Intiem geluk volgens Blommers In oliepak gehulde visser kust zijn kind ten afscheid beeldende kunst

T/m 25 sept. in het Katwijks Museum, Voorstraat 46 in Katwijk, di-za 10-12 uur en 14-17 uur. Cat. met tekst van Tiny de Liefde-van Brakel, F 35.

De schilders in de 19de eeuw en begin 20ste eeuw kwamen af op datgene wat sinds lang is verdwenen: het pittoreske en onbedorvene van een vissersplaats. Naast schilders als Jozef Israels, Jan Toorp en Max Liebermann, liep ook B. J. Blommers er rond. Aan deze schilder wijdt het Katwijks Museum een grote zomertentoonstelling.

Bernardus Blommers (1845-1914) was geen schilder van formaat. Hij geniet enige faam vanwege zijn deelname aan het Haagse Panorama Mesdag. Maar Blommers' inbreng bleef beperkt tot enkele figuren op het Scheveningse strand.

De zee is een veel voorkomend thema bij Blommers. Vissersschepen die van het strand vertrekken (Katwijk bezat geen haven, de bomschuiten met hun platte bodems voeren bij vloed soms gewoon het strand op), het strand gestoffeerd met wuivende vissersvrouwen. Tot een invulling kwam Blommers zelden, het bleven figuren die met een kernachtig silhouet tegen de lucht met jagende wolken afstaken. Ook zijn schilderswijze bleef door de tijd heen hetzelfde; in feite verandert alleen zijn kleurgebruik dat gaandeweg zachter en lucider wordt.

Blommers behoort tot de Haagse School, de Hollandse impressionisten die zo hielden van parelend grijs weer met veel water er in. Altijd staan zijn figuren op gerede afstand van de kijker. Een hoogst enkele keer, en dat zijn ook de meest interessante, haalt hij zijn figuren dichterbij. Ligt dat aan de invloed van de fotografie die zich aan het einde van de vorige eeuw in de schilderkunst manifesteerde?

Zijn belangrijkste doek uit zijn Katwijkse periode laat een in oliegoed gehulde visser zien die zijn baby ten afscheid kust. De overige bemanningsleden van de bomschuit die al ruim in het water ligt, spoeden zich door de golven, met bagage op hun rug. Het lijkt zo, op de rand van de golvende zee, heel dramatisch, maar het is slechts het effect van een wat ongewoon weergegeven situatie van Blommers, die anders zo ingetogen en intiem blijft.

Want het klein geluk, de intimiteit van het gezin dat zich rond de tafel schaart, dat is waar Blommers' hart naar uitging. Hij had een goed oog voor baby's. Ze worden gekoesterd, in de wieg geschommeld, of op de arm van hun voedster gehouden, terwijl de paplepel naar binnen glijdt.

Blommers is in zijn tijd een geliefd schilder geweest die zijn werk goed wist te verkopen, ook in het buitenland. In 1914 was zijn werk te zien op de Biennale in Venetie, in het toen net geopende Nederlandse paviljoen, samen met dat van zijn schoonzoon Jan Zoetelief Tromp en Suze Robertson.

Behalve in Italie waar hij verschillende keren verbleef, is Blommers meer dan eens naar Amerika gegaan. Als bewijs van een van die reizen hangt op de Katwijkse expositie een prachtig gezicht dat Blommers vanuit zijn Newyorkse hotelkamer heeft gemaakt. Onder een roze zon heeft hij een fonkelende, van ongewoon schitterend licht doortrokken impressie van Central Park gesitueerd. Was het de omgeving, zo heel anders dan het onberoerde vissersdorp waar hij doorgaans zijn onderwerpen placht te vinden, dat hij deze voorstelling zo begeesterend heeft geschilderd? Als er ooit nog eens meer werk van Blommers uit Amerikaans bezit wordt getoond, dan moet het beeld van hem, als een intiem, maar beperkt schilder, worden bijgesteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden