Inwisselbaarheid troef op Eurosonic

Of het publiek het eigenlijk wel een beetje leuk had gevonden, vroeg de zanger van de aanstormende synthband Honne beduusd aan het labelmeisje, na afloop van hun show op Eurosonic. Het is hard werken, als artiest, om op dat showcasefestival indruk te maken op het stugge industriepubliek. En nu was Honne nog een van de betere bands dit jaar, dat over de breedte genomen opvallend braaf en terughoudend was.

Van woensdag tot zaterdag was de binnenstad van Groningen speelterrein voor de Europese muziekindustrie: overdag confereren, netwerken en borrelen, 's avonds op zoek naar the next best thing in volgepakte speelkelders, rockzolders, popzaaltjes en feesttenten. Circa 350 acts prijkten op het bizar volgepropte blokkenschema, waarvan we een hoop het komend jaar gaan terugzien en horen. Na drie nachten Eurosonic weet je weer helemaal hoe de Europese popmuziek anno 2016 klinkt.

Heel Europa? Nou, het was toch vooral het Verenigd Koninkrijk dat een voortrekkersrol speelde - ondanks de focus van deze editie op Midden- en Oost-Europa. Europa ten oosten van de Elbe had nauwelijks wat in te brengen - Eurosonic kende weleens betere 'focuslanden', zoals popland IJsland dat vorig jaar meer en betere bandjes naar Groningen stuurde dan het voormalig Oostblok in zijn geheel. Nee, dit jaar moest Eurosonic het toch vooral hebben van het Britse radiogeluid.

Eurosonic klonk daardoor grotendeels naar wat programmeur Peter Sikkema voorafgaand aan het festival als 'singer/songwriter 2.0' omschreef: geen jongen of meisje met gitaar, maar eentje met laptop en synthesizers. Die synths hebben zich inmiddels overal een weg naartoe weten te banen, zelfs in de rammelende Finse grungepunk van Have You Ever Seen The Jane Fonda Aerobics VHS, de beste bandnaam van deze editie.

Maar waar die synths en computermuziek in theorie ongelimiteerde vrijheid zouden moeten bieden in het vinden van een eigen authentiek geluid, klonk het gros van de aankomende popsterren eenvormig, inwisselbaar en daarmee opvallend conservatief. Het genoemde Honne: prettige electropop, maar waarom exact datzelfde synthgeluidje gebruiken waardoor iedereen direct aan James Blake moet denken? De band Haelos, met een lekker loom, vol geluid, een goeie podiumpresentatie, en dankzij twee percussionisten nog iets van warmte in de doorgaans onderkoelde electropop, maar ook hier kwamen direct referenties als The XX en Jungle bovendrijven.

'Hebben we al eens gehoord' gold ook voor pianomeisje Frances, die geweldig zong, maar muzikaal betreft het midden hield tussen een onwennige versie van Adele en de hartzeerpop van James Bay. Blossoms, nog zo'n gehypet bandje waar voor aanvang een enorme rij stond, dankzij een vrolijke hitsingle - maar als een stel ongeïnspireerde zoutzakken op het podium stond.

Zo kunnen we doorgaan. Zeker, er viel genoeg te genieten, van de dromerige hypnotiserende gitaarklanken van het Utrechtse Amber Arcades bijvoorbeeld, of het ziedende doch catchy gitaargeweld van Black Honey, de zompige r&b-grooves van zangeres NAO, of de sterke zang van popster-in-spe Dua Lippa, die binnenkort heel grote zalen gaat vullen. Maar echte doorbraakconcerten, shows waar een dag later nog over wordt doorgepraat op een van de vele industrieborrels, ontbraken.

Dat terwijl er uit een van de bordjes bij de drukbezochte Bowie-tentoonstelling in het Groninger Museum een belangrijke les over popmuziek viel te trekken. Goeie, spannende popmuziek veegt zijn voeten met wat er een jaar eerder is gemaakt. Niet dit jaar: een groot deel van het Eurosonic-affiche besloeg volgers van al ingeslagen trends.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden