Internationaal Watertribunaal oordeelt over zaken in Israel en Canada

AMSTERDAM - Er klinkt applaus op uit de zaal, nadat de woordvoerder van de jury op het Internationaal Watertribunaal de conclusie heeft voorgelezen. Applaus bij zowel de aanklagers als de beklaagden. Bij de Creeindianen en bij de delegatie van HydroQuebec, uitvoerders van het James Bayproject, het gigantische waterkrachtcomplex in de Canadese staat Quebec.

De jury spreekt haar bezorgdheid uit over het lot van de autochtone bevolking, de Crees en de Inuit - in de volksmond de Eskimo's - die zich verzetten tegen de completering van het megaproject op en rondom hun gebied. Maar ze is ook blij met de nauwgezette en publieke inspraakprocedures die moeten leiden tot een gedegen milieurapportage en met de uitnodiging aan het Watertribinaal door Hydro-Quebec en de Quebecse regering om mee te overleggen.

Waarna nog zorgelijk wordt opgemerkt dat geindustrialiseerde landen als Canada hun energieconsumptie toch zou moeten verminderen en eigenlijk zou dienen te zoeken naar kleinschalige alternatieven voor zo'n gigantisch damproject. In elk geval dient de bouw van de tweede fase te wachten op uitkomst van de studies naar gevolgen voor het milieu.

Een beetje een open deur, want daar zijn nou juist die hearings een voorbode van. Kortom, de kool en de geit zijn gespaard en na afloop is iedereen dan ook zeer content. Jacques Finet, vice-president Europa van de staatsmaatschappij HydroQuebec, is verbaasd dat de Crees 'hun' zege hebben geclaimd. "Een grote overwinning voor mijn volk" , noemde Matthew Coon Come, grand chief van de Crees, de uitspraak, maar de Hydro-chef is blij dat hij en de zijnen voor dit juridisch 'machteloze' doch publicitair zwaar wegende Tweede Watertribunaal in de hoofdstad de kans hebben gekregen met feitelijke argumenten de mythes en de misvattingen rondom het project en de 'ellendige gevolgen' voor Crees en Inuit te ontzenuwen.

Emoties versus feiten. Daar komt het tijdens de zitting van woensdag, de dag voor de uitspraak, in grote trekken op neer. Gedragen schetsen Coon Come en zijn medestanders in de tot zittingszaal omgebouwde Goederenbeurszaal van de Beurs van Berlage de gruwelen die de Crees te wachten staan indien het James Bay-project zal worden gecompleteerd. En de Cree-elder die meedoet aan een vraag- en antwoordspelletje in eigen kring en zegt op de vraag wie er eigenlijk alleen maar dammen mogen bouwen: 'de bevers', maar die kenden we al.

Aan de andere zijde van het podium de Hydro-Quebec-afvaardiging. Goed geprepareerd, met dikke dossiers en deskundigen die sterk uit de hoek komen. Met name de betogen van de socioloog Simard, over de beweerde sociale en economische ontwrichting van het leven der Crees en van Michel Yergeau, de advocaat van de delegatie, overtuigen.

Yergeau windt er na afloop dan ook geen doekjes om: "Ik mag het als advocaat eigenlijk niet zeggen, maar dit is een duidelijke overwinning voor ons. De aanklacht tegen Hydro-Quebec was zeer zwaar, maar deze uitspraak stelt ons op geen enkele wijze in het ongelijk, en daar ging het ons om."

Van de kool en de geit is geen sprake bij de uitspraak van de jury even daarvoor over de klacht van de Galilese maatschappij voor gezondheidsonderzoek en -diensten, een Israelisch-Arabische organisatie. Een klacht tegen de staat Israel die weigert een aantal 'niet-erkende', dus op grond van de Israelische plannings- en bouwwet uit 1965 illegale, nederzettingen aan te sluiten op het nationale drinkwaternet.

'Fout', vindt de jury en zegt dat de regering onvoldoende heeft aangetoond dat het niet erkennen van en derhalve het drinkwater onthouden aan de dorpen in het algemeen belang is. De dorpen moeten worden aangesloten op het drinkwaternet, zegt de jury, omdat anders de gezondheid van de bewoners in gevaar komt.

Een duidelijke veroordeling, dunkt ons, en het is daarom des te verbazingwekkender dat Gadi Hitman, vertegenwoordiger van de Israelische regering, zich tevreden toont met de uitspraak. Te meer daar Hitman ons een dag eerder, na de zitting waarop de klacht is behandeld, in de wandelgangen geirriteerd aanschiet. "De zaak is verkocht, al van af het begin" , zegt hij, en verontwaardigd wijst hij nog eens op de infaamheid van de Arabisch-Israelische aanklagers die de Israelische overheid de dag van de zitting hadden beticht van het verstrekken van vergiftigd water aan de bewoners van de 'niet-erkende', illegale nederzettingen in Galilea, in het noorden van Israel.

Achterdochtig vraagt hij waarom we in de krant geen melding hebben gemaakt van de instelling van een onderzoekscommissie door de regering in Jeruzalem, die de klachten van de Galilese gezondheidscommissie zal onderzoeken. Maar dat hebben we nu juist wel. Nou ja, in elk geval is het hem duidelijk dat de hele aanklacht over het drinkwater voor de illegale nederzettingen gebruikt wordt voor Arabische propaganda tegen de staat Israel, dat het tot een puur politiek zaak een puur politieke zaak is verworden. En met dat laatste zijn we het wel eens.

Een politieke zaak. Dat wordt het ook tijdens de behandeling van de aanklacht van de Zuidafrikaanse milieubeweging Earthlife, afdeling Pietermaritzburg, gistermiddag. De klacht betreft de vervuiling van het water rondom de kwikfabriek Thor Chemicals in Cato Ridge. Deze Zuidafrikaanse verwerkingsfabriek in Brits eigendom importeert giftig chemisch afval uit diverse landen, waaruit kwik wordt gewonnen, dat weer wordt terugverkocht aan de chemische industrie.

Volgens de drie (blanke) aanklagers vervuilt Thor Chemicals de directe omgeving in zeer ernstige mate met kwik, met name het riviertje Mngweni dat de voornaamste drinkwaterleverancier is van het zwarte dorpje Fredville, even verder stroomafwaarts. Er volgt een diavoorstelling, plus een videofilm van tien minuten, waarin zwarte kindertjes in het stroompje spelen, er zelfs in vissen en zwarte werknemers van de Thor-fabriek hun beklag doen over allerlei fysieke ongemakken, door een arts en een actievoerder toegeschreven aan het omgaan met het giftige afval.

De beklaagde heeft het niet nodig gevonden te komen, maar heeft wel een verweerschrift gestuurd. Het wordt, zoals bij eerdere schriftelijke reacties van de kant van aangeklaagden, voorgelezen door Arthur van Norden. De coordinator van het Internationaal Watertribunaal in de rol van de advocaat van de duivel. Thor Chemical verwerpt elke kritiek van Earthlife, beschuldigt de actievoerders van het gebruiken van de zaak om politiek te scoren en ontkent - uiteraard - de kwikvergiftiging van mens en milieu. De firma zegt niet van plan te zijn in te gaan op politieke propaganda in de trant van 'blanke overheersing en uitbuiting van zwarte bevolking'.

Thor wijt de vervuiling met kwik van het riviertje zelfs aan de actievoerders. "Gewapende actievoerders zijn de fabriek binnengedrongen" , leest Van Norden met droge ogen voor, "hebben daar een aantal vaten met giftig afval leeggestort en daardoor is de vervuiling van de Mngweni veroorzaakt." 'Ziedende Bintjes' in Zuid-Afrika.

Ook Greenpeace krijgt een veeg uit de pan. De onderzoeksresultaten van de milieuorganisatie slaan volledig de plank mis en ze heeft zich derhalve als incompetent gediskwalificeerd. De milieubewegingen worden van harte uitgenodigd zich ter plekke op de hoogte te stellen, alleen niet Greenpeace, 'slechts de serieuze organisaties zijn welkom'.

Typisch optreden van een arrogante multinational, gesteund door een al even arrogante blanke overheid, die over deze zaak wel veel zegt, maar niets doet, vinden de drie klagers. Hopelijk verandert dat wanneer de huidige regering binnen afzienbare tijd is vervangen, zeggen ze. Het Keniase jurylid Mary Okelo is het daar al zichtbaar mee eens, maar de echte uitspraak is pas vanavond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden