Innemend, onopgesmukt, mysterieus

Toneelteksten benaderde hij als een partituur. Zingen deed hij met ongepolijste stem. Jeroen Willems (1962-2012) was een groots acteur, die lijden en liefhebben tegelijk kon laten klinken.

HANNY ALKEMA

Verschillende zintuigen tegelijk prikkelen. Daar streefde Jeroen Willems naar. Omdat het een energie gaf, die zowel voor het publiek als hemzelf emotionerend was. Meer dan in het acteren kreeg hij dat voor elkaar als hij zong. Vond hijzelf. Daar deed hij zichzelf mee tekort. Ook in zijn toneelrollen voelde je een uitzonderlijke muzikaliteit, die diep raakte.

In 2004 kreeg Willems de Louis d'Or, de hoogste toneelprijs in Nederland, voor maar liefst twee rollen. Voor 'La musica twee' van Marguerite Duras, waarin hij met Betty Schuurman een scheidend echtpaar speelde, en voor zijn soloprogramma 'Brel, de zoete oorlog'. Juist omdat de zeldzame reikwijdte van zijn talent alleen in twee zo totaal verschillende producties kon worden geduid. Zoiets gebeurt alleen hele groten. Jeroen Willems was een van de allergrootste acteurs van Nederland.

Bij Willems nooit vertoon van fysieke en verbale vermogens, maar een tekstbehandeling, die eerder dan de betekenis van woorden het gevoel erachter liet horen. In 'La musica twee' liet hij met een subtiele intonatie door een bovenlaag van vriendelijke beleefdheid het venijn van oude verwijten doorklinken. En mengde in één oogopslag woede over de mislukking met bitterheid. In 'Brel, de zoete oorlog' imiteerde hij nadrukkelijk niet Jacques Brel, maar gaf de songs een eigen interpretatie. Met een specifiek timbre wist hij telkens een complete wereld op te roepen, elk nummer als een monoloog te laten klinken. In het grijsgedraaide 'Verlaat me niet/laat me niet alleen' hoorde je bij Willems niet alleen de wanhoop, maar ook angst en woede. Sterven in de lente was nog nooit zo erg als daar.

Innemend als persoon, onopgesmukt, onijdel en intens was zijn spel. Intens ontroerend vaak. Met het fluweel in zijn ogen en stem, dat zomaar een ondoorgrondelijke vileinheid kon vertonen, groeide Willems uit tot een internationaal veelgevraagd acteur. En zanger. Hij wilde zijn techniek verbeteren, maar werd gewaarschuwd niet te veel klassieke lessen te nemen om het ongepolijste van zijn stem niet te verpesten. Een componist als Louis Andriessen selecteert daar 't liefst zijn zangers op. Bij hem zong Willems zijn eerste rol, in de muziektheaterproductie 'Innanna' (2003). Ook de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler vroeg hem graag, onder meer voor een project rond Verdi-opera's, omdat Willems' stem hem meer raakte dan die van klassiek geschoolde zangers.

Performen van een lied noemde Willems het. Wel vond hij zingen in eerste instantie enger dan het zeggen van een tekst. Alsof hij naakter was. Eenmaal door die gêne heen vond hij dat hij het publiek en zichzelf directer kon raken. Dat had met adem te maken, zei hij: "Je ziel ligt eerder op je tong. Alsof je die met je adem direct vanuit het middenrif omhoog optilt."

Willems studeerde in 1987 af aan de Toneelacademie Maastricht en begon het jaar daarop zijn carrière bij Theatergroep Hollandia. Daar, ver weg van het reguliere toneel, in theater op locatie, kon de wat schuchtere, altijd aan zichzelf twijfelende Willems zich ontwikkelen. Onder de bezielende leiding van het artistieke duo regisseur Johan Simons en musicus Paul Koek. Hij leerde er vooral om heel erg goed te luisteren. "Wij realiseren ons veel te weinig", zei hij daar later over, "hoeveel we met onze oren kijken. Het effect van een tekst wordt bepaald door de kleur die je aan het woord geeft, niet alleen door de expressie van je gezicht." Toneelteksten benaderde hij daarom vaak technisch, als een soort partituur, inclusief pauzes, ritme en klanken. Had hij dat eenmaal allemaal gevonden, dan kon hij de diepte weer in.

Bij Hollandia kreeg Willems de ruimte zijn veelzijdigheid te ontdekken en ontplooien. Hij speelde er in de boerenstukken van Kroetz, in Aischylos' 'Perzen' in een autosloperij, in Pinters 'Vroeger' in een lichtfabriek. In 1994 kreeg hij de Mary Dresselhuys Prijs voor de beste acteur. Het in 1997 begonnen project 'Twee Stemmen', onder andere geïnspireerd op het werk van Pier Paolo Pasolini, groeide uit tot een virtuoos soloprogramma, waarmee hij sindsdien alle podia afreisde, van Parijs tot Adelaïde tot St. Petersburg. Vanaf 2004 verruilde hij tevens zijn vaste stek voor een freelance bestaan.

Het elke keer een nieuwe groep binnenstappen gaf Willems veel nieuwe energie. Het dwong hem open te staan voor andere invalshoeken en ideeën, al miste hij wel het klankbord van een vertrouwde omgeving. De eenzaamheid kon hem soms parten spelen, ook omdat het reizende bestaan het hebben van een vaste relatie nogal in de weg stond. Werken, spelen, schaven aan zijn talent vergoedde veel. En zijn vroegere makkers vergaten hem niet.

Zijn laatste grote rol, de titelrol in 'Ludwig II', speelde hij bij Münchner Kammerspiele, waar inmiddels Johan Simons als intendant werkt. Echt zo'n rol waarin hij alle facetten van zijn talent kon aanspreken om de dubbelheid, de gespletenheid van een koning tegen wil en dank te laten voelen. In 2010 speelde hij ook de hoofdrol in Andriessens opera 'La Commedia'. In de gezaghebbende New Yorkse Carnegie Hall.

Theater en muziektheater hadden zijn grote voorkeur. Niettemin was hij regelmatig in films en televisieseries te zien. In 1991 in 'Bij nader inzien' (naar de roman van J.J. Voskuil), in 2000 als Wim Sonneveld in 'Bij ons in de Jordaan', in 2007 in 'Stellenbosch'. Voor zijn rol van Troelstra in de film 'Nynke' kreeg Willems een Gouden Kalf-nominatie, in 2010 kreeg hij dat Gouden Kalf echt voor zijn prachtvertolking van Prins Claus in 'Majesteit' en dit jaar nog eens voor zijn hoofdrol in 'Cop vs Killer'.

Willems' droefgeestige uitstraling zorgde dat hij meestal voor de meer tragische rollen werd gecast. Hij had dat ongrijpbare, mysterieuze waardoor er als vanzelf, leek het, een vergeefs hunkerende eenzaamheid om zijn personages hing. Zelf had hij zo nu en dan behoefte aan wat luchtiger uitstapjes en speelde hij in 2010 een ongeremd optimistische Don Quichot in een film van de Belg Didier Volckaert of een zingende indiaan in 'Flow my tears' (2011) bij de Veenfabriek van Paul Koek.

Hij mocht alle lof, prijzen en waardering van de wereld hebben gekregen - dit jaar nog was hij Gast van het Jaar op het Nederlands Film Festival in Utrecht - Willems was en bleef onzeker over zijn kunnen. Somber piekerend daagde hij zichzelf dan des te harder uit. In een paar films, die later dit seizoen uitkomen, zal hij nog te zien zijn. Missen moeten we hem in 'Het Derde Huwelijk' (naar de roman van Tom Lanoye), waarvan de repetities in januari gepland waren.

Die stem waarin hij lijden en liefhebben kon laten klinken, die peilloze oogopslag, die luciditeit die je in hoofd en hart raakte. Jeroen Willems' plotselinge dood: wat een gemis voor het theater.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden