Integratie / Marokkanen scoren beter dan Turken

Elke leraar, elke agent, ja iedereen vermoedde het al jaren: de ene groep immigranten vindt moeilijker zijn plek in Nederland dan de andere. Marokkanen werden daarbij vaak gezien als de moeilijkste groep. Ten onrechte, blijkt nu minister Verdonk de verschillen eens in kaart heeft laten brengen.

door Lydia Bremmer en Cees van der Laan

'Turken doen het veel beter dan Marokkanen. Antillianen veroorzaken alleen maar overlast en criminaliteit. En Somaliërs zijn geen haar beter.' Het zijn de bekende clichés die we kunnen optekenen in sportkantine, café of op een verjaardagsfeestje. De realiteit is toch anders, blijkt uit het meest recente onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Wellicht dat ons beeld bepaald wordt door wat we in de krant lezen of op televisie zien. Marokkaanse crimineeltjes, Antilliaanse bollitaslikkers en Surinaamse crackverslaafden komen vaak in het nieuws en kunnen ons het beeld op de werkelijkheid benemen. Sommigen leiden er ook de mate van integratie uit af.

Minister Verdonk (vreemdelingenbeleid en integratie) liet het onderzoeken. Zij wilde weten hoe het staat met de integratie van de diverse migrantengroeperingen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast wilde ze weten welke maatregelen om integratie van migranten te bevorderen werken, en welke niet. Of platter gezegd: is het overheidsgeld goed besteed of niet? En als dat niet zo is, waar moet het geld in de toekomst dan naar toe?

Dat de liberale minister dit heeft laten onderzoeken, kwam onder andere voort uit de commissie-Blok, de parlementaire onderzoekscommissie die het Nederlandse integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar heeft onderzocht. Dit beleid faalde, stelde Blok vast, maar desondanks zijn veel allochtonen op eigen kracht in mindere of meerdere mate succesvol geweest. Toch bleef de discussie wat nu precies een geslaagde dan wel minder geslaagde integratie was. Verdonk zette vervolgens het WODC erop om dat nader uit te zoeken.

Het voorlopige resultaat van de onderzoeksopdracht is de 'integratiekaart', een soort rapport waarop de scores worden bijgehouden van de migrantengroeperingen. Deze wordt de komende tijd verder uitgewerkt. En wat blijkt uit de voorlopige bevindingen? Diverse hardnekkige clichés worden ontzenuwd. Zo doen de Marokkanen het op het gebied van scholing en werk flink beter dan Turkse migranten. Antillianen en Surinamers scoren op het gebied van scholing bijna even goed als autochtonen, net als Hongkong-Chinezen en Ethiopische leerlingen. Dit laatste is interessant, want bewoners uit buurland Somalië integreren uiterst moeizaam in Nederland.

De integratiekaart vermeldt niet hoe migranten scoren in de criminaliteitsstatistieken. Dat is op zichzelf vreemd, omdat criminaliteit ook iets zegt over de mate van integratie. De commissie-Blok stelde vast dat in alle criminaliteitscategorieën allochtonen significant hoger scoren. Ook ontbreekt de mate van godsdienstbeleving en de invloed van culturele achtergronden op de integratiekaart.

De kaart kijkt vooral naar werk, schoolprestaties en sociale uitkeringen. Turkse migranten en hun nazaten, in totaal zo'n 350000 mensen, scoren op terreinen van scholing, werk en uitkeringen duidelijk slechter dan andere migrantengroepen, zoals Marokkanen, Antillianen en Surinamers. En dat is bijzonder, want juist van de Turkse migranten werd door de experts gezegd dat zij het beter doen dan bijvoorbeeld Marokkanen.

Turkse leerlingen blijven bij alle schoolsoorten duidelijk achter in de slagingspercentages. Dit geldt ook voor de tweede generatie. Chinezen en Ethiopiërs doen het op school even goed of zelfs beter dan autochtone leerlingen. Antillianen stromen zeer goed door naar het hoger onderwijs.

Surinamers en Antillianen werken bijna evenveel als autochtone Nederlanders, Kaapverdianen werken meer dan autochtonen. Ook mensen uit Ghana en de Filippijnen werken vaak. Nieuwkomers uit Irak, Afghanistan en Somalië werken echter weinig. Zelfstandige ondernemers vinden we vooral onder migranten uit China, Hongkong en Egypte. Volgens de onderzoekers blijkt daaruit dat deze migranten goed inzicht hebben in de Nederlandse samenleving en contacten hebben om een bedrijf te beginnen.

Turken zitten vaker in de WAO dan Marokkanen. Van de eerste generatie Turkse immigranten krijgt zestien procent een WAO-uitkering, onder de Marokkanen van de eerste generatie is dat elf procent. Ook onder Turken van de tweede generatie is de afhankelijkheid van WAO-uitkeringen hoog. Ongeveer even slecht scoren Turken en Marokkanen op leeftijd: van de immigranten die al meer dan achttien jaar in Nederland leven, leeft 45 procent van de Turken, en 43 procent van de Marokkanen van een uitkering.

Ook schoolprestaties nemen een belangrijke plaats in op de 'integratiekaart'. Daarbij is er gekeken naar de eindexamenresultaten in de jaren 1999 tot en met 2002. Niet zo verrassend is dat migranten uit niet-westerse landen daarbij het slechtst scoorden. Zo slaagde in 2002 voor het mavo-examen 97 procent van de autochtone leerlingen, tegen 86 procent van de niet-westerse allochtone groep.

Wie meer in detail kijkt, merkt opnieuw opvallende verschillen tussen etnische groepen. De Turkse leerlingen presteren het minst op school. Van de autochtone vwo'ers bijvoorbeeld legde 94 procent het examen met succes af, onder hun Turkse medescholieren bedroeg dit percentage 77. Marokkaanse leerlingen deden het net ietsje beter, van hen behaalde 79 procent het diploma. Ook in de andere schooltypes doen Marokkanen het iets beter dan Turken.

Daar staat tegenover dat in de onderzochte periode de leerlingen van Turkse afkomst die havo doen, hun grote achterstand het snelste hebben ingelopen. Haalde in 1998 van hen slechts 64 procent het havo-examen, in 2002 was dat driekwart.

De best presterende scholieren uit niet-westerse gezinnen komen uit China en Ethiopië. Zij doen nauwelijks onder voor de autochtone leerling.

Volgens onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Universiteit Nijmegen zeggen de getallen bitter weinig. ,,Schoolprestaties zijn geen indicator voor integratie. Je kunt het goed doen op school, maar thuis nog helemaal in je eigen cultuur leven. Een klassiek voorbeeld zijn Molukse meisjes: goede prestaties op school, maar helemaal niet geïntegreerd.'' Jungbluth vindt het onderzoek te simpel. ,,De maatstaf is: in hoeverre lijken de allochtonen op Nederlanders? Maar als je integratie zo beziet, dan zijn Friezen ook niet geïntegreerd. Zij spreken Fries, trouwen met een Friese partner en scoren minder goed op school.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden