Internet, de open universiteit van de djihad

We moeten met radicaal-islamitisch terrorisme leren leven, is de overtuiging onder inlichtingendiensten. Dat wil niet zeggen dat de geheime diensten hier niets tegen doen. Verslaggever Kustaw Bessems peilt jaarlijks hun stemming.

Inlichtingendiensten lijken een beetje gewend aan het terrorisme-nieuwe stijl. Natuurlijk, de aanslagen in Londen vergden 52 doden. Maar in radicaal-islamitische kringen wordt dit gezien als 'een aanfluiting'.

Onder inlichtingendiensten is paradoxaal genoeg dan ook iets van tevredenheid te bespeuren. “Een tweede '11 september' hebben we nog niet meegemaakt.“

Voor een buitenstaander is het misschien onvoorstelbaar, maar één hoge politiefunctionaris noemt de aanslagen in Londen 'in professionele zin geruststellend'. Zijn redenering: Britse terrorismebestrijders beschikken over een van de beste inlichtingenapparaten ter wereld. “En zelfs die hebben dit niet kunnen verhinderen. Dan is het dus echt een illusie dat je aanslagen kunt voorkomen. We moeten ermee leren leven.“

De dreiging voor het Westen zal 'meer van hetzelfde' zijn. Het eind van de terreur is niet in zicht.

'Londen' was geen waterscheiding, zegt deskundige Bruce Hoffman van de Amerikaanse Rand Corporation, want 'we hadden Madrid al gehad'. “De verwachting blijft: meerdere aanslagen tegelijk, eventueel door zelfmoordcommando's, met als oogmerk zo veel mogelijk destructie en paniek.“

Daarbij is volgens Hoffman gebleken dat het onmogelijk is om van 'de terrorist' een profiel te maken. Hoog- of laagopgeleid, gemigreerd of in het Westen opgegroeid, van huis uit moslim of bekeerling, man of vrouw: terroristen zijn er in alle soorten en maten.

Je kunt het terrorisme tegengaan, maar niet wegvagen. Dat is ook de les die veel inlichtingenmensen hebben getrokken uit de moord op Theo van Gogh. Zoiets is nog moeilijker tegen te gaan dan een grootschalige bomaanslag. Zeker als de moordenaar niet van tevoren over zijn plannen spreekt.

Wat dan gedaan, in het licht van deze permanente dreiging? Dit artikel is gebaseerd op informatie van negentien bronnen in het contra-terrorisme, het leeuwendeel werkzaam bij westerse inlichtingendiensten. De meesten moeten vanwege hun functie anoniem blijven. Onderwerp van gesprek is vooral de dreiging in het Westen geweest en dus niet de strijd tegen het terrorisme in bijvoorbeeld Irak. Zij wijzen erop dat de mogelijkheden voor inlichtingendiensten om de dreiging het hoofd te bieden beperkt zijn.

Dat de Nederlandse AIVD Mohammed B. verkeerd inschatte, staat in de inlichtingenwereld als een paal boven water. Maar er is ook begrip voor. Elke dienst besluit jaarlijks om honderden mensen níet intensief in de gaten te houden, ook al heeft die dienst het idee dat die mensen wel degelijk gevaarlijk zijn. “Dat zegt iets over de mensen die we wél volgen.“

Het is een kwestie van capaciteit: om één persoon voortdurend te schaduwen, zijn tien fulltime AIVD'ers nodig.

Weliswaar zijn sinds 11 september 2001 de budgetten van geheime diensten geëxplodeerd, maar dat is niet alleen een zegen. De diensten worden nu voor een belangrijk deel opgeslokt door het opleiden van nieuwe medewerkers. 'Ontwrichtend', noemt één betrokkene dat zelfs. Het was, zegt hij, wachten op ongelukken.

In Nederland kwam dat ongeluk al in de vorm van Outman ben A. Deze maand werd de tolk van de AIVD veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenhalf jaar omdat hij staatsgeheime stukken had gelekt naar moslims die in de gaten werden gehouden. Ben A. zat kort na zijn aantreden in 2003 al op zeer gevoelige onderzoeken, onder meer naar de 'Hofstadgroep', met nauwelijks toezicht.

De inlichtingendiensten hebben duidelijk last van groeistuipen. John E. Lewis, onderdirecteur van de contra-terrorismedivisie van de FBI, zei op een conferentie in Israël, afgelopen najaar: “De mensen die de afgelopen jaren zijn aangenomen, zullen pas over tien jaar de nodige kwaliteit hebben.“

Met de toestroom van nieuwe werknemers groeit ook een probleem waarmee de diensten juist al jaren proberen af te rekenen: gebrekkige informatie-uitwisseling, zowel intern als met anderen.

Zo is Lewis ervan overtuigd dat de Verenigde Staten een dezer dagen opnieuw zullen worden getroffen door een aanslag. “En ik ben er evenzeer van overtuigd dat we op dit moment al informatie over die aanslag hebben. We bezitten stukjes van de puzzel, ergens in het Amerikaanse apparaat. Maar we kunnen niet alle data bekijken. In de VS lopen duizenden onderzoeken. We hebben menselijke bronnen, stapels documenten, we luisteren af. We sturen meer informatie naar de politiek dan die kan verwerken. Er is sprake van een informatie overload.“

Een kenner van de Nederlandse situatie zegt dat ook hier informatie die nog maar net in het veld is verzameld 'naar boven kan knallen' tot op het hoogste politieke niveau. Natuurlijk in de hoop aanslagen te voorkomen. Maar ook uit angst dat er iets gebeurt en dat dan het verwijt komt dat 'we niet hebben gewaarschuwd'. “Er heerst een cultuur van save your ass.“

In toenemende mate roepen inlichtingendiensten de hulp van moslims in. Hoewel inlichtingendiensten al langer uitstralen dat moslims bij hen welkom zijn, hebben zij wel degelijk hun twijfels. Bij de AIVD was lange tijd de overtuiging: de primaire loyaliteit van een moslim ligt bij andere moslims en niet bij de Nederlandse staat. Van een moslim eisen dat die zijn 'eigen mensen' bespioneert gold als een onmogelijke opgave.

De AIVD zocht tolken graag onder groepen die de islamitische cultuur kenden, maar zelf geen moslims zijn. Denk aan christelijke Turken, Assyriërs en christelijke Libanezen. üf de dienst nam moslims aan die ver van hun geloof waren afgedreven. Dat deze groepen van oudsher hun eigen problemen met moslims hebben en mogelijk daarom een gekleurd beeld geven, werd erkend, maar een alternatief leek niet voorhanden. Autochtone Nederlanders die bijvoorbeeld Arabisch hadden gestudeerd, hebben niet genoeg gevoel voor de cultuur, intonaties, verwijzingen naar islamitische bronnen, denkt men. Tolken vertalen niet alleen afgeluisterde gesprekken, maar moeten ook een eerste grove selectie maken uit het materiaal.

De moslims die wel bij de AIVD werkten, werden regelmatig bij elkaar geroepen, in ieder geval na aanslagen, om te bespreken of zij niet in gewetensnood raakten, om te kijken waar hun sympathieën liggen. De dienst is ervan doordrongen dat zijn medewerkers in de islamitische gemeenschap, nog meer dan medewerkers uit andere hoeken van de samenleving, een dubbelleven moeten leiden. De affaire-Ben A. zal nogal wat AIVD'ers weer schuw hebben gemaakt ten aanzien van islamitische sollicitanten.

“Het is heel moeilijk om je van iemands loyaliteit te vergewissen“, zegt oud-CIA-man Richards J. Heuer, tegenwoordig betrokken bij Amerikaanse veiligheidsonderzoeken voor vertrouwelijke functies. “En vóór je iemand in het centrum van de kennis plaatst, moet je honderd procent overtuigd zijn van diens loyaliteit. Minder is niet genoeg.“

Meer succes hebben diensten in het werven van agenten en informanten onder moslims. Die staan niet op de loonlijst, worden ook niet geheel gestuurd door een geheime dienst, maar werken wel mee.

Bronnen in de islamitische gemeenschap zeggen dat hierover voortdurend grote onrust heerst: wie is te vertrouwen en wie is een verklikker? Niet alle spionnen doen het om het geld. Sommigen zijn er oprecht van overtuigd dat radicalen voor 'gewone' moslims het meest bedreigend zijn, weet een bron.

Inlichtingendiensten proberen ook om gematigde krachten in de islamitische gemeenschappen te bevorderen. Ernst Uhrlau, coördinator van de geheime diensten bij het kantoor van de Duitse bondskanselier: “Tenzij we alle moslims en de plaatsen waar zij komen in de gaten gaan houden, zijn we afhankelijk van de medewerking van moslims. Al-Kaida en zijn geestverwanten zien die medewerking als een grote bedreiging. Denk aan de grote verontwaardiging van Al-Kaida-leider Ayman al-Zawahiri over Britse moslimleiders die de aanslagen in Londen veroordeelden en toezegden te zullen helpen bij de opsporing van de daders.“

Maar het is 'niet best gesteld' met de weerbaarheid van de moslimgemeenschappen in Europa. De groeiende kloof tussen moslims en niet-moslims werkt radicalisering in de hand en maakt de inzet van gematigde moslims dus hard nodig. Maar het verraderlijke is dat deze kloof het voor gematigden juist ook veel moeilijker maakt om hun nek uit te steken.

Met lede ogen zagen terrorismebestrijders aan hoe iedereen destijds over de Rotterdamse imam El Moumni heenviel vanwege diens standpunt ten aanzien van homoseksualiteit. El Moumni is orthodox, en heeft aanzien, maar is tegen geweld. Zo iemand wordt juist als een mogelijke bondgenoot gezien.

Zelfs de radicale Haagse imam Fawaz, die de laatste tijd opzichtig meewerkt met politie en justitie, wordt beschouwd als welkome concurrentie voor djihadisten. Alleen maar omdat hij gewapende strijd in Nederland onder de huidige omstandigheden afkeurt. Wat voorheen gold als radicaal is nu middle of the road.

“We verliezen de war of words“, zegt deskundige Hoffman. Wat daar het belangrijkste slagveld is, lijdt volgens hem geen twijfel: “Internet, internet, internet! Daar domineren de complottheorieën, vermengd met de ultra-orthodoxe tot radicale islam. Er moet een ogenblikkelijke pr-reactie op komen.“

Het is waar, wie nietsvermoedend via internet op zoek gaat naar informatie over de islam -en nogal wat jonge moslims in het Westen doen dat-stuit haast uitsluitend op dit extremistische gedachtegoed. Er zijn verscheidene voorbeelden bekend van jongeren die achter hun beeldscherm, zonder fysiek contact met gelijkgestemden, radicaliseerden.

Gabriel Weimann, hoogleraar communicatie, schreef hierover onlangs een artikel voor het United States Institute of Peace. Hij beschrijft hoe radicalen via internet psychologische oorlogsvoering bedrijven.

Ze zijn om hun boodschap te verspreiden niet meer afhankelijk van conventionele media, met selectiecriteria en kritiek, maar kunnen de doelgroep rechtstreeks bereiken. Ze meten de 'slachtingen' en 'genocide' door de veel sterkere tegenstanders breed uit en presenteren hun eigen geweld -tot onthoofdingen aan toe- als strikt noodzakelijk, uitgelokt door vervolgingen. Weimann vond in 1998 twaalf websites die aan terroristische groeperingen waren gelieerd. Nu kent hij er 4650.

De leiders en ideologen van de radicaal-islamitische beweging zijn door internet onsterfelijk. Abdullah Azzam, de Palestijnse mede-oprichter van Al-Kaida, kwam in 1989 in Afghanistan om bij een bomaanslag op zijn auto. Maar op internet is hij springlevend en vindt zijn les dat de gewapende djihad de plicht is van iedere moslim gretig aftrek. Het internet als open universiteit voor de djihad.

Inlichtingendiensten hebben traag ingespeeld op deze ontwikkeling, ook in Nederland. De Amsterdamse onderzoeker Albert Benschop legde eerder in deze krant uit dat de AIVD Mohammed B. mede onderschatte doordat er te weinig belangstelling was geweest voor diens prominente positie op islamitische websites.

Bij de AIVD hebben medewerkers pas sinds drie jaar internet op de werkplek. Dit komt mede doordat het voor de AIVD een kostbare voorziening is. Om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie voor anderen te achterhalen is, mogen AIVD-computers niet worden aangesloten op externe netwerken. Daarom moest er een apart systeem worden aangelegd om iedereen te laten internetten.

Het is niet de bedoeling dat zij zelf allemaal naar radicale sites gaan zitten turen. Daarvoor is een aparte afdeling 'open bronnen'. 'Zomaar het internet afstruinen' wordt daarbij als een 'zinloze actie' gezien, weet een goed ingevoerde bron. Onderzoek op internet geldt nog altijd slechts als een aanvulling op de naspeuringen in de fysieke wereld.

“De boodschap na 11 september was: we hebben meer menselijke bronnen nodig“, zegt een kenner van de Nederlandse situatie. En de meeste inlichtingenmensen houden daar ook meer van. “Het ergste dat tegenwoordig wel eens gebeurt is dat je iemand betaalt voor gegevens die hij eerst bij elkaar heeft zitten internetten.“

Het scannen van het internet wordt in Nederland niet als taak van de inlichtingendienst gezien. De gedachtegang van de verantwoordelijke ministers Donner en Remkes is: haatzaaien of rekruteren op internet is strafbaar en het is aan politie en justitie-niet de AIVD- om daartegen op te treden.

Maar waar experts als Benschop, Hoffman en Weimann op aandringen, is niet slechts opsporen via internet, maar daar systematisch in de gaten houden wat er leeft en radicalen zonodig van repliek dienen.

Met kerst nog ging een nieuwe Nederlandstalige website de lucht in met precies het gedachtegoed van Mohammed B.: gehoorzaamheid aan de niet-islamitische staat is afgoderij en djihad is verplicht. De ultra-orthodoxe moslims die in Saoedi-Arabië hun heilstaat zien worden weggezet als watjes, want dat land zou ook niet islamitisch genoeg zijn.

Er klinkt nog geen weerwoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden