Intussen aan het thuisfront

De uitlevering van Slobodan Milosevic zou een toonbeeld van doorzichtigheid worden. Geen nachtvlucht naar Den Haag voor de van oorlogsmisdaden verdachte oud-president van Joegoslavië beloofde de Servische premier Zoran Djindjic nog maar kort geleden. Een vertrek in het volle daglicht zou Milosevic' deel zijn.

Het liep een beetje anders. Donderdag schortte het Joegoslavische Constitutionele Hof nog een decreet op dat samenwerking met het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag regelt. Maar enkele uren later vertrok onder dekking van de avond een helikopter van Belgrado naar Tuzla in Bosnië, gevolgd door een vlucht van een vliegtuig van Tuzla naar Den Haag. Aan boord: Slobodan Milosevic. Haast symbolisch knetterde er die nacht een zwaar onweer boven Servië.

De westerse wereld stond gisteren te juichen over zoveel doortastendheid, maar in weinig landen zou de gevolgde procedure genade hebben gevonden. De president van Joegoslavië, de rechtenprofessor Vojislav Kostunica, is woedend. De manier waarop de uitlevering van Milosevic is verlopen noemde hij in een televisietoespraak niet legaal en in strijd met de grondwet. De president refereerde zelfs aan de gewraakte methoden die Milosevic zelf hanteerde onder zijn bewind.

De bom is dus gebarsten in politiek Belgrado. En dat terwijl het allemaal zo mooi begon. Op 5 oktober vorig jaar nam Kostunica de macht van Milosevic over. Na de bestorming van het federale parlementsgebouw in Belgrado erkende de man die Joegoslavië en de omringende landen jarenlang in een wurggreep had gehouden de verkiezingen van september te hebben verloren. De Democratische Oppositie van Servië (DOS), met Kostunica als boegbeeld, nam de macht over.

De overwinningsfeesten waren nog niet voorbij of de oud-president bleek een blok aan het been van het nieuwe bewind. Het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag wilde hem hebben voor oorlogsmisdaden in Kosovo, en wel zo snel mogelijk. De westelijke landen steunden die eis. Het was het begin van de nog steeds voortdurende strijd tussen 's lands twee belangrijkste politici: Vojislav Kostunica en Zoran Djindjic, toch al niet zulke goede vrienden van elkaar.

Joegoslavië is een federatie van twee republieken: Servië en Montenegro. In Servië leidt Djindjic de regering, in Montenegro is de op afscheiding beluste Milo Djukanovic aan de macht. Djukanovic boycotte de laatste verkiezingen en is zodoende niet vertegenwoordigd in de regering van de federatie. De Socialistische Volkspartij (SNP) van Montenegro zit wel in die regering. De SNP wil het huidige Joegoslavië juist bij elkaar houden.

De SNP was de Montenegrijnse bondgenoot van Milosevic tijdens diens regime. Hun leider, Predrag Bulatovic, verzette zich de afgelopen weken dan ook sterk tegen de uitlevering van zijn vroegere politieke vriend. Keer op keer lagen de Montenegrijnen dwars bij de opstelling van een uitleveringswet. Die was nodig, zeiden politici van beide zijden, want de Joegoslavische wet staat de uitlevering van burgers aan een buitenlandse staat niet toe.

Uiteindelijk gebruikten de DOS-ministers in de federale regering een weinig democratische methode: zij vaardigden zonder steun van hun Montenegrijnse collegas een decreet uit. Milo-sevic' advocaten waren er als de kippen bij om dat aan te vechten bij het Constitutionele Hof, dat overigens volledig door de oud-president is samengesteld.

Het Hof schorste de werking van het decreet eerder deze week. Het zei meer tijd nodig te hebben voor bestudering ervan. Dus was het onmogelijk Milo-sevic uit te leveren, vond de jurist Kostunica. Maar Djindjic dacht daar anders over.

Milosevic werd op 1 april met veel bombarie gearresteerd. Dat was niet zonder reden: in hetzelfde weekeinde moest het Amerikaanse Congres beslissen over belangrijke financiële steun aan Joegoslavië.

Joegoslavische politici verzekerden dat Milosevic terecht zou staan in eigen land. De oud-president werd beschuldigd van machtsmisbruik en fraude. Premier Djindjic verklaarde zelfs dat Milosevic zich voor een Servische rechtbank zou moeten verantwoorden voor oorlogsmisdaden.

De internationale druk om tot uitlevering over te gaan werd steeds groter. Een donorconferentie voor de financiële hulpverlening aan Joegoslavië werd uitgesteld omdat Belgrado te weinig gedaan zou hebben om Milosevic in Den Haag te krijgen. Een nieuwe datum werd vastgesteld. Vóór 29 juni, gisteren, moest Joegoslavië een begin maken met de uitlevering van Milosevic, anders ging een deel van het hulpgeld aan de neus voorbije Joegoslavie, en zeker Servië, heeft de miljardensteun hard nodig na de jarenlange plundertocht van Milosevic en de zijnen.

Het was slikken of stikken en dus kwam het decreet op initiatief van Djindjic' vrienden in de federale regering tot stand, en dus zat Milosevic donderdagavond op het vliegtuig naar Nederland. Een juridische basis voor de uitlevering was niet meer nodig. Djindjic beriep zich op de Joegoslavische wet die alleen de uitlevering van onderdanen aan andere staten verbiedt. En aangezien het Joegoslavië-Tribunaal geen staat is, geldt de wet daar niet voor. Enkele maanden geleden dacht Djindjic daar nog totaal anders over.

De belangrijkste partijen in Joegoslavië staan nu lijnrecht tegenover elkaar: de Joegoslavië-gezinde Montenegrijnen tegenover de federale regering en Kostunica tegenover het grootste deel van de Democratische Oppositie van Servië.

Verschillende scenario's tekenen zich af. De Montenegrijnen verlaten de federale regering en zeggen hun parlementaire steun eraan op. Daarmee zal de regering haar meerderheid in het federale parlement verliezen en dat zal dan weer leiden tot nieuwe verkiezingen. De vraag is echter waarvoor. Voor een federatie die op instorten staat? Als die federatie het inderdaad begeeft, houdt Joegoslavië op te bestaan en dan moeten er in Montenegro en Servië afzonderlijk nieuwe parlementen worden gekozen. Het zijn dan immers twee aparte landen.

Het ziet er verder naar uit dat de DOS, de achttien partijen tellende coalitie die Joegoslavië verloste van Milosevic, haar eigen ondergang aan de voormalige president te danken zal hebben. De breuk tussen met name Kostunica en Djindjic na de uitlevering lijkt moeilijk te lijmen. De Servische premier Djindjic neemt een risico. Hij heeft dan wel het grootste deel van de DOS achter zich, maar Kostunica is als politicus veel po-pulairder dan hij. In opiniepeilingen overstijgt zijn populariteit zelfs die van Milosevic in zijn hoogtijdagen.

De vraag is of een splitsing van de DOS erg is. Nee, zeggen de meeste leden van de coalitie. Of, zoals een vertegenwoordiger van Kostunicas Democratische Partij van Servië al begin dit jaar verklaarde: de DOS is een kunstmatige coalitie. Het enige doel was Milosevic weg te krijgen. Dat is gelukt. Onze meningsverschillen zullen nu snel aan de oppervlakte komen en daarna zal de DOS uiteenvallen in drie of vier verschillende partijen. Dat is niet erg. Dan worden we eindelijk een echte democratie waarin burgers de keuze hebben tussen verschillende mogelijkheden.

Slobodan Milosevic zit nu in een Scheveningse cel. Daar kan hij zich afvragen waarom hij ooit het Akkoord van Dayton heeft ondertekend. Want daarmee velde hij zijn eigen vonnis. In Belgrado is intussen het gekrakeel losgebarsten. De oppositie die Milosevic in de verkiezingen wist te verslaan dreigt door de overdracht aan het Tribunaal in Den Haag uiteen te vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden