Investeren in woningen op alle fronten

Beeld ANP XTRA

Bouwers doen een reeks aan aanbevelingen om meer huizen op de markt te krijgen.

Een tekort aan woningen, overvolle steden, steeds meer grijze huurders en kopers, miljoenen panden die van het gas af moeten. In het onlangs verschenen rapport 'Schaarse ruimte, slimme oplossingen' laat de werkgeversorganisatie VNO-NCW zich uit over het tackelen van deze woningmarktkwesties. Marktpartijen zijn al begonnen, maar redden zij het zonder het Rijk? Vier vragen.

Hoe los je het woningtekort op?

Twee jaar geleden beantwoordde het Economisch Instituut voor de Bouw die vraag met: flink bijbouwen. In de komende twintig jaar moeten er zo'n één miljoen woningen uit de grond gestampt worden. Maar dat stampen gaat momenteel niet van een leiden dakje. 

Jaarlijks blijven bouwers steken op zo'n 50.000 nieuwe woningen, terwijl er 80.000 nodig zijn. Schrijnend, vindt Maxime Verhagen, voorzitter van branchevereniging Bouwend Nederland. "Iedere dag dat je wacht, gaat het tekort omhoog. We moeten gisteren aan de slag."

Zijn oplossing: het vinden van meer bouwlocaties. Hij ging er de afgelopen maanden al over in gesprek met de voormalig minister van wonen, Stef Blok, en met enkele provincies. Bouwers en ontwikkelaars lopen er nu tegenaan dat gemeenten hun grond alleen tegen hoge prijzen van de hand doen.

 "Sommige hebben jaren geleden voor veel geld grond aangekocht. Toen kwam de crisis en konden ze die niet voor hetzelfde bedrag verkopen. Er zijn nogal wat gemeenten die denken: ik wacht wel totdat we weer zoveel geld voor die grond kunnen krijgen." Met als gevolg dat huur- en koopprijzen flink hoger worden, zegt Verhagen.

Die trend wordt in Noord-Holland, en dus ook in het oververhitte Amsterdam, binnenkort doorbroken. Bouwend Nederland sloot met de provincie een deal om een afhankelijke partij daar op zoek te laten gaan naar beschikbare bouwgrond. Maar dat is niet genoeg, zucht Verhagen. Er moeten meer provincies overstag, de samenwerking met gemeenten moet intensiever, soepeler, en het Rijk moet geld beschikbaar stellen voor onvoorziene kosten.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld ANP XTRA

Waar moet er gebouwd worden?

Als het aan Jan Fokkema, directeur van branchevereniging Neprom, ligt gebeurt dat vooral in de Randstad. Daar is de vraag het grootst, zegt hij. Van die miljoen bij te bouwen woningen komt bijna de helft dan ook in steden te staan, berekende Neprom. Maar als projectontwikkelaars nu besluiten om in een grote stad te bouwen, kan het tien tot vijftien jaar duren voor de huizen er staan, zegt Fokkema.

Bouwen in de stad betekent vaak bouwen op uitgestorven bedrijventerreinen of in voormalige havengebieden. Fokkema: "Soms moet je als projectontwikkelaar een bedrijf uitkopen. De grond kan vervuild zijn, de gemeente moet het bestemmingsplan wijzigen, omwonenden kunnen bezwaar maken, en als je pech hebt treedt er een nieuwe wethouder aan die alle bestaande plannen in de prullenbak gooit."

Bouwers hebben hun productie kunnen versnellen door alles tot in detail voor te bereiden. Hoe laat welke vrachtwagen met welk materiaal een bouwterrein mag oprijden, wordt maanden van tevoren gepland. Maar dat minutieuze plannen is een druppel op de gloeiende plaat, zegt Fokkema. Om echt vaart te maken stelde hij, samen met andere marktpartijen, gemeenten en maatschappelijke organisaties, een manifest op. 

Fokkema's hoop: over tien jaar staan er in de steden 300.000 nieuwe woningen en duurt het ontwikkelproces voortaan maximaal vijf jaar. "We gaan niet zitten wachten op het Rijk", zegt hij stellig. "Maar om te versnellen en de huizen betaalbaar te houden, hebben steden een paar honderd miljoen euro aan subsidie per jaar nodig."

Zijn er vanwege de vergrijzing vooral seniorenwoningen nodig?

Niet alleen maar, zegt Carola de Groot, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Er is volgens haar van alles wat nodig. "Recent onderzoek toont aan dat het aantal eenpersoonshuishoudens groeit, vooral onder 75-plussers. Maar die zijn erg honkvast en blijven vaak in hun koopwoning zitten. Slechts een klein percentage verhuist." De grootste uitdaging wat deze groep alleenstaande ouderen betreft, is het aanpassen van hun woning zodat ze er kunnen blijven wonen, zegt De Groot.

Met die uitdaging houdt Esther Jacobs zich namens ZZG Zorggroep al een kleine tien jaar bezig. Jacobs onderzoekt hoe ouderen met behulp van techniek langer zelfstandig kunnen blijven wonen. ZZG's nieuwste project heet 'leefstijlmonitoring': sensoren in een woning registreren de handelingen van een bewoner. Valt diegene of gaat hij vaker dan normaal naar het toilet, dan merken de zorgmedewerkers dat.

Dat is noodzakelijk, zegt Jacobs. Want de groep ouderen neemt toe, maar het aantal zorgmedewerkers groeit niet mee. "Meer zorgcollega's inzetten is economisch niet houdbaar."

Toch is het aantal ouderen dat gebruik maakt van deze technieken relatief klein. Omdat zorgpersoneel er geen ervaring mee heeft en omdat ouderen zelf vaak geen internet hebben en amper over computervaardigheden beschikken. "Een verbeterslag kunnen we pas maken als 65-plussers vaardiger worden met computers. Zo ontstaat de vraag naar techniek uit ouderen zelf."

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld hh

En dan moeten in 2050 ook nog alle woningen van het gas af. Maar hoe?

Naar de nieuwe woningen hebben we geen omkijken, zegt Folkert Linnemans, innovator bij Bouwgroep Dijkstra Draisma. "Met de huidige technieken zijn we in staat elk nieuw pand energieleverend te maken." 

De uitdaging zit hem in bestaande panden: zeker negentig procent is nog aangesloten op aardgas. En volgens Linnemans maakt de gemiddelde woningeigenaar geen vaart daar verandering in te brengen. Zonnepanelen schaft hij nog wel aan, maar zijn woning isoleren zodat die cv-ketel plaats kan maken voor een zogenoemde warmtepomp? Hij koopt liever een nieuwe keuken.

Ook de kosten spelen een rol, vult directeur Biense Dijkstra aan. Zijn bouwbedrijf steekt geld in de productie van zogenoemde isolatieschillen waarmee tochtige jarenvijftigwoningen worden 'ingepakt'. Met zo'n schil ontsnapt er nauwelijks warmte uit de woning en kan de cv-ketel plaatsmaken voor de warmtepomp. Kosten: maximaal 20.000 euro. "Particulieren denken vaak in verdientijd en in de gemiddeld tien jaar dat ze in zo'n woning zitten halen ze deze kosten er niet uit."

Ook woningcorporaties, die 2,3 miljoen woningen in bezit hebben, bewegen traag, zegt Dijkstra. "Als die volop van het gas af gaan, neemt de productie van isolatieschillen toe en kunnen de prijzen omlaag. Maar ook zij zijn soms huiverig voor de kosten." 

Echte vaart wordt er alleen gemaakt als gemeenten, netbeheerders en overheden besluiten wijken van de gasleiding los te koppelen. "Dan moeten corporaties, commerciële verhuurders en woningeigenaren wel na gaan denken over gasvrije woningen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden