Innoveren lukt niet overal

In het Europese Interreg, waaruit Elitac zijn project gefinancierd kreeg, was acht miljard euro beschikbaar in de afgelopen zes jaar. Het programma 'Deutschland-Nederland', dat grensprojecten heeft van Noordzee tot de Nederrijn, is een onderdeel van Interreg, en kreeg uit die pot 139 miljoen. Nationale en regionale overheden legden daar eenzelfde bedrag bij.

Regionale ontwikkeling is een groeiende post op de EU-begroting. En ging het aanvankelijk vooral om financiële steun aan achterblijvende regio's, met Interreg kwam de nadruk te liggen op samenwerking tussen de regio's van de verschillende lidstaten. En dan vooral samenwerking in techologie en innovatie.

Iedere regio heeft er weleens van gedroomd een Silicon Valley te worden, de zonnige Californische kweekvijver van de informatica-revolutie. Maar zoveel Silicon Valleys kan de wereld niet hebben. En belangrijker: je kunt niet van elke regio een koploper maken in technologie en innovatie. Dat kan alleen in bepaalde gevallen.

De kaart op deze pagina's laat dat zien: de koplopers onder de Europese regio's (donkergroen) zijn niet aselect verspreid: innovatieve regio's liggen in innovatieve landen. In het midden van de kaart is de donkergroene motor van de Europese economie zichtbaar: Duitsland. Bijna driekwart van de bondsrepubliek behoort tot de koplopers in innovatie. Daar kan in Frankrijk alleen Parijs aan tippen. Buiten Duitsland zijn de meeste koplopers Scandinavische regio's (in Finland, Zweden en Denemarken), Britse, Ierse en Nederlandse.

Nederlandse regio's zitten op zijn minst in de groep achtervolgers, ook het noorden waar de politiek niet graag investeert. Maar de innovatieve bedrijvigheid is niet gelijkelijk over het land verdeeld. Utrecht en Noord-Brabant behoren tot de Europese koplopers, maar vooral die laatste provincie valt op in de ranglijsten, dankzij de regio Eindhoven. Daar zit ASML, wereldmarktleider in machines voor de productie van computerchips, en Philips, een reus met een van de grootste octrooiportefeuilles ter wereld en een afdeling onderzoek die groter is dan het ministerie van economische zaken, en machtiger. Grote, innovatieve bedrijven.

Bovendien is er de afgelopen decennia veel overheidsgeld geïnvesteerd in de innovatiekracht van de regio Eindhoven. Zo werd er geld gestoken in het Holst Centre, waarmee een Nederlandse dependance werd gecreëerd van IMEC, het Vlaamse instituut voor micro-elektronica. IMEC begon als als een spin-off van de Katholieke Universiteit Leuven en groeide, met Vlaams overheidsgeld, uit tot een wereldvermaard instituut waar alle grote chip- en computerbouwers kind aan huis zijn.

Aardgasbaten

Die Nederlandse investeringen werden gedaan in het eerste decennium van deze eeuw, toen de overheidsmiddelen voor onderzoek en ontwikkeling een explosie doormaakten. Een explosie door aardgas; met de snel stijgende olieprijzen, schoot ook de prijs van Neerlands aardgas omhoog. De staat, aandeelhouder in de exploitatie, zag de aardgasbaten fors groeien. Nederland gebruikte die opbrengsten deels om een fonds te voeden voor economische versterking. Versterking in beton en asfalt, maar ook versterking door wetenschap en technologie.

Dat fonds was, merkwaardig genoeg, geen kapitaalfonds, waarin de aardgasbaten zouden kunnen renderen en gebruikt wanneer nuttig en nodig. Nee, wat binnenkwam moest in datzelfde jaar worden uitgegeven. Ineens kwamen er vele honderden miljoenen extra beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling.

Zo'n bestedingsdwang leidt doorgaans niet tot de beste projecten, en dat is ook hier gebleken, maar er zijn met die aardgasbaten ook goede ontwikkelingen in gang gezet. Nu is het probleem dat er even abrupt weer een eind aan komt; met de bodem van de aardgasvoorraad in zicht, is het fonds opgedoekt. Wat er nog binnenkomt aan aardgasbaten, vloeit nu de schatkist in. En dat heeft voor onderzoek en ontwikkeling ingrijpende gevolgen.

Nederland heeft de afgelopen decennia een traditie opgebouwd van publiek-private onderzoekssamenwerking: projecten, programma's en instituten waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheid samenwerken. Het buitenland kijkt er met bewondering naar, en vooral naar het summum van die publiek-private samenwerking: de technologische topinstituten.

Nederland heeft negen van die topinstituten, voor onder andere nieuwe materialen, medicijnontwikkeling, voeding en water. Die zijn allemaal rond de eeuwwisseling opgericht, in de goede tijd. Bedrijven en kennisinstellingen hebben elkaar in die topinstituten gevonden, hun onderzoeksprogramma's liggen op stoom. En nu zien ze de bijdrage van de overheid (een derde van het budget) wegvallen.

Na de vette jaren van de aardgasbaten, heeft Den Haag voor die publiek-private samenwerking de topsectoren gelanceerd, sectoren waarin Nederland tot de top kan behoren en waarop de samenwerking in wetenschap en technologie zich zou moeten richten. Het is een bekend rijtje sectoren: voeding, tuinbouw, water, chemie, creatieve industrie en de hightech van Eindhoven.

Probleem is alleen dat er voor die topsectoren nauwelijks geld is. De overheid moedigt bedrijven en kennisinstellingen aan samen te werken en legt daar zelf een pasmunt bij. Bedrijven dreigen nu af te haken, omdat de investering te groot wordt, onderzoeksprogramma's dreigen voortijdig tot een eind gekomen. Bedrijven en kennisinstellingen hebben zich enthousiast gestort op het maken van plannen voor topsectoren. Maar het enthousiasme is in rap tempo aan het verdwijnen.

En Den Haag wijst naar Brussel.

Wetenschappers en technologen moet op zoek naar nieuwe financieringsbronnen voor hun onderzoek. Volgens Den Haag zouden ze meer uit Brussel moeten halen dan ze al doen.

Brussel is vaker een alibi, bijvoorbeeld als er weinig populaire wetgeving moet worden ingevoerd. Maar ook in dit geval, de financiering van onderzoek en ontwikkeling, verwijst de nationale politiek graag naar Europa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden