Inspannend lezen

Gedichtendag. Zeg maar gedichtenweek. En dus hoorde ik honderden gedichten, van tientallen dichters. In Café Cox, in de Stadsschouwburg, in de Utrechtse Nicolaaskerk, in de Tweede Kamer, op tv. Niet zo gek, poëzie is een beetje mijn bijbaan. Of mijn hoofdbaan, dat weet ik niet precies. En ik zag ze ook voortdurend, Gerrit Komrij, Ramsey Nasr, Anne Vegter, al die anderen. Ik hoorde ze voorlezen en opeens viel me op: ik snapte er niet veel van. Ik hoorde wel woorden die ik kende, een zin die ik begreep, ook wel eens een strofe, zelfs een enkel heel gedicht: maar grosso modo snapte ik er niet veel van.

Moet je poëzie dan snappen? vroeg ik mij daarom af. Welnee, wat een ouderwetse gedachte, je moet het ondergaan. Toch verwachtte ik er iets meer van. Ik wilde weten wat het gedicht van me wilde. Wat wil een drol van je? Je eet, je verteert en het komt er weer uit, maar hóe dat weet je niet precies, je kunt er niet veel aan doen; daarom kijk je na afloop altijd even wat je ervan gebakken hebt. Er is een Franse film waar een man die net in de natuur gepoept heeft zijn drol inspecteert maar die is door z'n kinderen met een schep onder hem vandaan gehaald. Verwilderd kijkt hij rond: waar, o waar gebleven?

Is het gedicht een drol? Gerrit Komrij zou het misschien kunnen beweren, maar als het al een drol is dan een bedachte drol. Misschien is een gedicht toch meer een gedachte.

Enfin, ik luisterde dus naar al die dichters en begreep er niet al te veel van. Misschien moet je ook niet zo luisteren, of het er althans niet bij laten. Er is de laatste jaren enorm veel poëzie geschreven die zich goed laat voordragen, performance-poëzie, slam-poëzie, maar dat is mijn genre niet zo. Ik wil niet verleid worden, ik wil kennisnemen, van een idee, van een wereldbeeld, een gedachte. Misschien moet je poëzie daarom vooral lezen. En nog eens lezen. Zoals je naar muziek luistert, en naar een schilderij kijkt, zo lees je poëzie. Je kunt muziek ook lezen, in een partituur, je kunt over schilderijen horen, in een lezing, je kunt poëzie ook beluisteren, wat ik dus de hele week deed, maar het zijn maar voorstadia.

Over de winnaar van de VSB-poëzieprijs, de Vlaming Jan Lauwereijns, had ik een stukje geschreven waaruit kon blijken dat ik het min of meer begrepen had, of er iets van had opgestoken. Maar nu hij zijn gedichten voorlas begreep ik ze weer niet, hoe mooi en kalm hij het ook deed. Misschien komt het omdat ik een domineeszoon ben, dacht ik, misschien heb ik te veel naar de kansel geluisterd. Maar kom aan zeg, dat is veertig, vijftig jaar geleden, je kunt je niet je hele leven op je jeugd beroepen. Misschien ben ik gewoon te ongeduldig, luister ik in het dagelijks leven ook nooit goed, behalve als ik al half weet wat er gezegd gaat worden. En als het even iets moeilijker wordt, haak ik af.

Dat alles bedacht ik tijdens gedichtendag, gedichtenweek. En las eindelijk een gedicht. Uit het Gedichtendagbundeltje van Joke van Leeuwen: 'leef / het is gedoe, maar geef jezelf je jaren / van nergens moe van worden word je moe.' Duidelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden