Inspiratie in een beddenzaak

De kunstredactie van Trouw vraagt musea een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Margriet Schavemaker, conservator in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Hij liep langs een beddenzaak. Ja, zo ging het, herinnert Wim T. Schippers zich. Daar zag hij een met stof bekleed hoofdeinde van een bed. "Heet dat niet gecapitonneerd, ja toch? Er zitten ook twee lampjes in." Hij had toen nog geen idee wat hij met dat hoofdbord wilde doen, maar het intrigeerde hem en daarom kocht hij het. Thuis had hij ook nog een halve vioolkist liggen, twee rekken van chroom en een beddesprei, van een kinderledikantje uit zijn ouderlijk huis. Die sprei behandelde hij met kunststof zodat het een soort matje werd. Hij schikte de voorwerpen tot een compositie op een houten plaat. Nog wat kunstplanten erop en voilà! Toen riep deze assemblage ineens associaties op met een 'memorial', een herdenkingsteken. "Maar je mag er van alles in zien, het is polyinterpretabel. Ik had het natuurlijk ook gewoon aandenken kunnen noemen, of souvenir op z'n Frans. "Maar ik vond het Latijnse Mnemosynum toch wel chiquer klinken."

Het bovenstaande is wat kunstenaar, schrijver en programmamaker Wim T. Schippers na ongeveer een uur heeft opgegraven uit zijn geheugen over dit werk, dat hij in 1966 maakte. Maar dat is wel een zeer beknopte samenvatting. Het is nogal ingewikkeld, eigenlijk onmogelijk om een gesprek met hem te voeren, waarbij vragen worden gesteld en antwoorden gegeven. Uiteindelijk komen die antwoorden er wel, maar dan zijn er al zoveel zijpaden ingeslagen en gedachtensprongen gemaakt dat Schippers ook zichzelf regelmatig hardop de vraag stelt: 'Tja, wat wilde ik ook al weer vertellen?' 'Wat was ook al weer de vraag?' Gelukkig is er dan ook nog conservator Margriet Schavemaker van het Stedelijk Museum, die af en toe bijstuurt. En zo komen we met z'n drieën toch een heel eind.

Pindakaasvloer

Meestal leven de kunstenaars wier werk aan bod komt in 'Kunst uit de Kelder' niet meer. Het is mooi dat we nu ook eens een springlevende kunstenaar aan het woord kunnen laten. Schippers vindt het geweldig dat hij Mnemosynum eindelijk weer in het echt terugziet. Het Stedelijk kocht het in 1991 aan, maar het is sindsdien alleen in 2006 tentoongesteld in Post CS, waar het museum vanwege de verbouwing toen tijdelijk onderdak had.

Schippers maakte het voor een prijsvraag voor hedendaagse kunst, de Prix Marzotto. Edy de Wilde, de toenmalige directeur van het Stedelijk zat in de jury. Deelnemers mochten vijf werken inleveren van maximaal drie bij drie meter. Schippers: "Ik had zoals vaak in die tijd helemaal geen geld. Maar ik wilde wel graag meedoen. In die tijd begon Frits Becht net met het verzamelen van kunst. Ik heb hem gevraagd of hij me niet kon helpen. Ongezien kocht hij voor vijfduizend gulden één van de werken die ik wilde maken. Van dat geld heb ik allemaal materialen gekocht, waaronder dit hoofdeinde van een ledikant."

Hij won er geen prijs mee en niemand wilde het kopen. "Omdat het nogal in de weg stond, heb ik mijn accountant ermee betaald. Ik had geen geld en hij wilde dit werk wel als betaling voor zijn diensten." Een kwart eeuw later kwam het op een veiling van Christie's terecht, waar het werd gekocht door galeriehouder Harry Ruhé. En dan moeten we toch weer een zijpad inslaan. Want nu zijn naam is gevallen, wil Schippers ook even vertellen welke rol Ruhé in zijn leven heeft gespeeld. Ruhé, een grote fan en kenner van het werk van Schippers, organiseerde in 1997 in het Centraal Museum in Utrecht een overzichtstentoonstelling met onder meer de 'pindakaasvloer'. Daarbij verscheen ook een door Ruhé samengestelde catalogus: 'Het beste van Wim T. Schippers'.

Na eerst nog een uitstapje naar de controversiële pindakaasvloer, waarover ook veel te vertellen valt, keren we weer terug bij Mnemosynum. Harry Ruhé zette dit werk na aankoop in de etalage van zijn galerie. Daar werd het opgemerkt door Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum en die kocht het aan. In de jaren zestig en zeventig had het museum al meer werken van Schippers verworven en deze assemblage was daar een mooie aanvulling op.

Dat Mnemosynum nu zo pontificaal in de krant staat, is fantastisch, vindt Schippers. Het kan ineens niet meer op, de aandacht voor zijn werk, want in het Stedelijk krijgt hij ook nog een zaaltje dat gevuld zal worden met nog eens tien van zijn werken uit de jaren zestig. Schavemaker: "We willen meer gaan doen met onze eigen collectie. Die is zo rijk en was zo lang niet te zien door de verbouwing en sluiting van het museum. Daarbij willen we het accent leggen op de jaren zestig en zeventig. We hebben toen heel goed verzameld, vooral van kunstenaars die net als Wim T. Schippers allerlei media gebruiken en bespelen. Gelijktijdig krijgt ook Marinus Boezem een eigen zaal."

Vooral aan Willem Sandberg, de legendarische directeur die tussen 1945 en 1963 het Stedelijk uitbouwde tot een internationaal gerespecteerd museum, heeft hij veel te danken, zegt Schippers. "Hij zorgde ervoor dat ik in 1962 mijn eerste expositie kreeg in Fodor (destijds een museum in Amsterdam). Ik mocht ook in het Stedelijk, maar dat duurde me te lang. Sandberg heeft veel van me gekocht. Ook al begreep hij niet alles, hij zag wel meteen of het goed was. Hij was zo ruimdenkend."

Ook buiten de kunstwereld is Schippers bekend geworden, niet alleen door zijn pindakaasvloer, maar ook door tv-programma's als 'Hoepla' en de 'Fred Hachéshow' met Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel. Ook sprak hij de stem in van Ernie en Kermit de Kikker in 'Sesamstraat'.

"Ik heb me nooit laten leiden door roem of geld. Je moet alleen de dingen maken die je zelf wilt, niet omdat je denkt dat het publiek daarom vraagt." Vastomlijnde ideeën heeft hij nooit bij het maken van kunst. "Ik laat me vooral inspireren door wat ik op straat vind. Ik heb altijd een plastic zak bij me en mijn zakken zitten altijd vol met dingen die afgedankt zijn. Ik ben ermee begonnen omdat ik geen geld had om spullen te kopen, maar nog steeds maak ik arrangementen van bestaande dingen. Ik voel me wat dat betreft erg verwant met Kurt Schwitters die ook kunst maakte van dingen die mensen weggooien."

Net als je een hele uiteenzetting verwacht over de kunstenaar Kurt Schwitters, kantelt het gesprek toch weer. "Doordat ik mijn hele leven al met een zoekende blik over straat loop, valt me nu ineens dat putje in de vloer op." Hij wijst het aan. "Niemand ziet dat, want mensen kijken vanuit de gedachte dat iets een functie heeft. Baby's doen dat nog niet. Zo onbevangen wil ik ook blijven kijken. Zo heb ik eens vanuit die blik van een baby een tekening gemaakt met een beestje dat over de tafel liep. Ik ben met een pen zijn spoor gaan volgen. Toen het stopte, ben ik er met mijn potlood omheen gelopen. Het beestje ging toen míjn spoor volgen en zo hebben we samen een tekening gemaakt. Geweldig toch?"

'Mnemosynum' is met ingang van 30 januari te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam

Afdeling

hedendaagse kunst

Kunstenaar

Wim T. Schippers (1942)

Titel

Mnemosynum

Datering

1966

Afmetingen

2,5 x 2,5 m

Materiaal

assemblage van hout, metaal en plastic

Verwervingsinformatie

aangekocht in 1991

Depotnummer

1991.1.0292 (1-2)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden