Innerlijke ruimte

Het is herfst in de wereld en vredeszondag in de Domkerk. Op weg ernaartoe stuiven de bladeren door de straten. De Dom is een liturgisch kerkgebouw en daarom niet ongevaarlijk. Wie die hoge ruimte binnengaat, wordt zelf vanbinnen opgerekt.

Hoe komt het dat er in de wereld zoveel geweld is, begin ik mijn preek. De oorzaak is Gods genade. Als een overlopende badkuip stort hij zijn gaven uit, zonder onderscheid te maken. Dat zet kwaad bloed, want zoiets kunnen we niet bevatten. Wij vinden bijvoorbeeld dat de ander geen recht heeft op een stuk land, en grijpen naar de wapens. Voor vrede heb je innerlijke ruimte nodig.

Neem aartsvader Abram. Die verliet zijn eigen grond en ging op weg naar het beloofde land, Kanaän. Maar het land 'dat God hem zal laten zien' blijkt de plaats te zijn 'waar de Heer zichzelf laat zien'. Het gaat helemaal niet om een stuk grond, zoals fundamentalisten en rebellen denken, maar om God zelf. Geloof is geen manier om iets te bezitten maar een proces van onteigening dat ons innerlijk verruimt. Daardoor barst Abram bijna uit zijn aartsvaderlijke voegen. Hij richt altaar na altaar op om zijn beste stuk vee te offeren.

Het goede nieuws is dat wij nergens recht op hebben. Alles is gave. Maar wij hebben liever een stuk grond dan God, liever ons gelijk dan vrede. Zo blijven we elkaar bestrijden. En wat is het resultaat? Nog meer strijd. Honderd jaar geleden begon de Eerste Wereldoorlog. Door de overwinnaars werd Duitsland uit wraak zo zwaar gestraft dat zij daarmee het zaad voor de Tweede Wereldoorlog zaaiden. En wat de VS vandaag in Islamitische Staat bevechten is de bittere oogst van hun eigen inval in Irak.

Ondertussen trekken de omhoog schietende pilaren van de Domkerk ons open, ons innerlijk kleurt hemelsblauw.

Genade, ga ik voort, is creatief en schept ongedachte mogelijkheden. Abrams vrouw Sara moest zo onbedaarlijk lachen om zijn godservaringen dat er in haar gepensioneerde baarmoeder ruimte kwam voor een kind. En wat doet Abram? Zelfs zijn enige zoon Isaak bezit hij niet. Hij offert hem als een opgekruld herfstblaadje op de brandstapel, dat dan zomaar naar hem terugwaait. Isaak wordt later een wat sullige aartsvader, maar toch. Een kind dat overgegeven wordt aan God bloeit op, maar als het opgeofferd wordt aan menselijke strijd raakt het bekneld en getraumatiseerd.

De dichter W.H. Auden schreef: 'Het goede kan zich wel het kwade voorstellen, maar het kwade niet het goede'. Want het goede is een wonder. Het kwaad heeft geen besef van Gods genade die ruimte schept voor iedereen, inclusief de 'vijand'. Genade dient tot niets maar verklaart alles. Zoals: waarom onze claim op bezit een illusie is die het geweld in stand houdt. Hoe daardoor ons hart klein blijft zodat we de dwaze vrijheid en grootheid van Abram missen. Waarom wij elke dag weer wakker worden door de fileberichten op de wekkerradio. Is het bestaan niet een wonder? Kan ons leven niet elk moment verwaaien in de wind? Pas wie zijn eindigheid beseft, kan aan vrede beginnen.

Op het koor kringelt als protestantse wierook de zang van de cantorij omhoog.

In de trein terug, trekt iemand - au! - aan mijn haar. Boos kijk ik om. Daar zit een jochie dat mij stralend aankijkt. In zijn knuistje zie ik een paar slaphangende haren.

Ik zak weer in mijn stoel en ervaar een vreemde ruimte, en vrede.

We zijn allen herfstblaadjes.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden