Intensief leven, in Westerbork

Spiritualiteit staat volop in de belangstelling. Een bekend spiritueel denkster uit Nederland was Etty Hillesum, die in 1943 in Auschwitz werd vermoord. Zij schreef over liefde, God, en waarom ze niet onderdook. Ook toen zij in kamp Westerbork belandde, hield zij vast aan haar overtuigingen.

Ton Jorna

Al weer enige jaren geleden ontmoette ik in Westerbork een voormalige kampbewoner. Hij kon zich Etty goed herinneren. Van haar dagboek had hij niets geweten, maar zij was hem wel opgevallen door de wijze waarop ze daar aanwezig en anderen behulpzaam was.

Voor Etty Hillesum zelf was dat – zo blijkt uit de dagboeken die ze schreef toen ze in de eerste oorlogsjaren in Amsterdam woonde, 27 jaar oud – precies de grote vraag: zou zij, als het erop aankwam, de geestelijke ontwikkeling waarvan zij verslag deed kunnen waarmaken?

Op 9 juni 1942 schreef zij: „Ik vertoef in m’n werk steeds in de hoogste sferen van de geest en wanneer ik over zulke wantoestanden hoor, vraag ik me waarschijnlijk onbewust, en nu trouwens zeer bewust af: zou ik deze manier van werken met dezelfde overtuiging en overgave kunnen voortzetten, wanneer ik met 8 hongerige mensen in één smerige kamer woonde? Want dit geestelijke werken, dit intensieve innerlijke leven heeft voor mijn gevoel alleen waarde, wanneer het onder àlle uiterlijke omstandigheden kan worden voortgezet; en al kan men het dan niet practisch en in de daad voortzetten, dan toch innerlijk in de voorstelling. Anders is alles, wat ik nu doe alleen maar ’Schöngeisterei’.”

Het bleek wel degelijk meer dan Schöngeisterei. Etty Hillesum had de mogelijkheid onder te duiken, maar besloot dat niet te doen omdat zij de mensen die niet konden onderduiken tot steun wilde zijn. In de periode van 30 juli 1942 tot 7 september 1943 verblijft zij vier maal een periode in Westerbork. Als medewerkster van de Joodse Raad kon zij heen en weer reizen naar Amsterdam, totdat op 5 juli 1943 die bijzondere status verviel en zij een gewone kampbewoonster werd. Op 7 september van dat jaar werd zij samen met haar ouders en broer Mischa en vele anderen op transport gesteld. Volgens het Rode Kruis is zij op 30 november 1943 in Auschwitz omgekomen.

Wanneer we dan de brieven lezen die zij in Westerbork heeft geschreven, blijkt hoe zij het lot van haar volk heeft gedeeld. In deze heruitgave van de selectie die eerder in 1982 werd gemaakt uit de toentertijd bekende brieven, zijn ook de twee lange brieven uit december 1942 en van 24 augustus 1943 opgenomen waarin Etty Hillesum de toestanden in kamp Westerbork beschrijft. De samensteller van deze bloemlezing, J.G. Gaarlandt, zei over deze twee brieven (die overigens in het najaar van 1943 al clandestien waren uitgegeven) dat men die ’welhaast als hét literaire monument voor Westerbork kan beschouwen’.

De brieven verslaan het dagelijkse leven in het doorgangskamp, maar de lezer ziet ook hoe Hillesum daar van betekenis is voor anderen. En wanneer zij stilstaat bij wat er gebeurt in het doorgangskamp en in ’Polen’ - ’een soort verzamelnaam voor al het onbekende van de toekomst’ – maakt ze ons deelgenoot van de samenhang zoals zij die ziet: dat zowel het existentiële lijden als de existentiële liefde wezenlijk deel uitmaakt van de ’mensengeschiedenis’.

De titel van de eerdere uitgave – ’Het denkende hart van de barak’ - was door uitgever Gaarlandt gekozen uit een losstaande dagboeknotitie. Voorafgaand aan deze woorden staat een typerende Hillesum-zin: „Dat ik moet getuigen, mijn God: dat het goed en mooi is in jouw wereld te leven, ondanks alles, wat wij mensen, elkaar aandoen.” Dit geeft de houding weer die Etty Hillesum zich in de Amsterdamse periode heeft eigen gemaakt en die zij ook in Westerbork behoudt. Daar schrijft zij: „Wanneer ik sta, in een hoekje van het kamp, mijn voeten geplant op jouw aarde, het gezicht verheven naar jouw hemel, dan lopen me soms de tranen over het gezicht, geboren uit een innerlijke bewogenheid en dankbaarheid, die zich een uitweg zoekt.”

In het werk van Etty Hillesum komen bepaalde zinsneden steeds terug. Het ’ondanks alles’ uit het aangehaalde citaat is daarvan een voorbeeld. Haar brieven zijn weliswaar te beschouwen als een ’elementair-zedelijke’ aanklacht tegen terreur, maar zijn ook tekenend voor haar weigering zich te conformeren aan een zwartwit wereldbeeld waarin de ene partij het kwade en de andere het goede vertegenwoordigt. „Dat het zo scheef gaat met ons”, schrijft zij, „dat ligt aan onszelf.” Haar antwoord op de vraag waarom er oorlog is, luidt in haar dagboeken dan ook: „Misschien, omdat ik af en toe neiging heb om m’n medemensen af te snauwen. Omdat ik en m’n buurman en iedereen niet genoeg liefde in zich heeft. En men kan de oorlog en al z’n uitwassen bestrijden door in zichzelf, dagelijks, ieder ogenblik, die liefde te bevrijden en kans te geven om te leven.”

Sinds in 1981 een selectie uit de dagboeken en brieven van Hillesum verscheen onder de titel ’Het verstoorde leven’ is de belangstelling voor haar werk alleen maar toegenomen. Er is een integrale editie van haar geschriften tot stand gekomen en er is veel over haar werk nagedacht en geschreven. Zo wordt wat Etty Hillesum beoogde, ’iets doen voor het nageslacht’, bewaarheid. „Ik heb ervaren, dat men, door al het zware te dragen, het verkeren kan in het goede”, schrijft zij, en dat maakt haar voor veel mensen tot een voorbeeld.

Dit is een inleiding op ’Het denkende hart van de barak’ door Etty Hillesum, dat uitgeverij Van Gennep en Trouw heruitgeven in de reeks ’De kracht vanbinnen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden