Intrigerend en aangrijpend Dale Duesing fenomenaal in Peter Schats 'Symposion' opera

Herhalingen: 2, 6, 9, 13, 16, 19 en 22 mei. De NOS-TV zendt de opera op 19 juni op Nederland 3 uit.

PETER VAN DER LINT

Een opera bovendien waarin niet een idee of een concept de boventoon voert, maar waarin pure, aangrijpende muziek de toeschouwers deelgenoot maakt van de hartstochten, angsten en twijfels die de personages op het toneel doormaken.

Hartstocht, angst en twijfel van met name Peter Tsjaikovski die fenomenaal gestalte kreeg (zowel fysiek als vocaal) in de Amerikaanse bariton Dale Duesing. Hij moest na afloop de eerste reactie van het publiek op zich af laten komen. Bij een wereldpremière een griezelige gebeurtenis, omdat zo'n eerste ontlading van een zaal behoorlijk negatief kan uitpakken. Duesing kreeg echter terecht een ovatie (de uitbundigste van de avond) en bekende achteraf dat hem dat voor het eerst sinds lang weer kippevel had bezorgd.

Peter Schat componeerde 'Symposion' geheel volgens het door hem zelf ontwikkelde systeem van de toonklok. De toonklok ligt ten grondslag aan, maar is geen doel op zich. Het systeem is een compositorisch hulpmiddel, dat Schat niet in een keurslijf dwingt, maar hem juist in staat stelt veelkleurige en meeslepende muziek te maken. Tekstdichter Gerrit Komrij liet zich wel een keurslijf aanmeten door een libretto te schrijven dat volledig dwingend van rijm is en archaïserend van woordkeus. Er zitten prachtig poëtische vondsten in zijn tekst, maar op veel plaatsen is het rijm te gezocht of te triviaal.

Overduidelijk in de partituur klinkt Schats liefde tot zijn onderwerp door. Een liefde die auditief wordt gemaakt in de ingenieus verweven citaatflarden van Tsjaikovski's zesde symfonie; enkele tellen zijn het maar in drie uren muziek, maar het effect is groot.

De partituur van 'Symposion' is een symfonische. Het orkest speelt een hoofdrol en op het eerste gehoor lijken de vocale lijnen minder interessant. In de muziek voor Vladimir/ Agathon en het koor is de muziek op zijn vocaalst. Dat was optimaal te horen in de vijfde scène waarin Tsjaikovski droomt over Agathons gastmaal. Het koor, waarvan de vrouwen zo uit 'La Vestale' leken te zijn weggelopen, en Agathon zongen hier waarlijk schitterende, tot de verbeelding sprekende muziek; een hoogtepunt in de opera.

In alle scènes waar Vladimir en Tsjaikovski samen op treden, klonk haast sensuele muziek die op den duur herkenbaar werd als een leidmotief, eigenlijk meer een leid-klank kennelijk veroorzaakt door het samengaan van het twaalfde en vierde uur uit Schats toonklok.

In onze op het verleden gerichte kunstappreciatie moet iets nieuws altijd op iets lijken dat er al is. Het geeft ons houvast, helpt ons een oordeel vellen. In Schats muziek doemen naast de Tsjaikovksi-flarden ook andere bedoelde of onbedoelde muziekgeesten op: de exotisch-sensuele Puccini van 'Turandot', de decadente Richard Strauss van 'Der Rosenkavalier', de bitterzoete Ravel van 'La Valse.

Op den duur werkt het symfonische weefsel echter een zekere verveling in de hand. Met name in de tweede akte is de muziek te weinig vocaaldramatisch om te blijven boeien.

Wilde rondedans De muziek werd in hoge mate tegengewerkt door de regie van Ian Strasfogel. Zijn naturalistische aanpak was in alles het tegengestelde van wat bijvoorbeeld Pierre Audi in zijn regies voor ogen staat. De uitbeelding van de hevig verontwaardigde tsarina en de wilde rondedans van Tsjaikovski in doodsstrijd, waren dieptepunten in de Amerikaanse aanpak van Strasfogel waarin zoveel mogelijk uitgebeeld moest worden. Bijzonder knullig waren enkele scène-overgangen. Voor sommige componeerde Schat muziek, voor andere niet. De regie van Strasfogel ging echter in alle gevallen door waardoor luidruchtige decorwisselingen stoorden en de dood van Tsjaikovksi in het water viel, in de hand gewerkt door de daar gesproken, niet gezongen tekst.

De overdaad aan regie was ook terug te vinden in het rijke decor van Floris Guntenaar en de zevenhondervijftig kostuums van Jorge Jara. Met verschillende draaitonelen werden prachtige effectieve scènewisselingen gerealiseerd, zoals de overgang van de eerste naar de tweede scène en die naar de negende in het Winterpaleis van de tsaar. De scène waarin Tsjaikovski opgebaard ligt, was echter teveel ikoon, rook teveel naar kaars- en wierookdamp om echt indruk te maken.

Hans Vonk leidde met autoriteit het Nederlands Philharmonisch Orkest dat zijn hoofdrol met grote inzet en verve vervulde, evenals het koor dat door Winfried Maczewski voorbeeldig was ingestudeerd. Zoals gezegd speelde Dale Duesing een fenomenale hoofdrol en zong hij de hele avond indrukwekkend èn verstaanbaar. Een openbaring waren ook de helder gezongen Vladimir/Agathon van tenor Thomas Randle en de welluidende Diotima van Mantinea van sopraan Ellen Schuring. In de overige rollen overtuigden Harry Peeters, Pieter van den Berg, Anna Maria Dur, René Claassen, Leonie Schoon, Hein Meens en Jan Derksen; allen Nederlanders!

'Symposion' is een opera die het verdient repertoire te houden. Met een intrigerend dramatisch gegeven en rijkgeschakeerde muziek is Schats vierde opera een aanwinst.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden