Integratie had van meet af aan politieke aandacht

Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar het integratieproces deugt, maar de conclusies niet, zeggen critici. Het adviesorgaan voelt zich niet aangesproken. De verschillende kabinetten deden het niet slecht, ook volgens de cijfers.

Jan Willem Duyvendak e.a.

Rond het onderzoek dat we in opdracht van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid deden, ontstond een hoop commotie. In de media verlegt de aandacht zich intussen van de boodschapper naar de boodschap.

Nu onze wetenschappelijke kwaliteiten en onpartijdigheid niet langer worden betwist, lijkt de discussie zich toe te spitsen op de conclusies van ons bronnenonderzoek.

In april hebben we op verzoek van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid de volgende vragen beantwoord. Welk integratiebeleid kende Nederland in de afgelopen dertig jaar? Wat waren de doelstellingen en resultaten van dit beleid op de deelterreinen werk & inkomen;, onderwijs, wonen, sport en recreëren? Is er sprake geweest van samenhang en consistentie in het integratiebeleid op deze deelterreinen? En in hoeverre is dit beleid, gegeven de doelstellingen, als succesvol te kwalificeren?

Op basis van deze vraagstellingen is vanaf januari gewerkt aan de bestudering van de beleidsstukken en beschikbare effectiviteitsonderzoeken. Het ISEO van de Erasmus Universiteit Rotterdam droeg bij door analyse van cijferreeksen over de ontwikkeling in de sociaal-economische positie van allochtonen. Het leidde tot een omvangrijk rapport, waarvan de hoofdmoot bestaat uit een beschrijving van het algemene en op de deelterreinen gevoerde integratiebeleid. Daarnaast zijn, op basis van het cijfermateriaal, de behaalde resultaten gelegd.

Een afzonderlijk deelrapport bevat onze conclusies over de consistentie, samenhang en het succes van dertig jaar integratiebeleid. Vooral over die conclusies gaat thans de discussie.

Allereerst dient te worden vastgesteld dat al dan niet behaalde resultaten niet vanzelfsprekend aan het gevoerde integratiebeleid zijn toe te schrijven. Algemene maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld in de economie) wegen zwaar. Soms waren deze omstandigheden bevorderlijk, maar soms ook niet. Ook de houding van maatschappelijke partners, zoals bedrijven of woningbouwcorporaties, speelt een aanzienlijke rol. Verder worden de resultaten beïnvloed door de voortgaande instroom van nieuwkomers, die nog aan het begin van hun integratietraject staan.

Vervolgens kan worden geconstateerd dat de doelen van het integratiebeleid vaak ambitieus waren, maar de bijhorende maatregelen in de regel bescheiden. Pas in de laatste jaren kwam het van onderzoek naar de effectiviteit van beleid. Toch blijkt het op onderdelen mogelijk om het effect van overheidsbeleid, met de nodige voorzichtigheid, in te schatten, bijvoorbeeld bij het onderwijsachterstandenbeleid en bij het volkshuisvestingsbeleid.

Uit het bronnenonderzoek blijkt dat de integratie van nieuwkomers en hun nazaten vrijwel permanent politieke aandacht had. Naast de algemene maatschappelijke positie en de immigratieproblematiek, kwamen onderwerpen als culturele inpassing, interetnische verhoudingen en de matige effectiviteit van het beleid regelmatig aan de orde.

Dat geldt in mindere mate voor heikele kwesties die tegenwoordig het politieke debat domineren, zoals de anti-integratieve tendens in bepaalde moslimkringen, de onvrede aan de zijde van autochtonen over de migratie- en integratieproblematiek, en het sociale ongemak in de stedelijke concentratiewijken. Er is bij tijd en wijle in bedekte termen op deze kwesties gezinspeeld, maar tot een concrete aanpak kwam het niet. Het probleem van zwarte scholen en wijken kwam wél vaak ter sprake, maar wat de politiek hieraan dacht te doen bleef onduidelijk.

Wij hebben integratie niet beoordeeld tegen het licht van wat de overheid nu beoogt. Wij maten de resultaten af aan de doelstellingen van het integratiebeleid zoals die in de loop der tijd zijn geformuleerd. Dat was ook de opdracht. Op basis daarvan concluderen wij dat het beleid vanaf de jaren tachtig consistent gericht was op het bestrijden van achterstanden van migrantenkinderen in het onderwijs en op de arbeids- en woningmarkt. Vanaf de jaren negentig ontstond aanvullend inburgeringsbeleid voor nieuwkomers en -nog weer later- voor oudkomers met taalachterstanden.

In het goeddeels losstaande cultuurbeleid vonden echter grote verschuivingen plaats. Aanvankelijk was men voorstander van behoud van de eigen identiteit, vanwege een soepele terugkeer. Daarna domineerde het idee van cultuurbehoud omdat dit de collectieve emancipatie zou bevorderen. Vervolgens verschoof de aandacht naar activering van de individuele burger; recentelijk wordt cultuurbehoud vooral als risicofactor gezien. Het staat in het rapport uitgebreid beschreven.

Wij concluderen dat de doelstellingen van de opeenvolgende regeringen voor het opheffen van sociaal-economische achterstanden in behoorlijke mate zijn gerealiseerd. Dit geldt vooral op het terrein van het onderwijs en in mindere mate voor het werken en wonen. Dat in het rapport gesproken wordt van een redelijk succes houdt verband met de sleutelfunctie van het onderwijs: schoolsucces opent de weg naar (beter) werk, en dat is weer een voorwaarde om beter én in kansrijkere wijken te kunnen wonen.

Op het terrein van de culturele integratie is een uitspraak over doelrealisatie feitelijk ondoenlijk, omdat de overheid haar doelen steeds verlegde, van identiteitsbehoud naar uiteindelijk juist het afzweren daarvan.

De teneur in ons rapport is dus gematigd positief over de vooruitgang die in sociaal-economisch opzicht is geboekt in het licht van de doelstellingen van de opeenvolgende regeringen. Het zou echter een grote vergissing zijn om 'de' integratie dus als geslaagd te beschouwen. Wij hebben dan ook de vraag opgeworpen of in het verleden altijd wel de juiste doelen zijn geformuleerd. Met de wijsheid van nu kan gesteld worden dat belangrijke dilemma's rondom immigratie en integratie, en de autochtone onvrede daarover, onvoldoende in concreet beleid hebben doorgeklonken. Er is dus nog een lange weg te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden