Iraanse Koerden dekmantel voor PKK?

Turkse vliegtuigen gooien bommen op Koerdische verzetsgroepen in Noord-Irak. De Turkse PKK geldt als eerste vijand, maar sinds kort ligt ook de Iraanse Pjak onder Turks vuur. Zijn dat twee verschillende groepen, zoals ze zelf zeggen, of is de Pjak een dekmantel van de PKK, zoals Ankara de wereld voorhoudt?

Diezelfde avond vallen de bommen rond het gastenverblijf van de Iraans-Koerdische verzetsbeweging in de bergen van Noord-Irak. De Turkse vliegtuigen die de Koerdische guerrillero’s bijna dagelijks vanuit de lucht in de gaten houden, laten hun lading vallen op de berghelling waar ’s middags veel activiteit is geweest.

Spionagevliegtuigjes moeten hebben waargenomen hoe een groep strijders is afgedaald naar het gastenverblijf, waar een journalist en een fotograaf op bezoek zijn. Beneden is het dorp Maradu leeg. De vijftien gezinnen zitten na eerdere aanvallen al veilig in een tentenkamp, maar boven vallen enkele doden, meldt de Koerdische verzetsbeweging Pjak.

Zo heeft een journalistiek bezoek aan de Pjak in de Noord-Iraakse bergen, op een zonnige dag in juni, grote gevolgen. De Iraans-Koerdische verzetsgroep ligt onder vuur; de Turken hebben de aanvallen die ze sinds februari uitvoeren op de Turks-Koerdische zuster PKK uitgebreid naar de streek waar Pjak actief is, in het oosten van de Noord-Iraakse Qandil-bergen. Dat is het gebied dat Iran ook al met katoesja-raketten bestookt.

Al geruime tijd is hier geen journalist geweest. De Koerdische Regionale Regering (KRG) in Noord-Irak weert de pers uit de gebieden waar guerrillastrijders opereren tegen Turkije en Iran. Officieel zijn de strijders lid van twee verschillende groepen: Pjak, dat in Iraans Koerdistan opereert, en de PKK, die zich op Turks Koerdistan richt. Maar de Turken menen dat Pjak simpelweg een frontje is van de verboden terreurgroep PKK, en dat de twee groepen één pot nat zijn.

„Pjak bestaat uit Koerden uit Iran, Irak, Syrië en Turkije”, benadrukt een Iraanse Koerd in de eerste ontvangsthalte op weg naar het gastenverblijf, waar contact wordt opgenomen met de leiding of het bezoek welkom is. Die bewering geldt wel voor de PKK, maar ook voor Pjak, dat toch als Iraanse groep te boek staat? De commandant vergroot de onduidelijkheid nog eens. „Pjak wil alleen Iran democratiseren. Turkije misbruikt ons, we zijn niet de vijand van de Turken.”

Hier in de bergen is de voorzichtigheid groot. Namen worden niet genoemd, foto’s mogen niet worden genomen. Bij de eigen veiligheidsdienst van de organisatie moeten mobieltjes worden afgegeven. Die kunnen immers makkelijk getraceerd worden. Overleg tussen de strijders verloopt via ouderwetse, krakende walkietalkies, waaraan grote, met plastic omwikkelde batterijen hangen. Het is hier vijf uur lopen naar de grens met Iran; auto’s hebben in deze ruige omgeving nauwelijks een functie.

Het gesprek gaat over het EK voetbal, dat de mannen hier met graagte volgen op het tv’tje binnen, op stroom van de eigen generator. Als er geen vliegtuigen overgaan en ze zich moeten verspreiden, tenminste.

Op weg naar boven, langs een stroompje, wordt de ernst daarvan duidelijk. Een hond ligt te slapen in een uitgegraven en half afgedekte kuil, duidelijk bedoeld om in te schuilen. Verderop is nog zo’n mangat. Toch maken de twee al wat oudere strijders die het gastenverblijf beheren een redelijk ontspannen indruk. Er wordt zoete, sterke thee geschonken. En in afwachting van de strijders die uit de bergen naar het gastenverblijf komen, is er rijst met groentesaus.

In de slaperige, met muggen gevulde middag vertellen de twee mannen, beide duidelijk ver in de vijftig, over hun leven. De Syrische en Turkse Koerd zijn respectievelijk al achttien en twintig jaar bij de PKK. „Veel van mijn kameraden zijn martelaar geworden”, zegt de een. Hij is nu te oud voor de strijd. Alleen als hij daarop aandringt, mag hij nog mee op de campagnes. „Maar het is ook niet nodig. Er zijn genoeg jongeren.”

Daardoor heeft hij alle tijd om de trainingen te volgen die de beweging organiseert. Over wereldpolitiek, de geschiedenis van de PKK, over haar doelen en wat vrijheid is, somt hij desgevraagd op. Steeds opnieuw valt de naam van de Turks-Koerdische organisatie. Maar we zijn hier toch bij Pjak? De twee mannen maken geen onderscheid tussen de groepen, zeggen ze. „Ons doel is democratie. We willen net als iedereen onze mensenrechten claimen.”

In de simpele ruimte waar de maaltijd op een sofra (een doek) op de grond wordt geserveerd, staan naast de televisie foto’s van Abdullah ücalan, de leider van de PKK die in Turkije gevangen zit. Er zijn PKK-vlaggen en portretten van kameraden die bij Turkse bombardementen zijn omgekomen. De mannen spreken geen Sorani, het Koerdische dialect van deze streek en het gebied vlak over de grens in Iran. Maar wel een Kermandji-dialect, zoals dat in Turkije wordt gesproken en in maar een klein deel van Iraans-Koerdistan.

Verrassend is het bezoek van Basjit Koelaki, die hijgend naar het gastenverblijf is geklommen. Hij komt lectuur halen, zegt hij. Deze Iraanse Koerd is lid van de Democratische Partij van Iran, een van de Iraanse oppositiegroepen die in Noord-Irak onderdak hebben gekregen. „Onze leiders niet, maar op het lagere niveau hebben we veel contact met Pjak”, zegt hij. „We hebben dezelfde idealen, al hebben wij geen guerrilla-activiteiten. Dat mogen we niet volgens de afspraken met de KRG. En als je nu in Iraans-Koerdistan kijkt, dan heeft Pjak daar de meeste invloed.” Hij vertrekt met boeken van en over ücalan (‘Leider en politiek’, ’Vrijheid voor de Koerden’) en biografieën van gesneuvelde PKK-strijders.

„We willen een front met andere Iraans-Koerdische partijen”, zegt Aso Huner, een van de leiders van Pjak, als hij een paar uur later van dit bezoek hoort. „We steunen ieder die democratie in Iran wil brengen, omwille van de Iraanse bevolking. Wij zijn de sterkste oppositie in Iran.”

Het lid van de leidende raad van Pjak is met een escorte van een man of zes (onder wie twee jonge, aantrekkelijke vrouwen die hun militaire kloffie hebben opgesierd met kleurige sjaaltjes) uit de bergen gekomen. Na de thee laat hij zich gewillig interviewen, met aan zijn zijde een van de vrouwen, een Turkse die in het Westen is opgegroeid. Ze lijkt de rol van verbindingsofficier te hebben en grijpt af en toe naar de walkietalkie. Ze is veel beter geïnformeerd dan haar baas. Is ze PKK? Is Pjak eigenlijk PKK? „We hebben geen organisatorische contacten met de PKK”, zegt Huner beslist. „Maar we delen wel dezelfde ideologie.”

Wat doet al die PKK-propaganda dan in het gastenverblijf? „We kunnen mensen niet verbieden voor hun mening uit te komen”, glimlacht Huner. „Apo (het koosnaampje voor ücalan, red.) is een Koerdische socioloog en leider. Hij is het symbool van de bevrijding van Koerdistan en een voorbeeld voor velen. Onze leider is Hadji Ahmed.” Maar het gebruik van ücalans koosnaam geeft te denken.

Ook de Amerikanen hebben inmiddels grote twijfels. Heel pragmatisch steunden zij Pjak in de strijd tegen de gezamenlijke vijand Iran, zo wordt aangenomen. Huner zit in zijn maag met de veranderde coalitie van de Amerikanen. Hij bevestigt dat Pjak-leider Hadji Ahmed naar de Verenigde Staten is geweest en daar contact heeft gelegd. „Ons doel is hetzelfde. We spreken niet over regime change, maar we willen verandering in Iran, democratie. Op dat niveau willen we samenwerken.”

Washington steunt verscheidene groepen die zich tegen de Iraanse regering verzetten, tot grote woede van Teheran. Pjak is in Iran actief met aanslagen op Iraanse overheidsfunctionarissen en -gebouwen. „Zelfverdediging”, noemt Huner dat. „We reageren als we worden aangevallen, we laten ons niet afslachten.”

Hier speelt het uitgangspunt dat de vijand van mijn vijand mijn vriend is – een bekend gegeven in het Midden-Oosten. Maar dat leidt ook tot verschuivende coalities. Want inmiddels voorzien diezelfde Amerikanen de Turken van satellietbeelden van de grensregio in hun strijd tegen de PKK, en hebben ze ook onbemande spionagevliegtuigjes geleverd. Die worden nu dus tegen de vroegere ’vriend’ Pjak ingezet.

Huners strijders hebben ze in hun eigen gebied waargenomen, en de bommen die zij hebben gevonden, zijn van Amerikaanse en Israëlische makelij. „We hopen dat het niet waar is, dat de Amerikanen de Turken niet van informatie over onze locaties voorzien”, zegt hij, duidelijk tegen beter weten in. „We weten dat de Amerikanen niet de juiste informatie hebben over Pjak.”

Tegen de Turken zullen de Amerikanen hebben verteld dat de PKK en Pjak een en dezelfde organisatie zijn. Huner ontkent dat, net als berichten dat de PKK inmiddels onder Koerden in Duitsland op naam van Pjak geld inzamelt voor de strijd.

Datzelfde vermoeden heeft Turkije in de armen van een andere vijand van zijn vijand gedreven: Iran. Huner verhaalt over een ontmoeting tussen Turkse en Iraanse generaals, begin juni, waarbij afspraken zijn gemaakt over informatie-uitwisseling en een gezamenlijke operatie tegen Pjak – die nu volop aan de gang is. En al sinds het voorjaar leiden Turkse officieren militairen op in Iran.

„Pjak heeft nooit actie gevoerd tegen Turkije”, zegt Huner daar verontwaardigd over. „Maar Turkije valt ons wel aan. En het mag daar het Iraanse luchtruim voor gebruiken.”

Bij een van die aanvallen op een mediacentrum van Pjak begin juni zijn meerdere doden gevallen. De strijders zijn door de Turkse aanvallen al maandenlang in voortdurende staat van paraatheid en verplaatsen zich doorlopend. Als er ’s nachts vliegtuigen overkomen, verspreiden ze zich, maar erop schieten doen ze niet. „Om kogels te sparen.”

Zijn ze nu Pjak of PKK? De fotograaf die met de strijders twee dagen de bergen intrekt, meldt dat die elkaar steeds vragen bij welke groep ze horen. Zelf maken ze het onderscheid dus wel. Maar het loopt door elkaar heen. PKK-strijders zijn door de bombardementen in hun gebied naar het oosten getrokken en verenigen zich daar met hun kameraden van Pjak. Want allen zijn Koerden die opkomen voor hun Koerdische ideaal. Hetzij een groot-Koerdistan, hetzij, zoals Huner steeds herhaalt, simpelweg azadi, vrijheid.

„We zoeken geen gevechten, maar vrede”, heeft de oudere PKK-strijder in het Pjak-gastenverblijf gezegd. „Het gaat om de bevrijding van de Koerden. Niet om een eigen staat, maar om de vrijheid van meningsuiting, onze politiek, ons denken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden