Integriteit ambtenaar in gevaar Toch nog weinig corruptie bij contacten met harde jongens van de afvalbranche

APELDOORN - De integriteit van bestuurders en ambtenaren die zijn betrokken bij de verwijdering en verwerking van afvalstoffen, staat onder sterke druk.

Zowel bij de vorming van het beleid als bij de uitvoering is sprake van belangenverstrengeling tussen overheid en branche-organisaties. Bestuurders dragen soms dubbele petten: gedeputeerden en wethouders zijn vaak ook commissaris bij een afvalverwerkingsbedrijf, waardoor fricties kunnen ontstaan.

Ambtenaren maken zich soms schuldig aan verwijtbare naïviteit en nalatigheid, bijvoorbeeld door geen actie te ondernemen wanneer er sprake is van onregelmatigheden. Niet zelden worden afspraken gemaakt tussen overheid en malafide bedrijven. Soms is er sprake van verdacht tot strafbaar optreden van Nederlandse bestuurders of ambtenaren.

Deze conclusies trekt een projectgroep van de Nederlandse school voor openbaar bestuur (NSOB) in een onderzoek naar (grensoverschrijdende) afvalstromen, milieucriminaliteit en integer handelen binnen het openbaar bestuur. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).

Gering

Een van de drie auteurs van het rapport, drs. John Berends, waarnemende directeur van de Nederlandse Politie Academie/CIVO, wijst erop dat hoe sterk de integriteit ook onder druk staat, het aantal concrete gevallen van betrokkenheid van bestuurders en ambtenaren bij fraude en corruptie gering is. Berends: “Ons onderzoek was niet gericht op het opsporen van strafbare feiten, maar op het in kaart brengen van de wrijvingsvlakken waar de bestuurlijke en ambtelijke integriteit in gevaar kan komen.”

Het onderzoek past in de discussie over de bestuurlijke integriteit die de laatste jaren op gang is gekomen. Een belangrijke aanzet daartoe gaf de in januari van dit jaar overleden minister van binnenlandse zaken, Ien Dales, met haar befaamde speech van juni 1992 'Om de integriteit van het openbaar bestuur'.

Zij waarschuwde daarin voor het sluipende gevaar van machtsbederf bij bestuurders en ambtenaren. Volgens haar ligt het gevaar van systematische beïnvloeding van politici en (semi-)overheidsambtenaren door de georganiseerde misdaad op de loer. Dit gevaar dient zich in het eenwordende Europa met meer nadruk aan. Het ministerie van binnenlandse zaken heeft meerdere activiteiten opgezet, die de integriteit in de openbare sector moeten gaan beschermen.

Een van de bronnen van gevaar vormt volgens de onderzoekers het toepassen van nieuwe instrumenten, zoals publiek-private samenwerking, convenanten en andere vormen van zelfregulering. Berends: “De overheid wil sturen op afstand. Bij publiek-private samenwerking komen ambtenaren daardoor in direct contact met het particuliere initiatief. De waarden en normen van beide groepen verschillen, de ambtenaar wordt bestookt met de terminologie van het bedrijfsleven. De ambtenaar vindt geen regels en normen voor bijvoorbeeld het maken van reisjes en het aanemen van diensten. De onderhandelingstechnieken verschillen, men spreekt elkaars taal niet, maar tegelijkertijd is de ambtenaar gedwongen samen te werken met de harde jongens van de afvalbranche. Daar doen zich wrijvingen voor die de integriteit in gevaar kunnen brengen.”

Het rapport, dat is gebaseerd op gesprekken met mensen van onder meer politie, openbaar ministerie en bestuur, pleit ervoor dergelijke nieuwe instrumenten kritisch te toetsen op de mogelijkheden tot ongewenste beïnvloeding. Berends: “Ook moet je de ambtenaar die onderhandelt met het bedrijfsleven, wegwijs maken in de gedragscodes van de anderen. Ze moeten nader worden geïnstrueerd over de valkuilen waar ze in kunnen stappen.”

Bij de (grensoverschrijdende) afvalstromen constateren de onderzoekers een ernstig tekort bij de handhaving van de regels. De wijze waarop de inzameling en verwerking van afval is georganiseerd, is gevoelig voor fraude. Malafide ondernemers kunnen invloed uitoefenen, terwijl de onderzoekers aanwijzingen hebben dat de georganiseerde misdaad zich uitzaait in de afvalverwerking; een sector waarin miljarden guldens omgaan. Overigens zijn echt harde bewijzen dat misdaadondernemingen zich actief met afval bezighouden nog (steeds) niet voorhanden.

Berends: “De handhaving is slecht; de politieke belangstelling en kennis daarvoor is gering. Neem alleen al het aantal personen dat met de controle is belast: dat zijn er in relatie tot het aantal bewegingen veel te weinig. De verordeningen voor afvalstromen zijn niet meer dan papieren regels. Bovendien is het systeem fraudegevoelig. Door verschillen in tarieven kunnen gemakkelijk extra winsten worden opgestreken. Op het terrein van het afval maakt de gelegenheid de dief. Bovendien is door de strengere regelgeving de kostprijs van afvalverwerking sterk toegenomen. Dit heeft afvaltoerisme en milieucriminaliteit in de hand gewerkt.”

Tijdens het onderzoek stuitten de onderzoekers op meerdere voorbeelden van nalatigheid, naïviteit, belangenverstrengeling en dergelijke. Berends: “De geïnterviewden vertoonden een grote openheid. Overigens hebben we er geen zicht op of de voorbeelden die ons zijn aangereikt relatief veel of weinig voorkomen. Het gaat om ambtenaren die geen actie ondernemen, bijvoorbeeld wanneer hij weet dat een afgifteformulier vals is of wanneer hij op zijn vingers kan natellen dat voor een bepaalde lage prijs geen reglementaire verwerking kan plaatsvinden. Ook worden ontheffingen verleend voor zaken waarvan men had behoren te weten dat de Belgische grens daarvoor gesloten is.”

Overheid

“Ook de overheid zelf is vaak in overtreding. Zo heeft een door de overheid geëxploiteerde stortplaats geen voorziening voor een bepaald soort giftig afval. Het wordt zonder vergunning toch opgeslagen en het OM vervolgt niet. In een bepaalde provincie wordt niet gehandhaafd zolang er nog geen vergunning is afgegeven; ook bij aperte gevallen van ernstige milieudelicten doen de ambtenaren niets.”

“Voorbeelden van een te grote belangenvermenging van ambtenaren die vergunningen verlenen zijn onder meer het maken van een trip naar het buitenland op kosten van een bedrijf ('het bezoeken van een installatie') en een te nauwe relatie met het bedrijf, waardoor controles niet worden uitgevoerd of een bedrijf tevoren wordt getipt over een controle. Dergelijke ongewenste relaties leiden slechts in een enkel geval tot een reactie, zoals overplaatsing.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden