Reportage

Iraans verzet onder vuur in het 'veilige' buurland Irak

Iran Rasulzadeh met een van haar drie zoons. Ze verloor haar man bij de ­aanslag, boven hen hangt zijn portret als jonge man.  Beeld Judit Neurink
Iran Rasulzadeh met een van haar drie zoons. Ze verloor haar man bij de ­aanslag, boven hen hangt zijn portret als jonge man.Beeld Judit Neurink

Iraans-Koerdische verzetsgroepen worden in Irak bestookt door het Iraanse leger. Burgers worden niet ontzien.

Het gapende gat in het dak van het betonnen fort vertelt het verhaal. Hier landden vorige maand twee van de zeven langeafstandsraketten die Iran vanaf eigen grondgebied afvuurde op de Iraans-Koerdische verzetsgroep KDPI, over de grens in de Koerdische Regio van Irak. De leiders van de organisatie waren er in vergadering; er vielen zestien doden en veertig gewonden, onder wie burgers.

Muren worden weer opgebouwd en het herstel van de schade is in volle gang, maar in de ontvangstkamer in het fort mogen de schoenen tegen de gewoonte in aanblijven, want er kan nog glas in het tapijt zitten. Een bulldozer die brokstukken opruimt verstoort ook binnen de stilte. 

Het fort, uit de tijd van de Iraakse dictator Saddam Hussein, en het nabijgelegen kamp voor zo’n vijfhonderd families liggen zeventig kilometer van de grens met Iran. Maar door de ligging op de vlakte van Koya vormen ze toch een makkelijk doelwit voor de precisieaanval uit Iran, erkent de tweede man van de KDPI, Asso Hassanzadeh. “In de bergen beschermt de geografie je tenminste nog.”

De KDPI is een van het handjevol Iraans-Koerdische verzetsgroepen die al decennialang hun bases hebben in de Koerdische Regio van Irak. De organisatie strijdt voor een autonoom Koerdisch gebied in Iran (analoog aan de Koerdische regio in Irak) en is vanwege die inzet herhaaldelijk doelwit geweest van aanvallen en moordaanslagen door het Iraanse ­regime. In 1994 werd eenzelfde ­plenaire vergadering van de KDPI al eens aangevallen, en dagen na de recente aanval regende het raketten op haar peshmerga-strijders in de bergen dichterbij Iran.

Rouwkleding

Iran Rasulzadeh (45), die in zwarte rouwkleding op de vloer van haar lage, betonnen huisje in het familiekamp zit, zocht na de aanval wanhopig naar haar man. Mam Sharkawt was bewaker in het fort. “Hij was niet in het ziekenhuis,” zucht ze, haar ogen deppend. Uiteindelijk vond ze hem in het mortuarium.

De tweede man van de Iraans-Koerdische verzetsgroep KDPI, Asso Hassanzedeh, bij het verwoeste kantoor.  Beeld Judit Neurink
De tweede man van de Iraans-Koerdische verzetsgroep KDPI, Asso Hassanzedeh, bij het verwoeste kantoor.Beeld Judit Neurink

Als zestienjarige had hij zich bij de verzetsgroep aangesloten na opgepakt te zijn door de Iraanse autoriteiten. Toen Rasulzadeh met hem trouwde, vestigden ze zich bij de KDPI in de bergen over de grens in Irak. Vandaar verhuisden ze in de jaren negentig met de leiding naar Koya. Terug naar Iran kunnen ze niet. “Daar worden we opgehangen,” weet Rasulzadeh zeker. Vorige maand executeerde Teheran een aantal Koerdische activisten, en recent begon het Iraanse leger een operatie in de eigen Koerdische regio om opposanten op te pakken.

“We zijn erg bang dat het nog eens gebeurt,” zegt ze over de aanval. “Dit verdienen we niet. We dachten dat hier geen oorlog was, maar ze testen hun wapens op ons uit. We willen graag ergens anders naartoe.”

Amerikaanse druk

Volgens leider Hassanzadeh is het aantal Iraanse aanvallen de afgelopen maanden toegenomen. Deels doordat zijn groep volgens hem gewelddadig verzet heeft ingeruild voor werken met burgers. “Teheran is banger voor onze retoriek en onze steun aan de burgerbeweging dan voor onze wapens.” De banden zijn sterk, zegt hij: na de aanval werd in de Koerdische regio in Iran een algemene staking afgekondigd. 

Maar, zegt de KDPI-secretaris-­generaal Mustafa Mauludi, er is ook een verband met de toegenomen Amerikaanse druk op Teheran, sinds president Trump de nucleaire deal met Iran opzegde. Met een precisieaanval op Iraaks grondgebied “stuurt Iran Amerika een duidelijke boodschap: dat het de sterke man is in Irak”.  

De angst zit er goed in bij de Koerden, die geen officiële bescherming genieten van de Iraaks-Koerdische veiligheidspolitie. De Koerdische overheid veroordeelde de Iraanse aanval wel, maar riep de KDPI op haar grondgebied niet als uitvalsbasis voor aanvallen te gebruiken.

“Ik had niet verwacht dat dit ons in een vrij land zou overkomen”, zegt Iran Rasulzadeh in haar huiskamer, waar het middagmaal op een kleed op de grond wordt genuttigd. “De dood van mijn man is het gevolg van onze eis voor rechten, en het gebrek aan steun dat we hier krijgen.” Ze hoopt op hulp uit het Westen. “Wat kan ik anders, dan hopen dat iemand ons hoort?”

Meer verzetskampen gebombadeerd

De Iraanse Koerden zijn niet de enige buitenlanders die Iraaks-Koerdistan als uitvalsbasis voor hun strijd gebruiken: ook de Turks-Koerdische verzetsgroep PKK heeft kampen in de regio, en ook zij ligt al maanden onder vuur vanuit het moederland. Bijna dagelijks voert de Turkse luchtmacht bombardementen uit op ­dorpen in het gebied dat de PKK controleert in de Iraakse Qandil-bergen. Turkse militairen zijn kilometers diep Iraaks-Koerdisch gebied ­binnengedrongen, hebben dorpen bezet en zich daar verschanst. Duizenden dorpelingen zijn gevlucht. Zowel de Iraakse regering in Bagdad als de Koerdische in Erbil heeft de Turkse operaties veroordeeld, maar dat lijkt aan dovemansoren gericht.

Lees ook:

Trump knijpt Iran de keel dicht door het afsnijden van de olie-export

Door de harde taal van Trump komt Iran nog meer alleen te staan. Gevreesd wordt voor de gevolgen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden