Inspirerende uitvoering van het werk van Franck

In 2009 werd in het Amsterdamse Orgelpark het Verschuerenorgel in gebruik genomen. Het drieklaviersinstrument is klankmatig gebouwd naar voorbeeld van de Frans-symfonische orgels zoals die in de negentiende eeuw door Aristide Cavaillé-Coll werden ontwikkeld. Hierop creëerde César Franck zijn symfonische orgelstijl, die onlosmakelijk verbonden is met het klankbeeld, de dispositie en de speelhulpen van het Cavaillé-Coll orgel dat hij in de Parijse Sainte-Clotilde bespeelde.

Originele, grote Cavaillé-Coll orgels zijn in Nederland uiterst dun gezaaid, dus zo ook het aantal locaties waar Francks orgel-oeuvre op een ideale manier kan worden gespeeld. Het kon dan ook niet uitblijven dat het nieuwe Verschuerenorgel op cd gepresenteerd zou worden in een Franck-programma. Het dubbelalbum werd volgespeeld door Leo van Doeselaar. Dat deed hij zonder volledigheid na te streven: Francks vroege, liturgische gebruiksmuziek uit de bundel 'L'Organist I' en de primair voor harmonium bedoelde bundel 'L'Organist II' werden buiten beschouwing gelaten.

Wat overbleef is een homogeen en qua omvang overzichtelijk oeuvre dat precies op twee cd's past. De eerste wordt gevuld met de 'Six Pièces', waaronder het indrukwekkende 'Grand Pièce Symphonique' en de bijna-evergreen 'Prélude', 'Fugue et Variation', de feestelijke 'Fantaisie in C', de vriendelijke 'Pastorale', de ernstige 'Prière' en de bijna wereldse 'Final'. Op de tweede cd staan de 'Trois Pièces' en de prachtige 'Trois Chorals'.

Leo van Doeselaar is een opmerkelijk veelzijdig musicus die orgelmuziek uit alle periodes, van middeleeuws tot hedendaags, speelt. Een specialist in Franse Romantiek is hij dus niet, maar hij openbaart zich desondanks als een voortreffelijk Franck-speler.

Over de uitvoering van Francks orgelwerken is de afgelopen jaren onder organisten veel te doen geweest, nadat Franck-biograaf Fauquet had gepubliceerd over een exemplaar van de 'Six Pièces' met daarin met potlood door de componist genoteerde metronoomcijfers. Die zijn dramatisch hoger dan de tempi zoals die in de traditie zijn overgeleverd. In het cd-boekje schrijft Van Doeselaar, dat hij deze niet overneemt, ervan uitgaande dat een componist thuis aan de schrijftafel vaak tempi in gedachte heeft die in een grote ruimte niet kunnen werken. Desalniettemin speelt Van Doeselaar over het algemeen wat sneller dan andere organisten. Soms vind ik Van Doeselaar echt té snel, zoals in de middensectie van de 'Pastorale', waar een voorgeschreven andantino als een haastig vivace klinkt. Het derde 'Choral' daarentegen kan Van Doeselaars virtuoos-dramatische aanpak goed verdragen.

Live in de zaal klinkt het Verschuerenorgel nogal direct en soms (te) luid. Het voordeel van de cd is dat de luisteraar het volume zelf op het gewenste niveau kan instellen. Daarom hoefde Van Doeselaar geen concessies te doen in het opentrekken van registers, wat tijdens een concert zeker aanbevelenswaardig is. De klank is zo opgenomen, dat deze homogeen de huiskamer in komt. Ondanks de vrij kleine kerkzaal is er ruim voldoende akoestiek in de opname aanwezig.

Hier en daar zijn in de tongwerken helaas nog steeds storende onregelmatigheden te horen. Over het algemeen klinken de registers als cromorne en trompette, heller en minder zangerig dan ze in de originele Cavaillé-Coll orgels doen. De enorme tutti-klank schreeuwt om de ruimte van een kathedraal. Een echte Cavaillé-Coll is het Amsterdamse Verschuerenorgel dan ook niet, maar wél een inspirerend instrument, getuige Van Doeselaars bevlogen Franck-uitvoeringen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden