Inspectie tevreden over besteding giro 555-gelden Haïti

Oud-president Jimmy Carter van de Verenigde Staten bezocht op 11 november 2011 een wederopbouwproject in Haïti. Beeld ap

Zowel kwalitatief als kwantitatief hebben de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) de giro 555-gelden voor Haïti beter verantwoord dan de tsunamigelden uit 2008. Dat concludeerde de Algemene Rekenkamer gisteren in het rapport Verantwoording van de hulpgelden 2010 voor Haïti.

Ook de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) rapporteert grotendeels positief over de wijze waarop de SHO-organisaties hun hulp aan de slachtoffers van de aardbeving uitvoerden. 'Vooral ook omdat de hulpverlening plaatsvond in een complexe context van onder meer grote armoede, zwakke lokale overheidsstructuren en een grotendeels verwoeste infrastructuur', aldus de IOB.

Na de allesverwoestende aardbeving in januari 2010, zamelde de SHO 112 miljoen euro in. Ruim 41 miljoen euro kwam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In dat jaar is direct 41 miljoen euro opgegaan aan noodhulp en aan de eerste wederopbouwactiviteiten. De rest van het geld wordt de komende jaren geïnvesteerd in wederopbouw.

In vergelijking met soortgelijke giro 555-acties is nu veel duidelijker gemaakt hoe het geld is besteed en waar het terechtkwam. In de rapportages staat bijvoorbeeld ook wat de werkwijze van de SHO en de deelnemende hulporganisaties is. De SHO bestaat onder meer uit Cordaid, het Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, ICCO en Unicef.

'De hulporganisaties leggen een verband tussen de bestedingen en de geboekte resultaten. Hierdoor krijgt het publiek meer inzicht in de besteding van het hulpgeld', aldus de Rekenkamer. Wel kan de verantwoording nog beter. Zo is onvoldoende duidelijk hoe de geldstromen in Haïti lopen omdat het Nederlandse geld op een gegeven moment onderdeel wordt van een grote internationale geldstroom. Het ontbreekt de Rekenkamer aan een 'systematisch en helder' overzicht van hoe de SHO het geld verdelen over de organisaties waarmee ze in het veld werken.

Reacties
In een reactie zegt de SHO het eens te zijn met de aanbeveling van de Rekenkamer om de geldstromen naar internationale koepelorganisaties inzichtelijker te maken. Tegelijkertijd onderschrijft de organisatie de constatering van de Rekenkamer dat het SHO-geld onderdeel is van de internationale geldstroom.

Farah Karimi, voorzitter van de SHO-actie in Haïti zei dat vanaf het begin duidelijk was dat de hulpverleningsoperatie op Haïti zeer complex zou worden. 'Want al voor de aardbeving was de situatie op Haïti instabiel, de overheid zwak, de bevolking kwetsbaar en de infrastructuur slecht. Dankzij de geweldige steun van het Nederlandse publiek en de bijdrage van de overheid hebben we de afgelopen periode honderdduizenden mensen van de eerste levensbehoeften kunnen voorzien', aldus Karimi. 'Nu is ook de wederopbouw begonnen met de bouw van huizen, de aanleg van structurele watervoorzieningen en gaan kinderen weer naar school.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden