'Iran is een vrij land '

Victoria Koblenko

’Dear Victoria, Iran is a free country”, riep Sadiq uit de rij wachtenden voor de moskee. Het leek alsof de hele vrouwelijke bevolking was uitgelopen voor dit vrijdagavond gebed. Er stond een indrukwekkende rij feestelijke chadors buiten voor de ingang te wachten. Sadiq was de derde uit de rij die me aansprak. Het eerste meisje oefende op mij de essentiële ’what’s your name’ en ’ what’s your country’. De tweede dame sprong de straat op, toverde een extra chador uit haar tas en liet in gebarentaal blijken dat ik als niet-moslim mee naar binnen gesmokkeld zou kunnen worden als ik dat wilde. Ik bedankte voor de twijfelachtige eer om aan deze buitengewoon gastvrije, maar toch illegale onderneming deel te nemen en liep door met mijn lens in de aanslag. Zoveel chadors was zelfs in Iran een zeer zeldzaam straatbeeld en dit gegeven daagde me uit aan de ogen van deze vrouwen te raden welke oprecht gelovig waren en welke voor de vorm de chador over hun getailleerde outfits aan hadden gedaan. Na twee weken ben ik er goed in geworden het onderscheid te maken tussen ’ik gehoorzaam’ en ’ik doe alsof ik gehoorzaam’.

De meeste vrouwen hier behoren tot de laatste categorie. De ogen van Sadiq behoorden tot de eerste. Ze hakkelde van de zenuwen, maar haar Engels was beter dan dat van haar leeftijdgenoten. De souplesse waarmee ze zich door de beleefdheidsvragen manoeuvreerde suggereerde een andere intentie dan ’slechts’ nieuwsgierigheid. Ze had een missie. Het was bekeren of bekeerd worden tot vrijheid.

Ons gesprek zou een spel worden waarbij geen scheidsrechter kon bepalen wiens definitie de enige juiste was. De vraag was wie van ons aanvallend en wie verdedigend zou spelen. Ik hoefde Sadiq niet tot mijn waarheid te bekeren, maar het stond bij voorbaat vast is dat ik me in dit land tot niets (behalve misschien bluetooth-dating) door een vijftienjarige zou laten bekeren.

Actieve religieuze ’gastvrijheid’ is een bezienswaardigheid die ik graag oversla. Mijn gebrek aan geloof tot God vatte ze niet op als vrije keuze, maar als gebrek aan opvoeding door mijn ouders. Daarin was ik onvrij. Ze vroeg me uit over andere landen die ik naast Iran had bezocht en probeerde een vergelijking af te dwingen die significant in het voordeel van haar vaderland uit zou vallen. „Dear Victoria, what country is better than Iran?”

Ik antwoordde ’Elk land dat meer vrijheid tot keuze biedt‘. Sadiqs ogen keken me verraden aan. „But dear Victoria, don’t you LIKE wearing the veil?” (Hou je er niet van de sluier te dragen). Het feit dat Sadiq zelf vrijheid tot keuze aan de hoofddoek relateerde was mijn overwinning op haar puberbrein. Dit was een eigen doelpunt, maar dat erkende ze niet. Ik vertelde dat mijn vrijheid ondánks de hoofddoek gewaarborgd werd. Ik bedekte me uit respect voor hun cultuur. Sadiq deed dat omdat ze niet anders mocht. „Dear Victoria, Iran is a free country.” En daar had Sadiq op zich wel een beetje gelijk in. Ze was vrij om me te horen en ook vrij om niet naar me te luisteren. Onze ’wedstrijd’ eindigde in gelijkspel. Niemand raakte bekeerd. Sadiq wenste me succes bij de finale van het voetbal en ik wenste haar veel landen te bezoeken om hun definitie van vrijheid te vergelijken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden