Insignificantitis

George Harrison, ik bedoel de Beatle, kon verbazingwekkend domme dingen zeggen. Hij had wat LSD in een flesje, vertelt hij in de Anthology, en legde dat onder de microscoop: ,,Het zag eruit als een oud touw in de knoop en ik dacht: dat ga ik niet meer in mijn kop douwen''.

Bert Keizer

Is dat stom of niet? Want sorry, je kunt natuurlijk geen moleculaire structuren of de uitwerking die ze op je hersenen hebben onder een microscoop bekijken. Dat is net zo stom als sneeuwballen gooien naar de zon.

Maar laatst bleek ik bij lezing van Stephen Hawkings A Brief History of Time niet veel slimmer te zijn dan George. Ik kon Hawking niet goed volgen. Kwam door de hitte en de herrie op de Italiaanse camping natuurlijk, waar wij ongelukkigerwijs precies op Maria Hemelvaart waren neergestreken. Nu heb ik het hartje winter opnieuw ter hand genomen, en dit keer ben ik er voorgoed in gestrand. Ik kan het echt niet volgen. Wel iets om chagrijnig van te worden want deze 'record-breaking bestseller' wordt wereldwijd door honderdduizenden kennelijk moeiteloos verteerd en mijn onbegrip sluit mij buiten bij een van de weinige vieringen waar ik echt helemaal vooraan zou willen zitten: de astronomische branche van de wereldkerk voor Verdiept Onbegrip.

Wat snap ik nou niet in Hawkings boek? Het zit hem in de deeltjesfysica. Ik kom steeds met de verkeerde beelden. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe lichtgolven elkaar kunnen versterken en uitdoven. Je mag dit vergelijken met watergolven die van verschillende richtingen op elkaar in bewegen. Je kunt je voorstellen dat in zo'n situatie een golf wordt uitgedoofd als hij op het juiste punt tegen een dal aan beweegt, en dat twee golven elkaar versterken als ze elkaar wederom op het juiste punt treffen. Dit geldt ook voor lichtgolven. Bij 'lichtgolven' raak ik al meteen in de problemen, want ik vind dat een golf ergens in moet, hij moet ergens op zitten, anders kan hij niet reizen. Geluid reist door lucht, en watergolven over water, maar lichtgolven, waar reizen die nou doorheen? Ik zou zeggen: niets kan een leegte oversteken.

Nou wil ik licht desnoods wel zo dun en ijl maken dat het zo licht is dat het, zelf bijna niets, ook door het bijna-niets kan reizen, maar daarbij blijf ik de gedachte aan het absolute vacuüm afwijzen. En het blijft kletspraat in de oren van de astrofysicus. Op bladzijde 63 laat Hawking mij definitief in de berm achter als hij uitlegt, of beschrijft, dat niet alleen golven, maar ook deeltjes elkaar kunnen uitdoven. Het gaat om de volgende situatie: in een scherm bevinden zich twee verticale spleten, waarachter een tweede scherm is geplaatst. Ik citeer: ,,Wanneer elektronen een voor een door de spleten worden gezonden, dan zou men verwachten dat elk elektron of door de ene of door de andere spleet passeert, en dat ze zich dus zouden gedragen alsof de spleet waar ze doorheen gaan de enige spleet is - met als gevolg een uniforme verspreiding op het tweede scherm. In werkelijkheid echter, zelfs als men elektronen een voor een uitzendt, ontstaan er toch ongelijke zones/variaties op het tweede scherm. Dat wil zeggen dat elk elektron op hetzelfde ogenblik door beide spleten moet passeren!''

Dit gaat niet goed. Eén elektron kan niet op hetzelfde ogenblik door twee verschillende spleten gaan. Mijn probleem is dat ik de onderliggende wiskunde die dit soort gegoochel met elektronen haalbaar maakt niet eens kan vermoeden. In plaats daarvan blijf ik haken in allerlei niet ter zake doende beelden. Zo vind ik dat een elektron een heel klein balletje is, dat samen met andere kleine balletjes om een kluitje wat grotere balletjes heen draait. Zo is het me ook verteld op school. Maar dit denken in balletjes is volstrekt misplaatst omdat de begrippen die de natuurkundige introduceert nou juist moeten helpen bij een uitleg van wat er onder het balletje zit om het ballig te maken. Het gaat er om die duwbaarheid van materie te verklaren, en dat lukt niet door er andere duwbare dingen achter te denken, want dan beweeg je in een cirkel.

Elektronen, protonen en neutronen hebben niets met korreltjes gemeen, maar zijn onderdelen van de verklaring die het korrelige van de stoffelijke wereld berekenbaar maakt. Zei hij braaf. Maar ik kan het me niet voorstellen.

Deze problemen met de binnenkant van het atoom herhalen zich als ik astronomische beschouwingen probeer te begrijpen, alweer in beelden. Zo ben ik naïef genoeg om me af te vragen, wat je precies ziet als je op de rand staat van een Zwart Gat. Een astronoom zal antwoorden: ,,Zien? Staan? waar heb je het in godsnaam over?'' Het idee om daar heen te gaan blijft aan me zeuren. Maar dat is als stommiteit vergelijkbaar met George Harrisons beeld van oud touw bij LSD.

Het enige dat ik inmiddels overhoud aan astronomie is insignificantitis: ontstoken eigengevoel door nietigheidsbesef. Boeddhisten halen hun schouders op bij dit symptoom en zien het als een eerste stap, goed zo jochie! straks zie je dat je helemaal niks voorstelt, ga zo door. Maar ik zie het als de keerzijde van de medaille, op de andere kant waarvan staat dat we kinderen van God zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden