'Invloed hebben is niet gelijk aan gelijk krijgen'

Kars Veling. Foto: Werry Crone Beeld
Kars Veling. Foto: Werry Crone

Jongeren opvoeden in de beginselen van democratie en rechtsstaat begint op school. "Als we de kans niet benutten om in een beschermde omgeving de wereld te verkennen, zijn we heel stom bezig", vindt onderwijsman en oud-politicus Kars Veling. Hij is vanaf vandaag directeur van het Huis voor democratie en rechtsstaat.

De directie van een nieuw museum is er vaak eerder dan het museum zelf. Bij het Huis voor democratie en rechtsstaat aan de overzijde van het Binnenhof is dat andersom. Vandaag krijgt het Huis in de persoon van Kars Veling een directeur, maar vorig jaar trok het museum al 20.000 jonge bezoekers, dit jaar verwacht het 60.000 leerlingen en volgend jaar 100.000.

"Ja, het is een goed bewaard geheim dat we al volop bezig zijn", glimlacht Veling. "We sturen één keer per jaar een folder naar de scholen voor voortgezet onderwijs en moeten er een uitzendkracht voor aannemen om tegen de leraren te zeggen: sorry, dit jaar kunt u niet bij ons terecht."

Zitten jongeren van rond de vijftien te wachten op een lesje democratie en rechtsstaat?

"Als je een leuke omgeving creëert en jonge mensen interactief laat werken, dan is het niet moeilijk om ze te interesseren. Hier spelen jongeren democratie en rechtsstaat na, ze zijn politicus, minister, rechter, verdachte. Ze kruipen in een rol en merken aan den lijve wat de thema's betekenen. Dat vinden ze leuk en dan beklijft de informatie veel beter.

"Een bezoek aan ons wordt altijd gecombineerd met een bezoek aan de Tweede Kamer, daar kunnen ze zomaar een minister tegenkomen. Als je daar zo dichtbij zit, heb je goud in handen! Bovendien: jongeren volgen het nieuws. Aan de hand daarvan kun je laten zien hoe belangrijk die twee kernbegrippen zijn. Didactisch is het ook heel aardig om de leerlingen te vragen zich Nederland voor te stellen zonder rechter, zonder politie waarop je kunt vertrouwen, zonder vrijheid van meningsuiting. Dan wordt ze snel duidelijk dat al die bouwstenen erbij horen, dat het hele stelsel instort als je er eentje wegtrekt."

U werkt nu bij het Huis voor democratie en rechtsstaat, maar in de volksmond is de rechtsstaat nu al uit de naam verdwenen. Is dat een ernstig verlies, had rechtsstaat bij nader inzien in de naam beter vóór democratie kunnen komen?

"Aanvankelijk werd gesproken over een Huis voor de democratie, maar er is al snel gezegd: dat is te smal. Naast de Eerste en Tweede Kamer zijn ook de ministeries van binnenlandse zaken en justitie bij de opzet betrokken, vandaar de toevoeging 'voor de rechtsstaat'. Of het nou een lekkere naam is, is een andere vraag. Het bekt niet, maar inhoudelijk is het goed. In de ontwikkeling van Europa kwam de rechtsstaat voor de democratie, die vormde het sluitstuk. Wij hadden hier eerder een Grondwet dan algemeen kiesrecht. In de combinatie zit de kracht."

Nederland is al decennia een democratische rechtsstaat, je zou zeggen: die zit in de genen van ons land en van de mensen die er wonen. In hoeverre is het een teken van de tijd dat er nu een Huis voor nodig is om die concepten verankerd te krijgen in het bewustzijn?

"Het is niet zozeer een idee van nu, er wordt al vijftien jaar over gepraat. Ongetwijfeld heeft dit project nu wel de wind in de zeilen. Iedereen snapt dat de democratie er voor iedereen is en dat dat zo moet blijven. Maar we moeten niet in de fout vervallen te denken dat we het nu voor eens en altijd voor elkaar hebben, dat we er niet meer naar om hoeven kijken.

"De democratische rechtsstaat vergt onderhoud. Aandacht ervoor in het onderwijs is niet vanzelfsprekend, het Huis kan daaraan bijdragen. We moeten nieuwkomers in ons bestel introduceren en het Huis is ook bedoeld voor mensen die er wat verder vanaf staan, die wantrouwend staan tegenover instituties, die niet stemmen."

U was directielid van het Johan de Witt College in Den Haag, een multiculturele school met kinderen met meer dan 50 nationaliteiten. Wat heeft die omgeving u geleerd over democratie en rechtsstaat?

"Wij vragen altijd aan pas geïmmigreerde leerlingen een briefkaart te schrijven naar familie in hun land van herkomst en te vertellen hoe het hier in Nederland is. 'In Nederland heeft iedereen gelijk', schreef een meisje ooit. Dat was een fantastische karakterisering van ons land, maar ze bedoelde natuurlijk: 'In Nederland is iedereen gelijk'.

"Voor veel kinderen is het heel bijzonder dat iedereen hier dezelfde rechten heeft, dat discriminatie verboden is en dat je naar de rechter kunt stappen als je je benadeeld voelt. Maar ik heb ook gemerkt dat ons systeem voor nieuwkomers een ingewikkeld geheel is. Immigranten voelen zich hier te gast, ze accepteren democratie en vrijheid, want ze accepteren de mores van dit land. Ik vind dat te weinig. Ze moeten participeren, anders blijven democratie en vrijheid te ver van hen af staan.

"Dus moeten we de discussie zoeken, bijvoorbeeld op school. Neem het buitenlands beleid, Israël en de Palestijnen. Dat is een lastige kwestie, maar je kunt er wel wat van vinden. Besef tegelijkertijd dat invloed in het debat niet hetzelfde is als gelijk krijgen. Ook dat is democratie."

En de rechtsstaat, valt daar wat over te leren op school?

"Zeker, inclusiviteit is een kenmerk van de rechtsstaat en ook van een openbare school. Net als in de samenleving moeten mensen met verschillende achtergrond op school wat met elkaar. Daarom zijn er regels, is er een missie, een gevoel van verbinding. Voor een school betekent inclusiviteit: je hoort erbij. Je moet je thuisvoelen, het gevoel hebben dat de school ook jouw school is, je moet perspectief hebben, je mag er zijn, ook al heb je andere opvattingen. Je kunt leerlingen daarvan bewust maken bij conflicten. Al doe je iets fout, je bent één van ons.

"Essentieel voor de rechtsstaat is daarnaast eenduidigheid. Ook dat speelt op school. Niks is erger dan onhelderheid over wat er kan en wat niet, daardoor ontstaat willekeur. Op afspraken kun je terugvallen en dat snappen mensen. Op het Johan de Witt zijn geen belemmeringen voor meisjes om een hoofddoek te dragen. We gaan met de kinderen op werkweek. Daar wordt geen alcohol geschonken, maar meegaan is verplicht, voor jongens en meisjes. Het is een kwestie van vertrouwen tussen school en ouders: misschien doen we het niet zoals u het zou doen, maar u kunt er wel op vertrouwen dat we het zorgvuldig doen.

"We hadden discussie over een stagiaire die vrouwen een hand weigerde. Die wilden we niet. Ik wil ouders die vrouwen geen hand geven niet wegjagen, maar je kunt geen docent in school hebben die de moeder van een leerling geen hand geeft. Die uitstraling wil je niet hebben. Je kiest een lijn, daar zijn argumenten voor en tegen, maar je kiest wel een lijn. En als je vertrouwd wordt, begrijpen mensen dat.

"Vertrouwen is ook in de rechtsstaat de schakel tussen inclusiviteit en eenduidigheid, tussen erbij horen en grenzen stellen."

U was, voor uw overstap naar Den Haag, rector van het Greijdanus in Zwolle, een gereformeerd-vrijgemaakte school, wortelend in een traditie met strikte christelijke normen. Ziet u overeenkomsten tussen beide scholen?

"Ja, ook de ouders op het Greijdanus waren er soms bang voor dat we de wereld in huis haalden. We gingen met de kinderen naar theater, film, er stonden boeken in de bibliotheek waar zij bezwaar tegen hadden. Ik moest hen nogal eens uitleggen dat het de taak van de school is om ze daarmee in contact te brengen.

"Je kunt die taak verwaarlozen, alsof die wereld er niet is, alsof de wereld alleen vrijgemaakt is, maar dat is een illusie. Als we de kans niet benutten om in een beschermde omgeving de wereld te verkennen, zijn we heel stom bezig."

Op het Greijdanus zitten kinderen van ouders met vaak dezelfde religieuze en etnische achtergrond, het Johan de Witt is etnisch en religieus zeer divers. Biedt het Johan de Witt met zijn pluriforme samenstelling een betere voorbereiding op de pluriforme, multiculturele samenleving?

"Dat kun je niet zo zeggen, er zitten twee kanten aan. De school moet de talenten van de kinderen ontwikkelen, hun wereld groter maken en de verbinding tussen hun wortels en de samenleving leggen. In Zwolle konden we meer gezamenlijk bepalen hoe we vanuit onze traditie een verbinding maken met de grotere wereld. Je vindt het vertrouwen makkelijker, ook om de vraag te stellen wat het betekent om christen of moslim te zijn in deze wereld.

"De wereld van de islamitische kinderen uit de Haagse Schilderswijk van het Johan de Witt is net zo goed klein. Het verschil is dat daar het debat al in de klas plaatsvindt. Leerlingen vragen elkaar: hoe is dat bij jou? Daarvoor hoef je niemand van buiten de klas te halen. We hebben Poolse katholieke leerlingen, moslims, hindoes, wat betekent dat voor het participeren in Nederland?

"Als de gereformeerd vrijgemaakte school het slecht aanpakt, sluit die zichzelf op, bevestigt zich in het gelijk en blijft de wereld voor de kinderen klein. Ook in het openbaar onderwijs komt die verbinding met de wereld niet vanzelf. Je moet in het openbaar onderwijs niet doen alsof die verschillen er niet zijn, je moet ze juist benutten om het gesprek aan te gaan. Bij democratie hoort ook: het benoemen van verschillen.

"Voor veel moslims is het een eye opener dat je overtuigd moslim kunt zijn en met overtuiging een rol kunt spelen in de wereld. Ik heb in mijn leven ervaren dat je je eigenheid kunt bewaren, zelfs kunt koesteren en ontwikkelen, en toch je plek zoeken, waar je hart je brengt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden