Ínterview / Mensen redden zich ook wel zonder mij

Stel God bestaat en je mag hem één vraag stellen. Wat vraag je dan? Derde aflevering van een serie. Vandaag: Lenette van Dongen.

’Als je jong bent is je lichaam actief maar je geest ligt tot twee uur in bed. En dan ben je mijn leeftijd en wil de geest van alles maar je lichaam doet niet meer mee. Was het niet handiger geweest die volgorde om te keren?”

Een citaat van jou uit een oud interview met ’Opzij’: God zit bij mij in de gedoogzone. Nog steeds?

„Gedoogzone klinkt wel heel streng. God is een begrip dat me helpt zuiverder te denken. Ik weet niet of God bestaat maar áls hij bestaat dan is hij (of zij of het) onvoorwaardelijke liefde en niet de bestraffende instantie uit mijn jeugd die beschikt over hemel en hel en alleen van je houdt als je braaf bent.”

Was je bang voor God?

„Niet voor God, wel voor de zure mensen uit de toenmalige Zeeuws-gereformeerde kerk. Die liefdeloze, vreugdeloze types die met hangende mondhoeken zeiden: wij vrezen God. En tegen een man die bij de watersnoodramp zijn vrouw en twee kinderen had verloren: dat is Gods straf omdat jullie naar de kermis zijn geweest. Dat soort ’zinloos geweld’ heb ik krachtig van me afgeworpen. Als God bestaat is hij liefde en nieuw leven. Niet na de dood maar hier en nu.”

Waar ligt het omslagpunt van het oude naar dat nieuwe godsbeeld?

„Op mijn eenentwintigste – ik was zoekend – ben ik weer eens naar de gereformeerde kerk gegaan, maar de dominee was niet helemaal zuiver op de graat. Gods grondpersoneel kan de boel behoorlijk verpesten en ik ben voor lange tijd afgehaakt. De omslag kwam nadat ik alle wereldse antwoorden op mijn vragen had uitgeprobeerd en nog steeds in de knoop zat. Ik ben toen bij een spirituele groep terechtgekomen. Een oosterse, matriarchale geloofsgemeenschap, de Brahma Kumaris, gesticht in 1934 door een man die begreep dat als je de wereld in balans wilt brengen, je vrouwen hun zelfrespect terug moet geven. In het India van die tijd was een vrouw net even meer waard dan een koe, omdat ze kinderen kon krijgen. Hij leerde vrouwen lezen, schrijven, filosoferen. Zij gaven leiding aan de beweging. Uniek, want mannen domineren alle geloven. Ik herinner me dat ik de eerste keer binnenkwam en een vrouw van tachtig zag zitten, zo onthecht, met zoveel gevoel voor humor, zoveel liefde dat ik meteen boven mijn eigen schutting werd uitgetild. Ik wilde achterhalen hoe ze zo geworden was. De zeven jaar in die spirituele groep waren als een kloosterleven zonder klooster. Elke dag om vier uur op, mediteren, om zes uur naar de klas, vegetarisch eten, niet drinken, niet roken. In die tijd heb ik geleerd dat zelfrespect ten grondslag ligt aan respect. Als ik mezelf liefde kan geven hoef ik het niet meer bij jou te halen maar heb ik je wel iets te bieden.”

Kun je het verschil beschrijven tussen de Lenette aan het begin van die ontdekkingsreis en de Lenette van nu?

„Ik was een ongelooflijke controlfreak. Wilde controle hebben over mijn lichaam, over eten, over driftbeleving, over alles. Ik was heel streng in de leer. Ik voel me nu wijzer, vrolijker, echter betrokken, eerlijker in mijn falen. Ik heb een paar rottige kantjes die ik niet krijg weggepoetst. Nu laat ik ze maar af en toe op een bezemsteel rondvliegen in de hoop dat iedereen toch van me blijft houden. Maar ik ben niet alleen veranderd dankzij die spirituele groep, er was ook nog een burn-out voor nodig. Het leven heeft meerdere leraren.

Wat zou jouw vraag aan God zijn?

„Als je jong bent is je lichaam actief, je kunt bergen verzetten maar je geest ligt tot twee uur in bed. En dan ben je mijn leeftijd en wil je geest van alles maar je lichaam doet niet goed meer mee. Was het niet handiger geweest om die volgorde om te keren? In mijn puberteit wou ik absoluut niet lezen. Man, daar had ik geen tijd voor. Dat lichaam moest vlooien en springen. Nu wil ik graag heel veel lezen maar moet ik weer zo’n bril op. Onhandig. Er is een mooi liedje waarin het leven andersom wordt geleefd. Je begint slecht ter been en eindigt bij je moeder in de buik. Heerlijk.”

Wanneer begon bij jou je geest mee te doen?

„Op het moment dat ik alle ’mag-nieten’ uit mijn tuin had geplukt. Ik mag geen vlees, ik mag niet dik zijn, ik mag niemand aan zijn of haar lot overlaten. Maar ik heb mijn emo-ambulance in de garage gezet en het zelfmoordgetal om mij heen is niet toegenomen. Mensen blijken zich ook zonder mij te redden.”

Welke andere factoren naast die spirituele academie hebben die verandering in gang gezet?

„Therapie en niet in de laatste plaats het maken en spelen van theatervoorstellingen. Mijn eigen ontwikkeling zie je terug in de vijf voorstellingen.”

In je laatste voorstelling speelt je vader een belangrijke rol. Terwijl de voorstelling liep overleed hij.

„Mensen vragen me wel eens: hoe kun je doorgaan? Dan zeg ik: het kinderhart moet hard werken maar het gaat niet zozeer over mijn vader als wel over de vraag wat wezenlijk belangrijk is. Op die rode loper met naaldhakken de ster uithangen? Het is leuk maar ik zou er niet voor willen sterven. Ik zou willen sterven voor de liefde van de mensen om me heen. Voor mij was het klussen in huis met mijn vader – hij op de trap met de boormachine, ik de dingetjes aangeven – belangrijker dan beroemd staan te wezen op een podium. Mijn vader zit in de voorstelling als een metafoor voor alles wat er echt toe doet. Ooit weekten we in een oud huis het behang van de muur en toen kwam de met potlood geschreven tekst te voorschijn: ’de taak van de mensch is mensch te zijn’. Veel korter kun je het niet zeggen.”

Ben jij daarin geslaagd?

„Ik heb kansen gemist, fouten gemaakt, maar zie ze in en weet ze nu vaker te voorkomen. Ja, ik geloof dat ik het goed doe.”

Wat moet je nog leren?

„Omgaan met eenzaamheid. Ik bedoel niet de eenzaamheid die met een kopje thee en een rugmassage overgaat, maar de oereenzaamheid. Terwijl je te midden van je gelukkige familie aan het kerstdiner zit of het winnende doelpunt voor Griekenland maakt, kan die eenzaamheid in je smoel slaan. Vroeger deed ik mijn best om haar te ontlopen terwijl ik haar nu, wanneer zij zich aandient, als een kat op schoot probeer te nemen. Ik ga niet meer gauw iemand bellen, een taakje verzinnen. Je komt alleen, je gaat alleen en dat kun je voelen terwijl je je grote liefde vasthoudt. En iets anders waar ik nog mijn tanden op stuk bijt: keuzes maken vanuit liefde, niet vanuit angst. Dat is een bouillonblokje waar ik de rest van mijn leven soep van kan koken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden