Internetten via de kabel

Bij het kleine kabelbedrijf halen de internetabonnees zelf hun modem op, om hun computer op het kabelnet aan te sluiten - 'De mensen weten ons wel te vinden hoor'. Als dat niet lukt zijn ze bij het kabelbedrijf niet te beroerd om alsnog langs te komen om de helpende hand te bieden.

Bij het grote kabelbedrijf is er nauwelijks meer een Nederlandse woordvoerder te vinden - 'Sorry, we zijn een Amerikaans bedrijf met een Nederlandse vestiging'. De klant met internetproblemen is vaak uren kwijt in de telefoonwacht-hel (meestal Vivaldi op het bandje) van de service-afdeling.

De twee bovengenoemde voorbeelden, het kleine kabelbedrijf Albrandswaard en het multinationale Chello, zijn illustratief voor de snelle ontwikkeling bij de kabelbedrijven. De oorspronkelijk kleine gemeentelijke nutsbedrijven voor het doorgeven van radio- en tv-programma's komen in handen van internationale telecommunicatiebedrijven. Hun doel is winst en beursgang, het middel is de internettende mediaconsument.

Op dit moment zit de grote groei in de internetmarkt. Nu internetten in Nederland 88.500 gebruikers via het kabelnet, dat is 3,5 procent van het totaal aantal gebruikers. Een halfjaar geleden waren het er 56.000. De kabelaanbieders hopen op een snelle groei en rekenen op hun twee sterke kanten. Hun glasvezelkabels kunnen op grote snelheid veel informatie tegelijk doorgeven, meestal sneller dan de telefoonlijnen van de telecom-concurrenten. En ze hebben een bestaande klantenkring, via hun radio- en tv-kabeldoorgifte. Ze zijn verhoudingsgewijs met hun abonnementskosten van zo'n 90 gulden per maand duur, zeker ten opzichte van de aanbieders van gratis internet. Maar voor zware gebruikers (meer dan 17 uur per maand) zijn ze voordelig. De kabelinternetter betaalt geen telefoontikken en hoeft niet een dure ISDN-telefoonlijn aan te schaffen.

Overigens valt de vermeende snelheid van het glasvezelnet in de recente test van de Consumentenbond tegen; in de praktijk blijkt de snelheid vergelijkbaar met de ISDN-lijn. Alleen Chello Amsterdam (breedbandkwaliteit) is sneller.

Een aantal jaren geleden bestonden er nog tientallen kabelbedrijven, meestal eigendom van gemeenten. Veel gemeenten verkochten hun netwerken voor dik geld, vaak ook vanwege de hoge investering in glasvezelkabel. Nu is 82 procent van de markt in handen van 6 grote bedrijven. Het Amerikaanse telecommunicatiebedrijf UPC heeft in korte tijd de kabelnetten in Amsterdam (A2000), Flevoland, Gelderland, Noord- en Oost-Nederland en Haarlem overgenomen voor ruim 2 miljard gulden. Behalve radio- en tv-doorgifte en internet wil UPC telefonie via de kabel gaan aanbieden, zoals nu al in Amsterdam gebeurt. Ook Casema (eigendom van France Telecom) heeft dergelijke plannen. De grote kabelbedrijven moeten de komende drie jaar hun slag slaan en voldoende klanten werven, om hun miljardeninvesteringen terug te verdienen en te kunnen concurreren met nieuwe technologieën van de telefoonbedrijven.

Voor de internetklanten kan deze concurrentieslag op korte termijn interessante prijzen opleveren. Chello (zo heet de internettak van UPC) vroeg kort geleden nog per maand 89 gulden abonementskosten en aansluitvergoeding van 300 gulden. Nu krijgen nieuwe abonnees de eerste drie maanden hun abonnement voor 69 gulden, en een gratis installering. Chello (zie schema) opereert in grote delen van het land. Daar staat tegenover dat Chello slechte service biedt, aldus het onderzoek van de Consumentenbond en gezien de klachten van de UPC-gebruikersgroep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden