IQ is leuk, motivatie belangrijker

Het versnelde vwo dat staatssecretaris Dekker onlangs opperde voor toptalent bestaat op het Pallas Athene College in Ede al. 'Een verademing.'

Wie wil straks de Nobelprijs winnen?" Meteen schieten alle handen van het scheikundeklasje de lucht in. De leerlingen van vwo-sprint aan het Pallas Athene College in Ede zijn slim, ambitieus en willen allemaal wel de prijs winnen die bij deze les over het atoommodel hoort. Ze doen het vwo niet in zes, maar in vijf jaar. Eigenlijk nog sneller, want in die tijd volgen ze ook nog lessen filosofie, doen projecten, of volgen colleges aan de universiteit.

Het versnelde vwo dat staatssecretaris Sander Dekker begin deze maand opperde voor toptalent bestaat op het Pallas Athene College al. Na tien jaar investeren en experimenteren doen dit jaar de eerste zeven leerlingen eindexamen in hun vijfde jaar.

Geen enkele andere school doet dit zo, want het is illegaal. Vwo hoort in zes jaar, zegt de wet. Een individuele leerling mag het wel in vijf jaar doen, een groep niet. Bij Pallas draait het juist om de groep. "Een verademing", vindt Nettie Alkema. "Mijn kinderen zijn nu eens niet de slimste van de klas." Ze heeft er drie in de sprint-vwo. "Kinderen die zo makkelijk en snel denken, plaatsen zichzelf al snel buiten een groep. Hier moeten ze samen nadenken, overleggen en afstemmen. Dat is lastig, want zij hebben allemaal het idee dat zíj 't het beste weten."

Massaal afhaken
Conrector Peter van Dijk zette met collega's 'de sprint' op, toen hij zag dat leerlingen die individueel sneller door het vwo gaan, onderweg massaal afhaakten. "Vooral de meiden. Het belangrijkste op die leeftijd is 'erbij horen'. Dat doe je niet als je in je eentje iets anders doet. Hier dagen ze elkaar uit."

Van Dijk hoeft niet te weten of de kinderen hoogbegaafd zijn. "Wij doen niks met IQ-testen. Nieuwsgierigheid is belangrijk. Soms moet ik heel slimme kinderen wegsturen omdat ze niet de juiste houding hebben. En andersom kunnen kinderen die 'gewoon slim' zijn toch meedoen. Ik wil zien dat hun ogen gaan glimmen, dat ze het leuk vinden. Ze moeten heel gemotiveerd zijn, want het is zwaar."

Een voldoende is niet zomaar verdiend. "Moeilijk moet", zegt Van Dijk, "want je kunt pas leren als je echt je best moet doen". De lessen zijn aangepast. Docenten geven de leerlingen direct het einddoel en ze zoeken zelf de weg erheen uit, al dan niet met de leraar als coach. 'Top-down' heet dat. Het is niet voor iedereen geschikt. "Dit hoort bij slimme kinderen," zegt Van Dijk, "hoe meer ruimte en uitdaging ze krijgen, hoe beter het voor ze is. Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. In vwo-4 ben je te laat. Dan hebben ze zich aangepast aan de middelmaat of hebben het opgegeven en zijn onderpresteerders geworden."

Tom Bakker (13) begon al vroeg met een aangepast lesprogramma, op de basisschool in de vorm van extra werk. Hij deed het met twee vingers in zijn neus. "Daar zat ik altijd op de gang. Met een meisje dat ik niet eens zo graag mocht. Niet echt leuk." Op het Pallas is hij 3 vwo'er (vergelijkbaar met de 4de) en heeft hij het gevoel dat hij hard moet werken. In zijn groep zijn drie uitvallers die het niet haalden en hij heeft geen zin om daarbij te horen. "Op school moet ik heel goed mijn best doen. Dan ben ik thuis in een kwartiertje klaar." Hij doet alle vier profielen tegelijk, want hij wil nog alle kanten op kunnen.

Dure grap
Marlieke Alkema (16) was vroeger nooit de slimste van de klas, maar doet het vijfde sprintjaar. De creativiteit op Pallas spreekt haar aan. "Vier uur per week trommelen, boetseren, dansen, met iedereen door elkaar, vmbo, havo en vwo, hartstikke leuk." Ze doet dit jaar eindexamen en stoomt dan door naar het hbo. Ze wil Creatieve Therapie gaan doen.

Pallas wilde aanvankelijk alleen een verkorte onderbouw aanbieden. Toen Marlieke doorstroomde naar het gewone vwo-4, was dat voor docent en leerling spannend. Zouden de kinderen het aankunnen? "We waren allemaal jonger. Ik was bang dat ze ons zouden buitensluiten, maar we werden moeiteloos geaccepteerd." Wat niemand had kunnen voorspellen, was dat de sprintkinderen zich ook moeiteloos aanpasten. Waar ze eerst energiek en mondig hun eigen koers uitzetten, planningen maakten en doorvroegen, zakten ze na enkele weken onderuit en deden hetzelfde als de rest van de klas. "Toen hebben we ook de bovenbouw versneld", zegt Van Dijk. "Een dure grap, want het lesmateriaal moet herschreven worden en ik kan voor sommige lessen maar een paar leerlingen inroosteren. Toch is het 't waard."

Het 'top-down' lesgeven blijkt ook uitdagend voor docenten. De conrector vroeg vrijwilligers voor het doceren en ontwikkelen van lesmateriaal. "Een heel zware klus. Letterlijk alles moeten docenten overzien en opnieuw indelen. En er is nauwelijks extra salaris voor. Maar ze vinden het geweldig om te doen. Ik hoorde 'eindelijk mogen we iets ontwikkelen waar we echt in geloven'."

Het versnelde vwo groeit verder, in nauwe samenwerking met leerlingen, docenten en ouders. De enige zorg is nog dat het niet mag als groep.

Leerlingen van vwo-sprint aan het Pallas Athene College in Ede zijn slim én ambitieus.

'Wat komt er van die Einstein-kinderen terecht?'
Staatssecretaris Sander Dekker (onderwijs) onderzoekt of een versneld vwo goed is voor het stimuleren van uitblinkers. In het voorjaar komt hij met een plan van aanpak voor toptalenten. "Onze beste leerlingen presteren onder de maat. Dat moet anders."

Hoe anders, daar zijn onderwijskundigen en wetenschappers nog niet uit. Wel dat het divers moet zijn en op maat gemaakt. Franz Mönks, emeritus hoogleraar en pionier in het begaafdheidsonderzoek, ziet hoogbegaafdheid als een potentieel dat op meerdere gebieden kan uitblinken. Ontwikkeling hangt af van de persoon, van wat er in het gezin en van wat er op school gebeurt.

Het gaat om een flinke groep leerlingen, zo'n één op de vijf tot zes op het vwo, rekent Piet Groenewegen, projectleider van de Begaafdheidsprofielscholen, "tenminste, als je aanhoudt dat 3-5 procent van de bevolking hoogbegaafd is". Hij is het eens met Dekker. "Nederland loopt achter. Het voortgezet onderwijs nog meer dan het basisonderwijs. Zonde. Slimme kinderen verdienen het om zich te ontwikkelen. De samenleving ook."

Michiel Westenberg, hoogleraar ontwikkelingspsychologie, vindt het versnelde vwo prima als het op zichzelf staat, maar ziet niets in een generieke aanpak. Hij is huiverig voor talentenklasjes. "Ik ben niet zo van dat onderscheid. Wat komt er van die Einsteinkinderen terecht? De maatschappij en het leven houden zoveel meer in dan uitblinken alleen. Dat dit een wezenlijk andere categorie kinderen is dan de rest, lijkt me onwaarschijnlijk."

De psycholoog waarschuwt voor het een tweedeling. "We plakken labels op onze toppertjes en onze lastpakken. Er dreigt nu een hele groep als middelmatig te worden weggezet en dat is niet juist. Hierin zitten ook excellente kinderen." Hij wil een prestatiementaliteit bevorderen. "Iedereen kan ergens echt goed in zijn."

De prestatieprofielscholen bieden een speciaal programma voor bollebozen en wisselen hierover hun kennis uit. Het Pallas Athene College in Ede is ook zo'n school. Groenewegen: "Ze verdienen het keurmerk met glans. Ze zijn uniek in hun aanpak, maken heldere keuzes. Daarmee komt talent echt tot z'n recht."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden