Intiem op afstand

'Een navelstreng van 5000 km mam!" Zulke intimiteiten stuurt mijn dochter de wereld in, via Facebook. Sinds ze in India zit zie ik haar, dankzij datzelfde Facebook, zowat elke dag.

Ik kijk naar haar, terwijl ze op een rots ligt bij een meertje in de voorlopers van de Himalaya. Ik zie door haar ogen Tibetaanse vlaggen hangen bij haar hotel. Ik zie haar in een kamer vol kleurige doeken, en vol mensen die ik geen van allen ken. Haar verslagen en hartekreten op Facebook nodigen uit tot warme reacties, merk ik ook bij haar vrienden. We lezen van elkaar hoezeer we haar missen. Nu kan iedereen lezen hoezeer ik op haar gesteld ben.

Moet dat nou? Iedereen weet wel dat we een sterke band hebben. Maar of dat nu de wereld in geslingerd moet worden. Bij het zien van twee geliefden in de stationshal, op mondhoogte samengesmolten, waaraan ik me enorm ergerde, schoot het door me heen dat al dat gekweel en gekwijl op Facebook misschien wel net zo irritant is.

Anderzijds zou het misschien ook wel weer gek zijn om op Facebook alleen naar haar foto's en berichten te kijken, zonder ook maar iets van mijn kant te laten horen.

Het blijft wennen, die intimiteiten in het openbaar. Of misschien zijn het geen intimiteiten, maar rituele uitingen van genegenheid. De reden dat ik op Facebook zit is uitsluitend om de foto's van mijn 5000 km verderop bivakkerende dochter te kunnen zien.

Ik vraag me af of we op deze manier contact zullen blijven houden, wanneer ze weer een stuk dichterbij is. Negentien is ze. Dezelfde leeftijd dat mijn jongste tante naar Londen vertrok, om er als au pair te gaan werken. Of ze naar Australië ging, zo ver vond ik het toen, als meisje. Diezelfde tante vertrok daarna naar West-Afrika, om er twee jaar als vrijwilliger te werken. Ik kan nog dat ellendige samengeknepen gevoel in mijn keel oproepen, toen ik als tienjarige afscheid van haar nam. Twee jaar naar Afrika. Alsof ze naar de maan ging.

Negen jaar later vertrok ik zelf per fiets naar Italië. Ik riep bij het wegrijden naar mijn ouders dat ik wel zou bellen als we gearriveerd waren, over een week of vier.

Nu volg ik mijn dochter op haar tochten in India. Via Skype kijken we elkaar recht in de ogen, we lachen naar elkaar. Het lijkt alsof ze dichterbij is dan de afgelopen zeven jaar, vreemd genoeg.

Is dat ook zo, of lijkt het maar zo? Ik leg de vraag voor aan een vriendin die acht maanden per jaar in het buitenland werkt en haar echtgenoot dus niet dagelijks ziet. Ze vertelt dat ze elkaar dan elke dag bellen. En dat hun gesprekken veel intiemer zijn en diepgaander dan de vier maanden dat ze thuis is. Ze zijn gestopt met zich af te vragen hoe dat kan. Het is zo. Afstand leidt tot nabijheid, of nodigt daartoe uit, kennelijk.

Ik werp een laatste blik op Facebook, benieuwd of er nieuwe Himalaya-foto's zijn. De laatste foto is van een jonge vrouw met een tatoeage hoog op haar rug. Er zit een rode vlek omheen. 'Sorry mom and dad', schrijft ze. Ik berisp haar. En iedereen kan dat lezen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden