Iraakse clans vragen regering wapens

(Novum/AP) - Clans in de Iraakse westelijke provincie Anbar hebben de regering in Bagdad en de buitenlandse coalitietroepen verzocht om moderne wapens, zodat zij beter in staat zijn de strijd aan te binden met de rebellen die de provincie en provinciehoofdstad Ramadi onveilig maken. Een vooraanstaande clanleider, sjeik Fassal al-Guood, heeft dit maandag gezegd.

Al-Guood zei dat de clans in totaal ongeveer twintigduizend man onder de wapenen kunnen brengen om Anbar en Ramadi van opstandelingen te zuiveren. Hij stelde dat de bevolking genoeg heeft van het criminele gedrag van de rebellen, die onder het mom van de islam hun misdaden begaan. Volgens Al-Guood is de situatie in Ramadi ondraaglijk, zijn de meeste gezinnen gevlucht en is de dienstverlening er erbarmelijk.

De tribale leiders kwamen vorige week bijeen om een Raad van Redding voor Anbar op te richten. Regeringswoordvoerder Ali al-Dabagh bevestigde dat clans in Anbar hebben verzocht om wapens, omdat de wapens die zij nu hebben niet evenwaardig zijn aan het moderne wapentuig van de opstandelingen. Een defensiewoordvoerder, Mohammed al-Askari, zei dat Iraakse veiligheidstroepen de afgelopen week met clanleiders hadden gesproken en hadden ingestemd met samenwerking.

Het is niet de eerste keer dat clans hebben gezegd dat zij de strijd zullen aanbinden met de opstandelingen, onder wie buitenlandse strijders die Anbar zijn binnengedrongen vanuit Syrië. In augustus woonden honderden Iraakse tribale leiders een conferentie bij in Bagdad, waarop een ,,pact van eer" werd gesloten om het nationale verzoeningsplan van de regering van premier Nouri al-Maliki te steunen.

Anbar bestaat voornamelijk uit een enorm woestijngebied, dat zich vanuit Bagdad in noordwestelijke en zuidwestelijke richting uitstrekt tot aan de grenzen van Syrië, Jordanië en Saudi-Arabië. De bevolking is deels georganiseerd via traditionele clanlijnen en stelt zich vanouds onafhankelijk op ten opzichte van Bagdad.

Eerder dit jaar, toen buitenlandse strijders Irakezen begonnen te vermoorden die verdacht werden van collaboratie met de Amerikanen of die overheidsfuncties bekleedden, verslechterden de betrekkingen tussen de lokale bevolking en de opstandelingen aanzienlijk. De onenigheid leidde tot een regelrechte scheuring na een golf van moorden en bomaanslagen die veel burgers het leven kostte. Een zelfmoordaanslag op 5 januari kostte afgelopen 5 januari 58 mensen, onder wie Amerikaanse militairen, het leven. Eind mei werd een vooraanstaande soennitische leider uit Anbar die actief was in de strijd tegen Al-Qaida, sjeik Osama al-Jadaan, in Bagdad vermoord.

Een Amerikaanse legerwoordvoerder, generaal-majoor William Caldwell, noemde de situatie in Anbar 'zeer ingewikkeld' en zei dat op vele manieren wordt getracht het geweld te bezweren. Caldwell voorspelde dat het lang, veel langer dan twee tot drie maanden, zal duren voordat de regio is gestabiliseerd.

Het geweld in Irak heeft sinds de installatie van de regering-Al-Maliki in mei dit jaar al ongeveer tienduizend mensen het leven gekost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden