Interview Ria Eimers / Schaamteloosheid is heerlijk

Bij het grote publiek is ze niet zo bekend, Ria Eimers. Maar met haar speelstijl behoort zij tot de topactrices in Nederland. ,,Toneel is taal, inclusief wat tussen de regels wordt gesuggereerd.''

,,Wij wilden laten zien dat het nog steeds bestaat, zulke hiërarchische verhoudingen: mensen die gewend zijn personeel te gebieden, en mensen die gewend zijn zich daaraan te onderwerpen. En hoe zich dat tegen elkaar kan keren.'' Actrice Ria Eimers (52) heeft het over 'De Meid', de 'komedie van haat' uit 1905 van Herman Heijermans, waarin een dienstmeid haar mevrouw chanteert met een slippertje met de pianoleraar.

Samen met Olga Zuiderhoek speelde zij het twee jaar geleden in een miniserie rond de kerst. Vanwege de enthousiaste reacties op hun drieste bewerking -acht personages teruggebracht tot vier, gespeeld door twee actrices- hebben zij het nu hernomen voor een uitvoerige tournee, voor de gelegenheid uitgebreid met de eenakter 'Kwelling', een dialoog tussen een vrouw en haar blind geworden man over diens al dan niet vermeende liefde voor een vriendin van haar. ,,Het leuke aan deze combinatie vonden wij'', zegt Ria Eimers, ,,dat het twee zo totaal verschillende stukken zijn, dat het consequenties voor je spel en aanpak heeft. In 'De Meid' draait alles om de situatie zelf: de meid, Annemie, die met volle teugen geniet van de (tijdelijke) machtsovername, en de mevrouw, Stans, die volledig gemangeld wordt.''

In 'Kwelling' gaat het juist veel meer om het thema dan om het neerzetten van rollen. ,,Al zo'n tien jaar hadden Olga en ik het verlangen eens met elkaar op toneel te staan. Het komt er dan niet van omdat je zelden tegelijk een vrije periode hebt.'' Na 'De Trojaansen' van Euripides, waarin Eimers bij Onafhankelijk Toneel een met de Theo d'Or bekroonde glansrol speelde als de Trojaanse koningin Hekabe, was dat opeens wel even het geval: ,,We zijn het Theater Instituut ingedoken om materiaal te verzamelen en banden te bekijken, en hadden al binnen twee, drie minuten besloten: Olga speelt de meid en ik alle andere rollen. 'De Meid' integraal spelen kan nu niet meer. Daar is de uitwerking van de plot te achterhaald voor. Daar moet je iets aan doen om het acceptabel te maken. Dat is de uitdaging.''

,,Omdat in 'Kwelling' het thema, jaloezie, universeel is en de dialoog nog altijd actueel, hebben we de tekst meer naar nu vertaald, verhedendaagst. Het is meer onze taal geworden. In onze bewerking van 'De Meid' is het niet meer meneer, maar mevrouw zelf die ten slotte korte metten met de ontstane situatie maakt, wat haar meer naar het geëmancipeerde heden trekt, en de personages hebben we wat tijdloze kleren aangetrokken. Maar hier hebben we juist wel Heijermans' oorspronkelijke taalgebruik gehandhaafd. Daar zitten zulke juweeltjes van zinnen bij, die als vanzelf de personages inkleuren. In het geval van de autoritaire tante van Stans bijvoorbeeld dwingt de taal mij de hiërarchie te spelen tussen werkgever en werknemer. Daar gaan je lichaam en stem dan vanzelf naar staan. En zo'n Carlien, de luidruchtige roddelzieke zus van Mie? Je hoeft, met de tekst in je hoofd, maar naar de markt te gaan om zo'n personage te zien.''

,,Kijken is inherent aan toneelspelen. Ik had het van kindsbeen af. Het zit nog op mijn netvlies hoe het vroeger thuis toeging, hoe men praatte en deed. Je had van die familieleden -die heb je overal- die altijd net iets te hard praten, heel hartelijk bedoeld, maar net over the top. Carlien doet dat ook. Ik houd van mensen, hoe ze zijn, hoe ze praten, wat ze zeggen, wat ze niet zeggen. Ik verveel mij nooit.''

Ria Eimers speelt meestal bij Onafhankelijk Toneel, voormalig Carrousel, Carver of in ad-hocproducties. Bij het grote publiek mag ze minder bekend zijn, daar behoort ze tot de topactrices. Typerend is haar geserreerde speelstijl met altijd verrassende, onvoorspelbare accenten, wat buitengemeen geestig werkt: ,,Emoties kun je niet rood-op-rood spelen. Dat is niet interessant. Je moet naar tegenkleuren zoeken.''

Ze kijkt haar interviewster met een vriendelijk glimlach aan en opeens constateert haar stem: 'Ik haat je.' En dan: ,,Ach ja, je weet, zo komt het veel harder aan dan wanneer je er een boos gezicht bij trekt. Humor is mijn motor. Dat is het hoogste goed om het leven draaglijk te maken. Als je geen zelfspot hebt, als je niet kunt relativeren, kun je beter ophouden. Je moet om jezelf kunnen lachen. Daarin ligt ook een lichte troost besloten. In 'De woudduivel' van Tsjechov had ik een heel verdrietige tekst. Ik pakte toen zomaar een kaas tussen mijn handen, keek ernaar en zei: Wat ben ík ongelukkig. Volstrekt onlogische handelingen hebben vaak een tragikomisch effect. Het zijn een soort impulsen die je niet bedenkt bij het lezen, maar die zich ter plekke voordoen, in de spelsituatie. Daar laat ik me door inspireren. En door mijn medespelers. Dat je elkaar respons kunt geven is heel belangrijk.''

,,Types, zoals Carlien in 'De Meid', die zichzelf leuk vinden en om hun eigen moppen lachen -je komt ze op elk verjaarsfeestje tegen- vind ik ook zalig om te spelen. Schaamteloosheid is heerlijk.'' In 'Spes Bona', een voorstelling over de gêne van twee oude vrouwtjes over hun lichamelijk verval (naar een verhaal van Toon Tellegen), laat Ria Eimers, liggend op een bed, haar even ontblote buik in een krankzinnig onflatteuze dans golven: ,,Naakt zul je me nooit op toneel zien, maar zoiets verzin je omdat het alles met het thema van doen heeft. En dan maakt het me geen bal uit hoe ik eruitzie. Als je maar jezelf blijft, niet je ziel verkoopt, jezelf niet forceert, alleen dingen doet die bij je passen. Dat heb ik me van meet af aan voorgenomen. Dat ik onafhankelijk wens te blijven is mede daarom essentiëel voor mij.''

,,Kort na de toneelschool kwam ik bij toneelgroep Theater. Daar zaten mensen al vijfentwintig jaar en die haatten elkaar inmiddels. Dan kun je elkaar toch onmogelijk nog inspireren? Ik wil niet vast bij een gezelschap. Ik ben bewust freelancer: ik ga niet iedere dag dezelfde koffie drinken. In hetzelfde repetitielokaal. Ik wil mijn onafhankelijkheid behouden en me tegelijk ontwikkelen. Ik werk graag met vertrouwde mensen en hop daarom tussen de groepen en regisseurs die mij goed bevallen, heen en weer. Zo blijft het fris.''

Ria Eimers ging pas laat naar de toneelschool. ,,Ik heb nooit gedacht: ik word actrice. Ik werd het gewoon. Als kind stelde ik me altijd aan, maakte kleine dingen groot, zong liedjes op de stoep bij de buren. Maar mijn familie en omgeving hadden niks met kunst. Mijn vader was arbeider op een sigarenfabriek. Gewoon werken als iedereen, was de norm. Op m'n vijftiende begon ik als ponstypiste -zat wel bij het amateurtoneel- en later als telefoniste op de landbouwhogeschool in Wageningen. Daar was een bosbouwkundig ingenieur die, op grond van sketches en liedjes op personeelsfeestjes, zei: Jij moet naar de toneelschool. Hij betaalde het examengeld. Bijna 24 was ik en had nog nooit een toneelvoorstelling gezien. Ik werd aangenomen en toen begon de pret, was het afgelopen met klokken. M'n ouders vonden het eerst niet leuk, want een vaste baan en pensioen laten lopen was onverantwoord, maar later waren ze apetrots.''

,,Toen ik de Theo d'Or kreeg voor mijn vertolking van Hekabe, was ik stomverbaasd. Ik dacht altijd: ik mag blij zijn dat ik mee mag doen. Had nooit bedacht dat ik een echt goede actrice kon zijn. Het was overigens de eerste en enige tragedierol die ik heb gespeeld. Tien jaar eerder had ik dat nooit aangedurfd. Dat kan ik niet, had ik dan gezegd, die lange lappen monologen in verzen. Ik viel voor de vertaling van Gerard Koolschijn, zo mooi zonder franje naar deze tijd gehaald. En poëzie raakt mij directer dan proza. Bij Hekabe had ik meteen een beeld: zij is een regisseur, zij regisseert haar eigen oorlog. Het is geen psychologisch drama, eerder een soort opera. Je spel wordt bepaald door de structuur van het stuk. Twee uur lang bezig met opbouwen. Niet meteen felle emoties eruit gooien, maar doseren, zuinig zijn, naar hoogtepunten toewerken. Dan kun je zo'n laatste monoloog heel klein spelen. Het heeft met muzikaliteit, met ritme te maken.''

,,Verdriet spelen -hier het lijden van Hekabe die al haar kinderen verliest- is een vorm van intimiteit. Je speelt dan met je eigen innerlijke wereld. Als je op onze leeftijd bent, heb je al zo veel meegemaakt, aan verdriet, liefde, dood. En Euripides raakt, merkte ik, met deze tragedie een snaar aan van wat je zelf, of in je naaste omgeving hebt meegemaakt. Elke toneelspeler gebruikt dat, al denk je niet letterlijk aan bepaalde gebeurtenissen, en hoe je dat doet heeft ook weer veel met relativeren te maken. Lachen en intreurig zijn kan heel dicht bij elkaar liggen.''

,,En taal. Ik kan niet zonder taal. Toneel is taal, inclusief wat tussen de regels door wordt gesuggereerd. Geef me taal en ik ben in mijn element. Daar kan ik mee spelen. In improviseren, in het produceren van eigen teksten ben ik niet getalenteerd. Doen wat Olga bij 'De Meid' doet, opkomen als Olga en een inleidinkje houden, zou ik nooit durven. Bij Onafhankelijk Toneel is me een keer gevraagd of ik voor aanvang wilde vragen of iedereen zijn mobiel kon uitzetten. Ik heb het niet gedaan. Ik kreeg het er Spaans benauwd van. Dat ik daar als Ria zou staan en daarna in mijn rol moest stappen. Vroeger moest ik altijd kotsen -nou ja, het was meer kokhalzen- na afloop van een voorstelling. Spanning die zich moest ontladen. Dat gebeurt gelukkig niet veel meer. Al ben ik nog altijd gespannen als ik op moet.''

'De Meid' en 'Kwelling' van Herman Heijermans op tournee 21-10 tot en met 5-2-04 (prem. 30-10 in Haarlemse Toneelschuur): info: 0900-0191.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden