Inuit en Crees strijden voor het behoud van hun leefstijl

We rijden op het stuwmeer af, even buiten Radisson. Hoe hoog onze grootste dijken zijn, wil Giles Saulnier weten. Er klinkt bijna iets van triomf in door. Vijftien, twintig meter, gokken we. Dan kan er alleen uit deze dijk al een meervoud worden gehaald, zegt de voorlichter van HydroQuebec, en het verbaast hem dat binnen in de Nederlandse dijken geen moderne seismografische apparatuur is aangebracht, zoals hier, die bij gevaarlijke druk kan waarschuwen.

"We have our dikewatch" , zeggen we, kriegelig over zoveel 'Amerikanisme' bij een Canadees die zichzelf uitsluitend Quebecois wenst te noemen, en liever nog Fransman.

Maar toegegeven, de dijk is indrukwekkend, net als de rest van het waterkrachtcomplex rondom La Grande Riviere in het westen van de Canadese staat Quebec. Achter de dijk een onafzienbaar stuwmeer, onder een dikke laag ijs, want het is min dertig graden Celsius, maar daaronder doet het water gewoon zijn werk. Het meer is slechts een schakel in het James Bay-complex, zo'n beetje Canada's grootste waterkrachtproject en Quebecs paradepaardje op energieterrein. Een constructie van twintig krachtcentrales met een totale capaciteit van bijna 28 000 megawatt - ter vergelijking: alle Nederlandse elektriciteitscentrales te zamen produceren ruim 15 000 megawatt. Uiteindelijk gaat het totaal geinundeerde gebied, inclusief de bestaande waterwegen, een oppervlakte beslaan van ruim 350 000 vierkante kilometer. Ongeveer de omvang van het huidige Duitsland.

We dalen per auto af, tot honderdtien meter onder de grond, naar het hart van de krachtcentrale La Grande 2. Zestien turbines draaien daar elk op een stoot water van een halve Rijn per seconde. Waterkracht. Vijfennegentig procent van alle electriciteit komt via waterkracht tot de 6,7 miljoen inwoners en de bedrijven. Hydro-Quebec, de staatsenergiemaatschappij van Quebec, is daarvan de producent en de verschaffer.

Waterkracht is Quebecs ruggegraat. En met zijn miljoen meren en rivieren ligt Quebecs 'witte steenkool' voor het oprapen, maar toch... "Quebec is een grote waterkrachtcentrale in de knop, en elke dag stromen miljoenen potentiele kilowatturen de heuvels af weg naar de zee. Wat een verspilling!" aldus Robert Bourassa, de premier van Quebec.

En dus moet het James Bay-project uitgroeien tot het grootste waterkrachtcomplex ter wereld. Indien tenminste het stroomgebied van de ruim 200 kilometer ten noorden van La Grande gelegen Great Whale-rivier erbij betrokken kan worden. En daar ligt het conflict.

"We vinden dat slechts de bevers het recht hadden om dammen te bouwen op ons grondgebied" , zegt de Grand Council van de 11 000 Cree-indianen al in 1971, want toen ging het nog om het La Grandeproject. En dammen en dijken zullen er komen, bij honderden, los nog van de omleidingen in de rivierstromen. Met die dammen en dijken komt ook het water en zo zullen traditionele jachtgebieden van de Cree-indianen onder water verdwijnen. Komt de kwikvergiftiging, zeggen de Crees, en met hen de Inuit - de 'Eskimo's' - en zelfs wordt al emotioneel en zwaar aangezet gerept van 'genocide', van volkerenmoord.

Nonsens, zegt Hydro-Quebec, de 'bouwer', die met koele cijfers het tegendeel tracht te bewijzen. Dat er van kwikvergiftiging geen sprake zal zijn. Dat de Crees en de Inuit er zelfs materieel op vooruit zullen gaan, vooral via de financiele compensaties dan. Maar het is niet eenvoudig de publieke opinie het beeld van gemangelde, uitgebuite en in hun way of life bedreigde Crees en Inuit te ontnemen. Feiten versus emoties.

De weerstand van met name de Crees is fel en zeer op die publieke opinie gericht. Ze hebben in hun zaak buiten de grens steun gevonden bij het Internationale Watertribunaal, dat zich deze week in de Amsterdamse Beurs van Berlage zal buigen over hun klacht tegen Hydro-Quebec en de Canadese dan wel de Quebecse overheid.

Verzet van de Crees was er trouwens al eerder, begin jaren zeventig tegen het La Grande-project. Die zaak verloren ze in 1973 echter voor de Canadese rechter, waarna in 1975 de zogeheten James Bay and Nothern Quebec Agreement werd getekend met Hydro-Quebec en de overheid. De Crees kregen een flinke schadevergoeding, 168 miljoen Canadese dollar (ruim 255 miljoen gulden) en ook de noordelijker vertoevende 6 000 Inuit werden met ruim 90 miljoen dollar navenant schadeloos gesteld. Blijkbaar hebben de Crees uit deze financieel niet onaantrekkelijke 'overwinningsnederlaag' lering getrokken, want alle registers worden opengetrokken om de geplande voorzetting van het James Bay-project in het Great Whale-complex tegen te houden. Er is een befaamd PR-bureau ingehuurd, dat slim inspeelt op de emoties rondom het conflict. Maar Hydro-Quebec heeft de handschoen opgenomen en is als enige der aangeklaagden ook fysiek aanwezig in Amsterdam om zich te verweren op het Watertribunaal, dat overigens geen juridische zeggenschap heeft, maar waarvan de uitspraak wel gevolgen heeft voor de publieke opinie in binnen- en buitenland. Daarom gaat Hydro-Quebec in het offensief, want, zegt Michel Yergeau, advocaat van Hydro-Quebec, "we zijn het spuugzat om geconfronteerd te worden met woorden als 'destructie' en 'genocide' " .

Maar een slagje hebben de Crees en de Inuit al gewonnen. Eind januari is een 'protocol' getekend door de Crees, de Inuit, Hydro-Quebec, Montreal en Ottawa, dat voorziet in hearings voor de betrokken bevolking, waarop alle klachten en wensen worden geinventariseerd als richtlijn voor Hydro-Quebec voordat ook maar een spade in de grond kan worden gezet voor het Great Whale-project.

De hoorzaal

Die maandagmiddag druppelen de Inuit de tot hoorzaal omgebouwde schoolbibliotheek binnen in de dorp Inukjuak, in het noordoosten aan de Hudson-baai. Buiten in de sneeuw en de min 40 graden een bonte verzameling snowmobiles, binnen in de garderobe de sneeuwlaarzen en de 'thermische' overkledij. Aan de wand in de zaal gedetailleerde landkaarten en een portret van de Britse koningin met prins Philip, naast een foto van een 'schattig' zeehondje.

Achter de tafel zit een gemengd gezelschap van federale en Quebecse deskundigen op milieu- en huisvestingsgebied. Er is ook een ploeg aanwezig van Hydro-Quebec, die op de allerprangenste vragen moet antwoord geven, en twee tolken die alles uit het Inuktituut, de taal der Inuit, in het Engels zullen vertalen. Voordat voorzitter Peter Jacobs de hearing inleidt, is het woord aan de elder, de dorpsoudste die in het Inuktituut een gebed uitspreekt. Discreet blijft de vertaling achterwege, het gebed is bedoeld voor de kleine 200 Inuit in de zaal.

Het is de eerste hearing van een tweedaagse sessie, en vandaag komen de ouderen aan het woord, zoals het betaamt. Veel emotionele vertellingen, over vroeger, toen men nog met de sledehonden erop uit trok, naar de visgebieden, of op zoek naar de kariboes, voor het vlees, of de bevers, voor de pelzen. De ouderen hebben zorg om de viswateren, wanneer Great Whale er zal komen. De verandering van de stroomgebieden in de Hudson-baai, de kwikvergiftging in de bassins achter de stuwdammen en dijken, waardoor het eten van de daar gevangen vis gevaarlijk wordt. En wat gebeurt er met de migratiepatronen van de dieren waarvan ze moeten leven? De kariboes bijvoorbeeld, zullen die niet wegtrekken, op zoek naar voedsel, en in het voorjaar de eenden? Laatst had een vrouw al een paar uitgemergelde kariboes gezien, die kwamen natuurlijk helemaal vanuit het zuiden, uit het gebied van het La Grande-complex. "Je kunt ze beter niet eten, ze zijn mager en ongezond."

Zorg, kortom, om land en dieren. The earth is an Indian thing, schreef de Amerikaanse auteur Kerouac, maar dat geldt ook voor de Inuit. Zorg ook om de Crees. Want hoewel de dreigingen voor Crees en Inuit uit dezelfde hoek komen, is hun relatie nou niet echt hartelijk. Tenslotte zijn de Crees verantwoordelijk voor de naam 'Eskimo', 'rauw-vleeseter'. Een scheldwoord in de ogen van de Inuit, deze naam betekent in alle eenvoud 'mens', ter onderscheid van die andere wezens, de dieren en de vissen.

Nieuwe jachtgebieden

Een oudere Inuit vreest dat bij aanleg van Great Whale de Crees bij warmer weer naar het noorden zullen trekken, op zoek naar nieuwe jachtgebieden, en dat ze dan op de Inuit-gronden komen om te jagen en vallen te zetten. En ze komen nog met helikopters ook, bang om over land te gaan, bang voor de muggen, zegt hij, en de zaal heeft pret. "Maar als ze komen, dan wordt het oorlog, terwijl Hydro-Quebec de winsten opstrijkt. "

"De grootste angst is die voor kwik" , zegt de volgende ochtend loco-burgemeester Joanassie Ningiuk. Daarbij komt dat in het Inuktituut het woord 'kwik' niet bestaat, de vertaling daarvoor is 'gif', daardoor krijgt zelfs de meest onschuldige dosis in het water al iets dodelijks. Hijzelf is ook mordicus tegen het Great Whale-project, juist ook ook door de verwachte verandering in de trek van de dieren en de vogels. "De dieren zijn geschapen om te eten, niet om ze te ruineren." Maar hij heeft er een hard hoofd in dat de tegenstand voldoende zal zijn. "We zijn maar een kleine minderheid in het grote Quebec" , zegt hij.

De tweede hearing is anders van toon. De jongeren komen aan het woord, goed onderlegd en goed voorbereid. Met cijfers, documenten en concrete vragen. Wat feller ook, zoals de jonge vrouw die met de vinger richting Hydro-Quebecploeg priemt. ,Alle electriciteit en alle winst van Hydro-Quebec is het leven van de dieren niet waard, en ook niet onze way of life." Zoals de jongeman die slechts een vraag heeft aan de vertegenwoordigers van Hydro-Quebec. "Wie denk je dat je bent?!"

Erg vrolijk zijn de Hydro-Quebec-vertegenwoordigers er niet van geworden. "Bijna elk verhaal is hetzelfde" , zegt Jean-Francois Rougerie, de bioloog en de milieudeskudige in de groep. En dan die emotionale argumenten, vooral waar het de kwik betreft. Daar kunnen geen cijfers tegenop, klaagt hij. Maar tenminste zijn de Inuit een stuk toegankelijker dan de Crees, vinden ze, die laatsten is het alleen maar te doen om er zoveel mogelijk geld uit te slepen.

Op het vliegveldje van La Grande is een balie van Air Creebec, de regionale luchtvaartmaatschappij van de Crees, die dank zij de compensatiemiljoenen van Hydro-Quebec en de Quebecse overheid is opgezet. 'Our people first', 'eigen volk eerst', is de slagzin, maar daar is Hydro-Quebec allang achter gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden