Ireen Wüst: 'Dat ik kan vliegen, dat is de fijnste droom'

"Dromen doe ik echt elke nacht, ik ben een typisch gevalletje van: wat ik overdag meemaak, daar droom ik 's nachts over. Hele simpele dingen: als ik overdag een vriendin heb zien langskomen op Facebook of zo, dan komt ze 's nachts in mijn droom ook even langs.

Ik moet er wel een beetje op letten. Ik zat een tijdje in de Verenigde Staten toen 'Dexter' heel populair was. Daar keek ik naar op tv, vlak voor ik ging slapen, en dan droomde ik altijd over die serie. Echt dat ik Dexter was en allemaal mensen ging vermoorden. Heel onrustig, dat kan ik beter niet doen. Realistisch is het niet, er klopt nooit een hout van. Soms droom ik dat ik kan vliegen; dat zijn de fijnste dromen.

Heel af en toe heb ik ook in mijn droom controle over wat ik droom. Als ik neerstort of er gebeurt iets anders vervelends, dan denk ik: 'Dit is maar een droom, dus ik kan ook vliegen.' En dan ga ik vliegen. Dat gebeurt niet vaak, maar het is natuurlijk erg prettig.

Als er een toernooi aankomt, droom ik veel vaker over schaatsen dan anders. Dat mijn schaatsen krom zijn, of dat ik veel te laat kom. Of dat ik maar rondjes blijf schaatsen, er komt geen eind aan. Heel stressvol is dat, in mijn droom dan, want als ik wakker word, draai ik me om en slaap weer door. Het is een verwerkingsproces zoals iedereen dat wel zal hebben, of je je dromen nu onthoudt of niet.

Als kind droomde ik ook veel. Heel realistisch soms: dat ik 's nachts mijn bed uit sneakte en over straat ging lopen. Als ik dan weer wakker was, vroeg ik me af of ik soms niet écht over straat had gelopen. Ik heb ook wel eens gedroomd dat de arm van mijn zus eraflag; toen ben ik 's nachts naar haar bed gegaan om te kijken of ze haar arm nog wel had. Ik was toen vier of vijf.

Met schaatsen ben ik pas begonnen toen ik elf jaar was, dus het was niet zo dat ik er mijn hele leven al van droomde om topschaatser te worden. Maar je had van die vriendinnenboekjes waar je in schreef, en daar schreef ik vaak in dat ik schaatskampioen wilde worden. Ik ben nu 27 en keihard aan het werk voor de Olympische Winterspelen van volgend jaar. Daar wil ik meerdere medailles halen. Over vier jaar kan ik er nog een keer bij zijn, in Korea. Dan ben ik 31 en verder kijk ik niet echt.

Natuurlijk weet ik dat daarna een ander leven aanbreekt. Ik heb ook wel bedacht wat voor studie ik wil gaan doen, ik wil psychomotorisch therapeut worden. Dat lijkt me heel mooi. En verder... ik hoop ooit kinderen te krijgen, en ik hoop natuurlijk dat ik ook in mijn leven na de topsport heel erg gelukkig blijf, maar dat is nu allemaal nog heel abstract en ver weg. Er is op het moment niets anders in mijn gedachten dan de Spelen van volgend jaar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden