internationaal strafhof / Wie worden verdacht van terreur in Darfur?

Het Internationaal Strafhof in Den Haag maakt vandaag de eerste verdachten bekend die beschuldigd worden van het plegen van oorlogsmisdaden in de Soedanese regio Darfur.

door Sybilla Claus

Al in 2005 heeft een commissie van de Verenigde Naties na uitgebreid onderzoek in Darfur een lijst met 51 verdachten samengesteld, maar die lijst bleef geheim. Natuurlijk werd er wel driftig gespeculeerd: er zouden mensen op staan tot in de hoogste regionen van het islamistische regime in de Soedanese hoofdstad Khartoem.

Ook nu weer is het meest spannend, hoe hooggeplaatst de personen zijn die het Internationale Strafhof (ICC) durft aan te klagen. De Verenigde Staten betitelden de moordpartijen en etnische zuiveringen in Darfur al sinds 2004 als genocide. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat de president van een dictatuur als Soedan, Al Bashir geheten, op de hoogte is van wat zijn Arabische vrienden in Darfur uitspoken. Als hij al niet zelf het commando tot actie heeft gegeven.

Maar ook al wordt Al Bashir aangeklaagd, tot een proces komt het voorlopig niet. Vanmiddag zal hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo bewijs overleggen, dat moet aantonen dat bepaalde individuen zich hebben schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Darfur. Het gaat daarbij om verkrachting, marteling en moord. Vervolgens buigen rechters zich over dit bewijs. Zij beslissen dan of er daadwerkelijk dagvaardingen dan wel arrestatiebevelen zullen worden uitgevaardigd, en of er dus een proces komt. Formele aanklachten volgen pas daarna, en het is volslagen onduidelijk hoe lang dit alles zal duren.

In maart 2005 vroeg de VN-Veiligheidsraad aan het ICC om de crisis in Darfur te onderzoeken. Door het geweld en de afhoudende opstelling van de regering kon het onderzoeksteam Darfur niet bezoeken. Er zijn vooral getuigen buiten Soedan geïnterviewd. Waarschijnlijk zullen de aanklagers, net zoals is gebeurd bij het Sierra-Leonetribunaal, verdachten uit alle strijdende partijen aanwijzen. Dat wil zeggen van de Janjaweed – de Arabische milities die veel leed hebben veroorzaakt; van rebellengroepen als SLA en Jem; en van de regering, die de Janjaweed moreel en logistiek – met gevechtsvliegtuigen, helikopters en troepen – steunt.

Overigens erkent Soedan het ICC niet. „Wij zijn in staat zelf alle misdadigers te vervolgen. Het ICC heeft hier daarom absoluut geen jurisdictie”, zei justitieminister Ali al-Mardi onlangs nog in een interview. Een paar maal zouden verdachten zijn veroordeeld, maar of dat schijnprocessen zijn geweest met zondebokken is niet duidelijk. In het algemeen is de bewering over eigen rechtspraak niet serieus te nemen.

Stel dat het komt tot vervolging van Soedanezen, zal de huidige regering hen nooit uitleveren.

Waarschijnlijk heeft het verzet van het regime tegen de komst van een VN-vredesmissie naar Darfur te maken met de angst dat VN-soldaten verdachten voor het ICC kunnen arresteren. Die VN-missie blijft voorlopig een wensdroom. En aangezien het ICC geen opsporingsbeambten heeft, kan het nog lang duren eer verdachten daadwerkelijk in Haagse cellen belanden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden