Interactieve burger bestaat niet

Het nieuwe kabinet moet in een A4'tje vastleggen dat het de burger fatsoenlijk en in alle openheid zal informeren. Maar het moet niet verwachten dat mensen meedenken over beleidskwesties. Het volk kiest elke vier jaar zijn vertegenwoordigers en meer wil het ook niet.

In de politiek is met de komst en ondergang van Fortuyn ongekend snel een beweging op gang gekomen om een heuse cultuuromslag te bewerkstelligen: weg met de veel gesmade geslotenheid van het politieke systeem, sloop de spreekwoordelijke achterkamertjes. Of die beweging doorzet zal nog moeten blijken, maar de eerste tekenen wijzen toch op meer dan een modieuze bevlieging van voorbijgaande aard.

Nog nooit in de parlementaire geschiedenis is een voorzitter van de Tweede- Kamer gekozen via een zo open procedure als dit keer. Nog nooit is een kabinetsformatie verlopen zoals op dit moment; meest opmerkelijk is de tamelijk radicale breuk met de gegroeide gewoontes rond het regeerakkoord. Dit keer geen gedetailleerde afspraken over rekeningrijden, 1012 agenten, 2123 verpleegkundigen en 3234 onderwijzers erbij, alsmede 8,7 procent regelgeving er af, dit alles bedacht, uitgewerkt, opgeschreven en in drievoud ondertekend door de fractie specialisten van de beoogde regeringspartijen.

Nee, dit keer een document over uitgangspunten, principes en hoofdlijnen van regeringsbeleid, een debat in de Tweede-Kamer daarover en vervolgens een verdere uitwerking van dit document door de aan te trekken bewindslieden.

Beide opmerkelijke omslagen komen tot stand op zeer korte termijn, zonder dat er enigerlei structurele wijziging in het politieke systeem doorgevoerd hoeft te worden. Het gaat om niets meer en niets minder dan het doorbreken van vaste gewoontes, om een cultuuromslag dus.

Belang en reikwijdte van die omslag moeten niet onderschat worden. De kern van de omslag schuilt mijns inziens in de terugkeer van een meer dualistische verhouding tussen regering en volksvertegenwoordiging, vooral voortvloeiend uit de veel minder strakke binding van de regeringsfracties aan een minder gedetailleerd regeerakkoord. Een open politiek debat is een noodzakelijke voorwaarde voor herstel van de verbinding tussen het maatschappelijke debat en de Haagse politiek en herstel van vertrouwen in 'de politiek'.

De visie van het kabinet op de verhouding tussen overheid en burgers zou op een half A4'tje kunnen. Een helder geformuleerde visie op de rol en functie van overheidsvoorlichting in ons politiek democratisch systeem, zou het parlement een uitgelezen mogelijkheid geven om eindelijk een fundamenteel debat te voeren over fundamentele, democratische waarden: hoe ver reikt het recht van de burger op overheidsinformatie en hoe kan dat recht het best veilig gesteld worden?

Laten we er even van uitgaan dat de zich nu aankondigende grotere distantie tussen kabinet en volksvertegenwoordiging beklijft en niet sneuvelt onder een onbedwingbare hang naar controle, beheersing en regie.

Het vorig jaar gepubliceerd rapport van de commissie-Wallage, over de toekomst van overheidscommunicatie, kan zo in de prullenmand. Het is geheel geschreven vanuit een Haags perspectief en adviseert bijvoorbeeld 'pro-actieve' voorlichting over niet-aanvaard beleid. Daarbij wordt gedacht aan de campagne van de ANWB en De Telegraaf tegen het rekeningrijden. Het rapport suggereert verder bijvoorbeeld dat de Tweede-Kamer bij het maken van beleid naast of in plaats van bewindslieden het probleem definieert. Dat staat haaks op de beweging naar meer dualisme die nu op gang gekomen is.

De oplossing moet gezocht worden in het Zweedse model: breng een duidelijk herkenbare scheiding aan tussen politieke communicatie enerzijds en voorlichting in het kader van de uitvoering van beleid anderzijds. Stel voor bewindslieden een kleine, politiek benoemde staf aan, onder wie een politiek adviseur voor de media. Hanteer als regel dat de bewindspersoon de media te woord staat, is hij/zij niet beschikbaar dan meldt de politiek adviseur wat het standpunt of de reactie van de bewindspersoon is. Media kunnen dit standpunt letterlijk en met bronvermelding overnemen.

Daarnaast moet overheidsinformatie in de meest brede zin van het woord openbaar en toegankelijk gemaakt worden voor de burgers, gebruikmakend van de moderne technische mogelijkheden. Geef tegelijk ambtenaren de vrijheid informatie te verstrekken over al wat op internet staat zonder dat zij door hun chef ter verantwoording geroepen kunnen worden of de rijksrecherche op hun dak krijgen wegens 'lekken'.

Daarnaast is het belangrijk dat op rijksniveau geen cent en geen seconde wordt geïnvesteerd in 'interactieve beleidsvorming' à la Wallage. De burger zit daar niet op te wachten. Dat is niet mijn hoogstpersoonlijke opvatting, dat is zonneklaar af te lezen uit het interessante onderzoek dat het bureau Motivaction in opdracht van de commissie Overheidscommunicatie (CTO) heeft uitgevoerd naar verschillende stijlen van burgerschap. Alleen de ongeveer 20 procent met een 'maatschappijkritische burgerschapsstijl' voelt wel voor een rol als coproducent van beleid. Het blijkt te gaan om 'veel mensen die werkzaam zijn bij de overheid dan wel intensief betrokken zijn bij het overheidsbeleid'.

Belangwekkender is wat Martijn Lampert, één van de auteurs van het Motivaction-rapport, opmerkt in Trouw van 25 mei. Hij stelt dat de overheid signalen over onvrede en onbehagen genegeerd heeft, zo heeft de overheid niets gedaan met onderzoek waarin het tanend vertrouwen in de overheid en de neiging zich af te wenden duidelijk herkenbaar zijn.

Wat de commissie betreft is van negeren echter geen sprake, integendeel. ,,Uit het onderzoek van Motivaction blijkt dat het merendeel van de bevolking nauwelijks communiceert met de overheid en dat lang niet iedereen behoefte heeft om te participeren in de beleidsvorming'', schrijft de commissie. Om er ogenblikkelijk aan toe te voegen dat de overheid een extra inspanning moet leveren om ook te communiceren met de mensen die niet uit zichzelf de overheid opzoeken. De commissie noemt dat een democratische uitdaging, je kunt het ook zendingsdrang, bevoogding of gewoon niet serieus nemen van de burger noemen. Immers: niet de burger zoals hij is, maar de burger zoals hij volgens de commissie zou moeten zijn, met een maatschappijkritische burgerschapsstijl, is uitgangspunt in het denken. Dat de meeste burgers daar geen zin in hebben, doet er kennelijk niet toe.

De betrekkingen tussen de overheid en de burger zijn niet eendimensionaal. Ten eerste komt ons als staatsburger het kiesrecht toe, dan bepalen wij welke politieke partijen leiding mogen geven aan 'de overheid als institutie'. Daarnaast kunnen wij als onderdaan jaarlijks een belastingaanslag tegemoet zien, wordt de aanvraag voor een bouwvergunning wel of niet gehonoreerd, krijgen we bekeuringen als we te hard rijden en worden we in de boeien geslagen als we wet- en regelgeving ernstiger schenden.

U merkt het: de burger als klant komt in het rijtje niet voor. Om de even simpele als fundamentele reden dat het beeld van 'de burger als klant' misleidend is. Een klant heeft altijd een keuzemogelijkheid. Als bedrijf A niet levert wat hij vraagt, een veel te hoge prijs berekent of hem onheus bejegent, dan stapt de klant over naar bedrijf B. Dat is de essentie van 'de klant is koning'. Die essentie ontbreekt wanneer de burger met 'de overheid' te maken krijgt: hij kan zijn paspoort nergens anders aanvragen en zijn huisvuil niet door een ander laten ophalen.

Kortom: in het regeerakkoord zou een alinea moeten staan over de relatie 'overheid-burger'. Die tekst neemt ondubbelzinnig afstand van het misleidende beeld van de 'burger-als-klant' en verplicht dienstverlenende overheidsonderdelen een protocol te hanteren over een fatsoenlijke omgang met de burger die voor allerlei diensten nergens anders dan bij de overheid terechtkan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden