat mijn poëzielezeressen in een verontwaardigd 'boe' zouden uitbarsten, maar niets bleek minder waar. Ze begrepen het allemaal wel. Je moest het historisch lezen en misschien was er toch ook wel iets van waar. Daar stond ik, helemaal alleen op de bres voor de moderne vrouw, voor de Sylvia Tóths en Step Vaessens. Laat ik dus maar niks over vrouwen zeggen. Of over DE vrouw. Ik weet er helemaal niks van.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden