Irakezen zijn eensgezind in hun verscheurdheid

Ze zijn tegen Saddam, maar of hun familie in Irak nu het meest gebaat is bij een oorlog? Irakezen in Nederland weten vaak zelf niet waar hun hart ligt. 's Avonds huilen ze om iets waarover ze 's ochtends nog een gat in de lucht sprongen.

Saddam zwaait met zijn zwaard, op CNN en niet op de Arabische nieuwszender Al-Jazeera, want Taha is verhuisd en woont nu in een Limburgs flatgebouw dat in de foute richting staat.

Een satellietantenne aan de voorgevel of op het balkon heeft daardoor geen zin en Taha is nog niet zo goed met zijn nieuwe bovenburen dat hij al een schotel op hun dak kan zetten. En daarom kijkt hij naar CNN. Taha is niet zijn echte naam, evenmin als de namen van andere personen, die in dit verhaal aan het woord komen, echt zijn.

Want daarover zijn de Iraakse voor- en tegenstanders van een oorlog het eens, hoezeer ze elkaar ook verketteren, als ze hun ware naam prijsgeven is dat gevaarlijk voor familie in Irak. Of, zoals Taha het uitdrukt: ,,Er zijn ook in Nederland mensen die rapporten schrijven voor de Iraakse geheime dienst''. Zijn zus in Frankrijk woonde met zo iemand op een flat. Op heterdaad betrapt heeft ze haar huisgenote niet, maar haar te nieuwsgierige vragen verrieden haar als een agente van Saddam.

Taha's echte verhaal begint als het gesprek geëindigd lijkt. Met smaak heeft hij verhaald over zijn vlucht naar Nederland en de egards waarmee corrupte Turkse officieren hem veilig op een vliegtuig naar Schiphol zetten, voorzien van een keurig Italiaans paspoort. Zijn vader heeft hem geleerd geld opzij te leggen voor nare verrassingen. Steekpenningen kunnen levensreddend zijn. Een jaar geleden verwenste hij de Nederlandse rechtlijnigheid, die hij normaal juist bewondert. De gemeente wilde hem en andere Irakezen op straat zetten, omdat volgens de regering Irak veilig genoeg was. ,,Was het hier nu maar even Irak'', peinsde hij toen. ,,Dan zou ik de zaak in een paar minuten met de wethouder hebben geregeld en zouden we allebei blij zijn geweest.''

Taha spioneerde voor de Koerdische regering en toen een tussenpersoon was opgepakt moest hij zich uit de voeten maken. Zijn vrouw en kinderen zitten nog in Irak, ondergedoken. Soms krijgt hij langs ingewikkelde lijnen iets over hen te horen. Zijn kinderen zijn al jaren niet naar school geweest. Taha zelf heeft de universiteit niet kunnen afmaken. ,,Ik had graag geleerde willen worden, natuurkunde interesseerde me, maar toen moest ik in dienst en dat heeft acht jaar geduurd''.

,,Die vredesdemonstranten begrijpen er niets van'', bromt hij bij het afscheid. ,,Ze kennen Saddam niet.'' Ineens zegt hij: ,,Ik heb eraan mee gedaan''. Met 'er' bedoelt hij de operatie Anfaal, in de jaren tachtig tegen de opstandige Koerden. Onder leiding van Saddams neef Ali Hasan Al-Madjied vernietigde het Iraakse leger vijfduizend Koerdische dorpen. Alle fruitbomen vergiftigden ze. Nog jaren later bleven de kale dode staketsels, die na de gifbehandeling overbleven, het landschap ontsieren. Mensen durfden ze niet als brandhout te gebruiken, bang dat er gassen zouden vrijkomen.

Massamoorden kostten misschien wel aan meer dan honderdduizend mensen het leven. Taha's rol bleef beperkt tot het platwalsen van huizen. In 1988 moest hij opnieuw naar het Koerdische gebied. De oorlog tegen Iran was voorbij, Saddam had daardoor de handen vrij tegen de Koerden.

Tot zijn stomme verbazing trof Taha aan het front een oude, Koerdische vriend. Destijds was hij tegelijk met hem opgeroepen, samen met nog een vriend moesten ze naar het Iraanse front. Dat wilden ze niet en dus besloten ze zichzelf in de voet te schieten. Hun vriend deed dat inderdaad maar belandde in de gevangenis omdat niemand geloofde in een ongeluk. Taha en de Koerd zagen toen van hun plannen af. De Koerd vertrok naar het Iraanse front en werd officier in het leger van Saddam, Taha hoefde niet tegen Iran te vechten en bleef korporaal.

Het werd geen prettig weerzien. Taha moest met zijn tank de artilleriestellingen beschermen. Toen bleek dat de afgevuurde granaten een chemische lading hadden barstten de korporaal en de Koerdische officier, die zijn eigen mensen moest beschieten, in huilen uit. Een paar dagen later kreeg Taha bevel 's nachts een dorp plat te schieten omdat er mensen met lantaarntjes waren gezien. Taha weigerde, zijn commandant riep een krijgsraad bijeen. Taha kende zijn lot. ,,Soldaten worden doodgeschoten'', legt hij uit. ,,Burgers worden geëxecuteerd.'' Over dat laatste wil hij niet uitweiden. ,,Het is te erg'', zegt hij met betraande ogen. ,,Ogen uitsteken, dat soort dingen.'' Hem kon het niets meer schelen, hij wist dat ze hem aan zijn tank zouden binden en neerknallen. Een hoge officier die hem kende, redde zijn leven.

Taha vertelt dit verhaal op de valreep, bijna in de deuropening. ,,Door mijn geloof ben ik geen schurk geworden'', zegt hij. ,,De kern is dat ik de schepping in bewaring heb gekregen en dat ik er zorgvuldig mee moet omgaan. Die boom daar mag ik niet vernielen. Maar andere mensen, die veel hebben meegemaakt, zijn vaak helemaal losgeslagen.''

Omar is tegen oorlog. Hij bromt omdat hij nogal onberaden documenten bij de IND heeft ondertekend. ,,Je advocaat krijgt het druk om dat weer recht te breien'', schampert zijn vriend Hoessein. Omar haalt zijn schouders op: ,,Ik dacht echt dat ik begreep wat er instond maar nou schijn ik te hebben gezegd dat ik vrijwillig naar Irak terugga. Absurd, vrijwillig terug nu er oorlog dreigt. Waar is de logica!'' ,,Je moet opletten voordat je een handtekening zet'', houdt Hoessein vol. Ook hij is tegen de oorlog.

,,Ik verafschuw Saddam'', zegt hij. ,,Maar ik ga vechten als Amerika Irak bezet.'' Voorstanders van oorlog noemt hij landverraders. Hij vindt het kwetsend dat ze hem een knecht van Saddam noemen. Windt hem niet de gedachte op dat hij straks misschien terug kan naar Bagdad zonder angst voor Saddam? Zouden de verwoestingen niet kunnen meevallen? Hij twijfelt, begint te dromen over een volksfeest. Met een herinnering uit de vorige oorlog, in 1991 over Koeweit, geeft hij aan hoe zijn gevoel gesplitst is in twee onverzoenlijke kampen: ,,Ik hoorde dat een brug was gebombardeerd. Ik had slechte herinneringen aan die brug, vanwege een controlepost. Ik sprong een gat in de lucht. Maar 's avonds heb ik gehuild, vanwege diezelfde brug. En toen de Amerikanen Bagdad naderden wilde ik een geweer. 'Wat is er met jou aan de hand?' vroegen vrienden. 'Ben je voor Saddam geworden?' Maar ik vertrouw de Amerikanen niet. Ze gaan een nieuwe Saddam aanstellen, een die doet wat zij zeggen. Voor ons verbetert er niets''.

De IND wilde van Omar weten of hij godsdienstig was. Hij slingert een ordner op het cafétafeltje, gevuld met gedichten en artikelen van zijn hand. ,,Ze moeten dit eens doorbladeren'', grinnikt hij. ,,Dan vinden ze de nodige godslasteringen. Wat een vraag trouwens.''

Hij vertaalt Nederlandse gedichten in het Arabisch en ook een boekje over de zeventiende-eeuwse Haagse arabist Jacob Golius. Tegen de IND heeft hij verteld dat hij zich als huisschilder wil vestigen. De ordner bevat, behalve gedichten en agnostische artikelen, ook aanvallen op de dictator in Bagdad. Toch is Omar tegen oorlog omdat ook hij niet gelooft dat die vrijheid zal brengen: ,,Kijk naar die conferentie in Londen van de Iraakse oppositie. Dat waren toch allemaal oplichters?''

,,Democratie is alleen mogelijk als er een natie is en die hebben we in Irak niet'', vervolgt hij. ,,De conferentie in Londen heeft de etnische en godsdienstige verschillen juist benadrukt. Iraakse intellectuelen hebben de mond vol over democratie. Maar ze geven geen inhoud aan dat begrip. Ze houden liever bespiegelingen over absurdisme of existentialisme of nihilisme, op symposia in vijfsterrenhotels.''

,,Ik vind het zo goedkoop, die oproepen tot oorlog'', zegt Zohra. Van de demonstratie in Amsterdam kreeg ze kippenvel van ontroering. Ze kan zich van haar Iraakse tijd weinig anders dan oorlog herinneren. Ze zat op de basisschool toen in 1980 de oorlog tegen Iran begon. 's Ochtends zongen ze vaderlandse liederen. Daarna las iemand oorlogscommuniqué's voor. Ook rekensommen stonden in het teken van het krijgsbedrijf en op de tekenles moesten ze tanks en geweren tekenen. Haar broer was oud genoeg om aan het front te sneuvelen.

Haat tegen oorlog wint het bij haar van de haat tegen Saddam, hoewel het verband tussen beide verschijnselen voor haar vaststaat. ,,Bah wat een vent!'' roept ze als ze vertelt over tv-programma's waarin Saddam portretten van zijn eigen persoon keurt. ,,Hij dwingt schilders die rotzooi te maken, om hun moreel te breken.''

Bij het begin van de oorlog van 1991 vluchtte hun gezin naar een dorp op honderden kilometers afstand van Bagdad. Ook daar waren ze niet veilig, het hele kerkhof was volgestouwd met raketten. Met het oor op de grond luisterde ze naar de bombardementen in Bagdad. Toen ze naar de hoofdstad terugkeerden verstopten ze zich in een met plastic afgedekte kamer. Haar vader was bang dat Saddam zijn eigen mensen met chemische wapens zou bestoken. Het is ook nu een van de doemscenario's van de Amerikanen, die bang zijn dat de dictator vervolgens hun de schuld zal geven.

Dominoënd en kaartend zocht Bagdad in die tijd verstrooiing. Vriendinnen van Zohra wilden een keer een avondje voor zichzelf, zonder mannen en kinderen, die naar de schuilkelder gingen. De vrouwen tartten het lot door thuis te blijven. Hun mannen en kinderen hebben ze niet levend teruggezien, door een precisiebom, die zich in de Amiriaschuilkelder boorde. De Amerikanen dachtten dat Saddam daar was. ,,Weet je wat het is om 43 dagen thuis te zitten, met op elk moment de kans dat er een bom op je dak valt?'' vraagt Zohra. ,,En toen hadden we nog reserve. Ik denk niet dat Irakezen nu nog een oorlog aankunnen. Ze zijn zo verzwakt.'' Driftig zoekt ze naar een foto om te laten zien hoe zij er zelf uitzag toen ze een jaar of wat geleden in Nederland aankwam. Ze vindt hem niet. ,,Ik was vel over been'', verzekert ze.

,,Ze denken dat tien miljoen Irakezen bij een oorlog acuut voedselhulp nodig hebben'', zegt ze. ,,Ik ben zo bang dat de Amerikanen na hun overwinningen hier en daar wat McDonald's zullen neerzetten, die de tv mag filmen om te laten zien hoe prachtig het gaat. En dat ze ons vervolgens totaal failliet aan ons lot zullen overlaten.''

,,Dat vind ik nou zo'n argument van niets'', zegt Tarik. ,,We hebben de op één na grootste oliereserve in de wereld. En we hebben een hoog opgeleide bevolking. We hebben geld en hersens. Natuurlijk redden we het.'' Tarik is apotheker. Hij komt uit het zuiden van Irak, deed mee aan de volksopstand na de oorlog om Koeweit en beleefde hoe Saddam de kans kreeg van de Amerikanen om de rebellie neer te slaan. Er vielen tienduizenden doden. Tarik wil er weinig over kwijt: ,,Het is te pijnlijk. Stel je voor dat je je broer ziet liggen op de grond, badend in het bloed, dan heb je een idee.'' Na de opstand ging hij door met guerrilla-activiteit, totdat het niet meer ging. Daarna week hij uit. Het argument als zou Saddam zijn buurlanden niet meer kunnen bedreigen veegt hij van tafel: ,,In 1988 wonnen we zogenaamd de oorlog tegen Iran. We waren kapot, we hadden een gigantische schuld. Ook toen leek het erop dat Irak niets meer kon maar het bezette twee jaar later Koeweit''.

Op tafel ligt een oppositiekrant die opent met de mededeling van Colin Powell dat er in Irak bij proeven met chemische wapens 1600 mensen zijn vermoord. Tarik laat dat onderwerp rusten. ,,Ook dat verhaal over olie, waar het Amerika om zou gaan, is onzin'', zegt hij. ,,De Amerikanen zitten in Saoedi-Arabië maar dat land verkoopt de olie voor dezelfde prijs als Iran. De Amerikanen krijgen geen korting.''

Zullen de Amerikanen de Irakezen niet opnieuw verraden, zoals bij de opstanden in 1991? Tarik: ,,Toen hadden ze andere strategische overwegingen. Ik vertrouw op wat Bush heeft gezegd. Hij wil van Irak een lichtende vlam maken, een voorbeeld voor zijn buurstaten. Europa hebben ze na 1945 toch ook gered met Marshallhulp? Ik heb in Nederland democratie leren waarderen. Die wil ik ook in Irak. Tot 1958 hadden we een grondwet en een parlement naar Brits model. Toen hebben ze de koning vermoord en is er alleen maar ellende geweest. Vier miljoen Irakezen zijn naar het buitenland gevlucht. Ook al vinden de inspecteurs niets, dan nog is er één verschrikkelijk vernietigingswapen in Irak, Saddam Hoessein. Zonder hem was Irak nu rijker geweest dan Saoedi-Arabië.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden