Iran kan een gevaar zijn, maar dreigen helpt niet

In plaats van te dreigen met een luchtaanval, moet het Westen aansturen op een nieuwe strategische relatie met Iran.

Iran en de vijf leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland hebben de afgelopen maanden regelmatig aan de onderhandelingstafel gezeten. Ze spraken over het afbouwen van uraniumverrijking in ruil voor verlichting van sancties tegen Iran. Vaak leek het erop alsof de hoop vooral door de Iraniërs de grond in werd geboord. Klopt dat wel?

Een diplomatieke oplossing is tot nu toe uitgebleven. Maar dat valt vooral het Westen te verwijten. De westerse onderhandelaars miskennen de geopolitieke context waarbinnen Iran opereert. Bovendien gooien sommige landen roet in het eten door Iran te dreigen met een luchtaanval.

De roep om militair ingrijpen komt vooral uit het kamp van Israëlische en Amerikaanse hardliners. Volgens deze haviken wordt Iran bestuurd door mad mullahs: religieuze extremisten die er niet voor zullen terugdeinzen kernwapens in te zetten. Het Iraanse nucleaire programma vormt daarmee een existentiële bedreiging voor Israël, of zelfs de Golfstaten en Europa. Dat zou worden bevestigd door de zinspelingen van president Ahmadinejad op de vernietiging van Israël, de geheime ondergrondse verrijkingsinstallatie vlakbij de heilige stad Qom en vermeende Iraanse vertragingstechnieken aan de onderhandelingstafel.

Daartegenover staan veel analisten binnen de Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten en krijgsmachten die niet geloven dat Iran zo irrationeel en gevaarlijk is. Teheran zou geen kernwapenambities hebben. Maar als dat klopt, waarom is het beleid van Iran dan zo provocerend? Waarom schermt Iran bijvoorbeeld met de blokkade van de straat van Hormuz, een van de belangrijkste internationale olieslagaders?

De verklaring voor het buitenlands beleid van Iran ligt grotendeels besloten in een tegenstelling. Iran heeft grote regionale aspiraties die wortelen in zijn geopolitieke gewicht als erfgenaam van het machtige Perzische rijk, het machtsvacuüm in de regio, een explosief gegroeide bevolking en grote olie- en gasreserves. Maar deze ambities zijn tegelijkertijd in het gedrang gekomen. Door oorlogszuchtige taal uit de Verenigde Staten en Israël, sancties en een slinkende rij bondgenoten, is Iran zich steeds meer gaan profileren als een gevaar voor het Westen en zijn bondgenoten.

Iran is niet uit op zelfvernietiging. Teheran weet goed dat de internationale gemeenschap hard zal ingrijpen indien het dreigt met gebruik van een kernwapen, of overgaat tot een blokkade van de Straat van Hormuz. Alle dreigementen ten spijt zijn beide opties niet waarschijnlijk voor een regime dat vooral zijn regionale macht probeert te vergroten en in de eerste plaats zijn eigen voortbestaan wil veiligstellen.

Dat wil niet zeggen dat Iran volstrekt ongevaarlijk is. Vermoede steun aan terroristische organisaties en het Assad-regime in Syrië is een terechte zorg van het Westen. Bovendien kan Iran de wereldwijde olieprijs opdrijven door sektarisch geweld in de regio aan te wakkeren of (dreigen) de olietoevoer te verstoren.

Flirten met een luchtaanval werkt averechts. Het vergroot uitsluitend de vijandige houding van Teheran, waardoor een diplomatiek compromis nog verder weg is. Het Westen moet juist aansturen op een nieuwe strategische relatie die de regionale ambities en kopzorgen van het regime onderkent. Voor een bestendige oplossing zouden ook Irans buurlanden en regionale minderheden bij dit proces betrokken moeten worden. Blind achter de hardliners aanlopen vergroot alleen maar de kans dat Teheran zich laat verleiden tot irrationeel handelen en hun angst een self- fulfilling prophecy wordt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden