Interview Piet Hein Donner / Niet domweg doen wat het volk wil

Een uiterst merkwaardig jaar, noemt minister van justitie Piet Hein Donner 2002. Een bizarre verkiezingscampage, een moord, een sensationele uitslag, een kabinet met een nieuwkomer, de LPF, dat na 87 dagen al weer uit elkaar spatte. Een terugblik met de man die als informateur aan de basis van de coalitie stond. ,,De Nederlandse samenleving is een aantal illusies over zichzelf armer geworden.''

door Hans Goslinga en Ruud van Heese

Op de gang voor zijn werkkamer hangt temidden van alle vroegere ministers van justitie zijn grootvader. Jan Donner bestuurde het departement van 1926 tot 1933, ook niet de makkelijkste jaren in de Nederlandse politiek. Na zijn ministerschap trad hij toe tot de Hoge Raad, waarvan hij na de oorlog president werd. Zijn afscheidscadeau -een schilderij van het verdwenen gebouw waarin het rechtscollege zetelde- siert nu de werkkamer van kleinzoon Piet Hein.

Dat hij deze zomer na een dramatische verkiezingscampagne en een historische stembusuitslag werd aangezocht als informateur verbaasde niemand. Voor lastige klussen ben je bij een Donner aan het goede adres. Het was wel een verrassing dat hij ook zelf toetrad tot het kabinet-Balkenende. ,,Er komt een moment dat je het niet voor het kiezen hebt'', zegt hij ter verklaring. Het was niet zo dat hij al lang de wens koesterde in de voetsporen van zijn grootvader te treden.

Hij heeft zelfs nog geaarzeld voordat hij ja zei tegen Jan Peter Balkenende, met wie hij al jaren een vertrouwensband heeft. Waarom? ,,Omdat ik me afvroeg of ik het wel kon'', zegt hij, ,,of ik niet meer schade zou aanrichten dan goeds zou voortbrengen. Ik was weliswaar al lang vertrouwd met het overheidsbeleid, maar nu ben ik er voor het eerst persoonlijk verantwoordelijk voor.'' Nee, dat is geen valse bescheidenheid. ,,In mijn vorige functies moest ik gewoon m'n verstand gebruiken. Als minister moet je dat ook, maar er komt meer bij. Je moet mensen ook kunnen overtuigen. Neuzen gaan niet ineens een bepaalde kant op, alleen maar omdat ik het zeg.''

Donner is geen man van grote woorden. Een 'rampjaar' voor de Nederlandse politieke en maatschappelijke verhoudingen wil hij het afgelopen jaar niet noemen. ,,Het is wel een uiterst merkwaardig jaar'', zegt hij. De verkiezingsuitslag gaf een ongenadige afstraffing voor de paarse partijen PvdA, VVD en D66 te zien, een forse winst voor het CDA en een ongekend debuut voor de LPF. ,,Een uiting van een groot gevoel van ongenoegen en onrust'', noemt hij de stembusuitslag.

Waar kwamen die gevoelens vandaan?

,,Mede door de heer Fortuyn is een aantal discussies op gang gekomen die jarenlang zijn weggedrukt, omdat het economisch goed leek te gaan. Paars is niet bijzonder zelfgenoegzaam geweest, maar ze riepen in reactie op kritiek al snel: kijk eens naar wat er goed is gegaan. Dat riep een beeld van zelfgenoegzaamheid op, dat de heftigheid in de hand heeft gewerkt.''

Die emoties zijn naar zijn indruk nog niet tot rust gekomen. ,,Door de wijze waarop nu veelal wordt gereageerd, dreigen we van het ene uiterste in het andere te vervallen. Ik pleit er niet voor alles zo snel mogelijk onder het deksel te stoppen, maar we staan voor beslissingen die je gewoon niet kunt nemen in een klimaat waarin de hele publieke opinie aan het losslaan is.''

Is er niet meer aan de hand?

,,Ja, maar dat verschijnsel doet zich al langer voor dan de laatste acht jaar en ook niet alleen in Nederland. Kiezers zijn zich steeds meer consument van overheidsbeleid gaan voelen. Als het ze even niet bevalt, roepen ze om iets anders en dat moet morgen nog gebeuren. Maar zo werkt het niet.''

Hoe bedoelt u?

,,Regeren wil niet zeggen dat je domweg de wensen van dit moment omzet in beleid. Regeren doe je voor een heel land, voor de continuïteit van de samenleving. Dat betekent dat je de wensen van burgers moet afwegen tegen beperkingen en verplichtingen die je gisteren bent aangegaan en die morgen ook nog gelden. Bovendien moet je nagaan of je dat voor elkaar kunt krijgen op een manier die ook voor minderheden te dragen is. De functie van de politiek is de wensen die er zijn te vertalen. Dat is meer dan alleen maar de roerselen onder de bevolking tot uiting brengen. Dat is de essentie. De regering is er voor de continuïteit, meerderheden zijn er om conflicten te beslechten. Binnen die belijning moet je dus niet steeds zeggen: de meerderheid beslist. Nee, de meerderheid moet zoveel mogelijk rekening houden met minderheden.''

,,Daarom heb ik fundamentele bezwaren tegen het referendum. Dat suggereert dat het alleen maar om ja of nee gaat. Die cultuur wordt nog eens bevorderd door de televisie, die complexe kwesties reduceert tot een à twee minuten beeld. Die tendens zie ik trouwens ook in de geschreven media.''

Donner bestrijdt dat het kabinet staatsrechtelijk onfatsoenlijk bezig is door in demissionaire staat verder te regeren alsof er niets is gebeurd. ,,In het staatsrecht kennen we het begrip demissionair helemaal niet. Het uitgangspunt is dat een kabinet het vertrouwen van het parlement heeft. In wezen is dat er in beide Kamers nog. Er is in oktober geen vertrouwensbreuk ontstaan over de inhoud van het beleid, die het kabinet zou verlammen. Daar komt bij dat we het ons niet kunnen permitteren een jaar lang geen beleid te voeren. In de Eerste Kamer heeft de oppositie gezegd: u doet meer dan mag. Dan zeg ik: pardon, die zorg van u komt wel erg laat. Tijdens de formatie is mij gebleken dat het kabinet-Kok II het beleid tot 2010 had dichtgetimmerd met ongedekte plannen voor honderd miljard. In dat licht zeg ik: had die zorg eerder geuit. Nu kregen wij reacties, zoals van de rechterlijke macht, in de trant van: er was ons dit en dat beloofd en nou doet u het niet. Tsja, de plannen gingen die kant op, de economie een andere. Ik neem dat het vorige kabinet nog niet eens kwalijk, maar dan moeten ze nu niet huilend vanuit die hoek komen aanzetten met de kritiek dat wij iets doen wat niet mag.''

,,Voor ons is het criterium dat je geen dingen doet, waarvan een volgend kabinet niet kan terugkomen. Daarom trekken we geen wetsvoorstellen in. Dan dwing je een volgend kabinet het hele proces opnieuw te beginnen. Dat is geen nieuw staatsrecht, maar oud staatsrecht dat is vergeten. Er is veel meer normaal en mogelijk dan wat de laatste tijd als abnormaal wordt verworpen. En dat laatste gebeurt trouwens meer nog om politieke redenen dan om staatsrechtelijke.''

Voor de kiezer zal het niet meer zo duidelijk zijn waarom hij opnieuw naar de stembus wordt geroepen. CDA en VVD hadden geen vetrouwen meer hadden in de LPF. Maar al doorregerend laat het kabinet zien dat er wel met deze club valt te regeren.

,,Het probleem was dat de LPF intern geen orde op zaken kon stellen. Daardoor dreigde zij het aanzien van de regering te schaden. Er ontstond het beeld van een rommeltje. Het eerste belang van de verkiezingen is dat de kiezers stemmen op partijen die duurzaam een coalitie kunnen dragen. Je ziet onder de nieuwe partijen nu een versplintering die ik als een groot gevaar beschouw. Het tweede belang is of de kiezer, ondanks wat er is gebeurd, vóór het programma blijft dat er ligt.''

Zou u weer met het populisme in zee gaan?

,,We kennen nu de beperkingen en de risico's beter, maar als de verkiezingen ruwweg hetzelfde resultaat opleveren als de vorige keer, kun je niet zeggen: luister eens, dat doen we nu anders. Dat zou nou paternalistisch zijn. Dat wil nog niet zeggen dat ik het resultaat één op één in regeringsbeleid zou kunnen vertalen. Bij de LPF leefde het idee dat alles heel eenvoudig op te lossen is. Dat is niet zo. Maar dat ze zo sterk op resultaten zijn gericht, vind ik niet slecht. De klassieke partijen kunnen daar iets van oppikken. Zij zijn geneigd meer te letten op bedoelingen en uitgangspunten dan op de resultaten. Val je daarop terug, dan heb je we binnen de kortste keren dezelfde problemen.''

Is dat de les van dit jaar?

,,De Nederlandse samenleving is een aantal illusies over zichzelf armer geworden. Ik weet niet hoe zich dat zal vertalen. Mijn grootste zorg is dat de politiek de tegenstellingen die er in de samenleving zijn gaat aanzetten. Dan zijn we echt ver van huis. Vooral bij het probleem van de integratie is het heel gemakkelijk om voor politieke doeleinden te polariseren. Om dat dan weer tot rust te brengen, is het moeilijkste dat er is.''

U vindt dat je niet alles moet kunnen zeggen?

,,Niet alles valt onder de vrijheid van meningsuiting. De overheid moet die vrijheid respecteren, maar dat laat onverlet dat burgers onderling de burgerlijke beleefdheid in acht behoren te nemen tegenover elkaar. De verruwing, de verbale geweldsspiraal, maakt het alleen maar moeilijker de problemen op te lossen.''

Hoe verhoudt zich dat tot de godsdienstvrijheid?

,,Een mening kun je wijzigen, met een godsdienstige overtuiging ligt dat anders. Daar gaat het erom hoe iemand in elkaar zit; het raakt aan de identiteit. Je kunt niet een atheïst overtuigen van het bestaan van God, netzomin als je een gelovige kunt bijbrengen dat God niet bestaat. Als iemand zegt: ik wil op basis van mijn religie mensenoffers brengen, dan zeg ik: het spijt me, dat doen we hier toch maar niet. Aan de andere kant, je kunt ook niet zeggen: doe in het publieke leven net zoals ik, want dat is redelijk, en bewaar je godsdienst maar voor de binnenkamer. Dan neem je iemand zijn identiteit af. Daarom moet je als de godsdienstvrijheid in het geding is terughoudender zijn.''

Hij beaamt dat de politieke discussie over de godsdienstvrijheid in het islamitisch onderwijs te lichtzinnig wordt gevoerd. ,,Het gaat te veel onder druk van incidenten. Hard cases make bad law. Dat neemt niet weg dat je onder ogen moet zien de vraag hoe je met extremistische opvattingen omgaat. Er mag niet onder de dekmantel van godsdienstvrijheid een voedingsbodem voor extremisme worden gecreëerd. De vraag is of je meteen de overheid in de godsdienstles moet toelaten. Er zijn tal van varianten mogelijk. Je zou scholen een eigen inspecteur kunnen laten kiezen, zij het dat die moet voldoen aan eisen die de overheid stelt.''

,,Het gaat erom dat we de discussie over de islam een positieve draai kunnen geven, zonder dat je zegt dat iedereen het zelfde moet denken. Je moet het niet zoeken in homogeniteit als grondslag van een samenleving. Daar zijn godsdienstsoorlogen mee begonnen. Protestanten en katholieken kunnen nu vruchtbaar samenwerken. Dat was vroeger wel anders. Dus we hebben een voorbeeld van hoe het kan. Ik zeg niet dat we terug moeten naar de verzuiling. Maar we moeten een wijze van omgaan met elkaar vinden als het gaat om zaken waar we het fundamenteel niet over eens zijn.''

Hoe breng dat je dat nieuwkomers in onze samenleving over?

,,Nee, de vraag is eerder: hoe breng je die notie over aan de mensen die hier zijn? Nieuwkomers kijken van je af. Mischien geven we nu niet zo'n daverend voorbeeld en leven we te veel langs elkaar heen. Dat geldt ook in groter verband. De vroegere Duitse bondskanselier Kohl heeft altijd goed gezien dat Europese integratie nodig is, omdat we als staten zo dicht op elkaar leven. Ik vind dan ook niet dat je tegen Turkije kunt roepen: jullie horen er fundamenteel niet bij, omdat je niet bij onze waarden en normen past. Want dan zeg je eigenlijk tegen miljoenen Turken, islamieten en Aziaten die al in de Europse gemeenschap wonen dat ze er niet bijhoren. Dat is heel gevaarlijk.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden