Insinuaties in plaats van argumenten

Wie integer wil discussiëren, dient altijd nauwlettend onderscheid te maken tussen de ingebrachte argumenten en de personen die zich erachter stellen. Die scheiding gaat heel ver en geldt als principieel. Zelfs een verachtelijk sujet kan met zeer verdedigbare politieke of maatschappelijke standpunten komen.

Deze algemene richtlijn, de morele kern van onze moderne debatcultuur, behoeft niet te leiden tot naïviteit. Het is heel wel mogelijk dat een discussiant of de groep waartoe hij behoort, belang heeft bij het ingenomen standpunt. Toch is zijn argumentatie daarmee niet noodzakelijk te ontkrachten. In ieder geval geeft het geen pas zijn argumenten af te wijzen indien hij zich op een heel ander terrein beweegt. Wie probeert aan te tonen dat de aarde rond is, moet niet krijgen tegengeworpen dat hij een racist is –– ook al is dat laatste juist.

Het verwarde geschreeuw dat momenteel wordt aangezien voor een discussie over de plaats van de moslims in ons land, laat helaas zien dat deze eenvoudige richtlijnen bij velen niet bekend is. Ze redeneren consequent ad hominum, dat wil zeggen ze proberen de argumenten van hun opponenten te bestrijden door hen verdacht te maken.

Recente slachtoffers van deze onfrisse tactiek zijn de leden van een kersvers comité van ex-moslims, die onder leiding van Peyman Jafari en Behnam Taebi gekozen hebben voor de erkenning van het goed recht op geloofsafval maar zich wensen te distantiëren van degenen die zich deze week in het islamofobisch gezelschap van Geert Wilders en Ehsan Jami hebben geschaard om hetzelfde doel na te streven. Zij zijn van mening dat de verdediging van ex-moslims niet behoeft en niet behoort samen te gaan met een continu anti-islamitische haatcampagne. Ze streven naar wederzijds respect tussen moslims en ex-moslims en hebben daartoe, samen met Mohammed Rabbae en Serdar Manavoglu, contact opgenomen met Mohammed Ousalah, vice-voorzitter van de Vereniging Imans in Nederland en met een Amsterdamse moskee.

Op 5 september presenteerde dit comité zich in NRC Handelsblad en deze week dinsdag in Trouw. Ik las beide stukken met grote instemming. Eindelijk, eindelijk een paar ex-moslims die de discussie over hun positie niet overlaten aan moslimhaters of aan de vele Nederlanders die, hoewel ze niets met de zaak te maken hebben, al maandenlang hun wijsheden en onwijsheden rondstrooien. Eindelijk wordt het probleem gedeponeerd waar het thuis hoort: in contacten tussen gelovigen en ex-gelovigen.

Dat zint natuurlijk niet iedereen. Al een dag na het stuk in NRC Handelsblad verscheen in die krant een ingezonden brief van Afshin Ellian, die precies deed wat we hierboven als een doodzonde tegen zindelijk debatteren hebben aangemerkt: niet op de bedoeling en de argumenten van betrokkenen ingaan maar hen om een heel andere reden verdacht maken. De twee initiatiefnemers van het nieuwe comité – over de anderen wordt niets gezegd – zouden ultralinkse sympathieën koesteren en buiten het comité van Jami en diens steuncomité zijn gehouden.

Ultralinkse sympathieën! Dat schrijft de Iraanse oud-communist Ellian die na zijn vaderland te zijn ontvlucht, zich beschikbaar stelde voor de Sovjetbezetters van Afghanistan en pas na ruzie met zijn kameraden naar Nederland uitweek waar hij zich als een fervent anti-communist ontpopte.

Dit terzijde, want het gaat er mij niet om, op dezelfde doorzichtige manier man en argumentatie door elkaar te halen. Wat ik signaleer is uitsluitend zijn streven het comité tot verzoening van moslims en ex-moslims verdacht te maken door over een heel andere kwestie te beginnen.

Wie geneigd is Ellians beweringen schouderophalend af te doen, kreeg bij lezing van Trouw van donderdag deze week een koude douche. Daar gaat Elma Drayer op precies dezelfde toer, alleen een graadje uitvoeriger. De twee initiatiefnemers blijken levensgevaarlijke rode rakkers die zelfs in de SP zijn doorgedrongen en een actiegroep Stop Bush! steun hebben gegeven.

Nóg erger: ze nemen afstand ten opzichte van Geert Wilders en andere islamofoben, die bij mevrouw Drayer kennelijk in hoge achting staan. Ze suggereert zelfs dat Wilders valt te vergelijken met de Russische dissidenten die zich destijds tegen de Sovjetterreur verzetten. De vergelijking is echter zo ingewikkeld verwoord dat je hoopt met een vergissing te maken te hebben. Want het kán niet waar zijn: het moreel en politiek op één lijn stellen van principiële democraten die hun vrijheid op een totalitair regime trachtten te bevechten en een opportunistische demagoog die de onbegrensde vrijheid opeist om continu een miljoen medeburgers te schofferen.

En wie hem verder voor de voeten loopt. In dezelfde editie van Trouw staat Wilders’ reactie op het voornemen van Kamervoorzitter Verbeet, ook zijn voorzitter dus, in een rondgang langs de fracties aan te dringen op enige beschaving in de Kamerberaadslagingen. Wilders: 'ze komt er bij mij niet in'. Zegt dat genoeg?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden