Inleiding tot het provocerend denken

Deze zomer publiceert Letter & Geest historische documenten uit de jaren zestig en zeventig. Met o.a. Jacques de Kadt, Abel Herzberg en Joke Kool-Smit. Vandaag Roel van Duijn over provo's in 1965 en kabouters in 1970: 'Het is niet meer het socialisme van de gebalde vuist, maar van de gestrengelde vingers, van de geërekteerde penis, van de vliegende vlinder, van de ontroerende oogopslag, van de heilige kat. Het is anarchisme.'

Dit is PROVO nr. 1

12 juli 1965

PROVO is een maandblad voor anarchisten, provoos, beatniks, pleiners, scharenslijpers, bajesklanten, zuilenheiligen, magirs, pacifisten, sjarlatans, filosofen, bacillendragers, opperstalmeesters, happenaars, vegetariers, syndikalisten, huslers, brandstichters, Klazen, kleuterleidsters en BVDers natuurlijk niet te vergeten.

Waarom heet PROVO PROVO? Zijn wij negatief of positief? Wat is onze norm? Hoe zijn onze manieren?

PROVO = PROVO, omdat het provo-gedrag in deze maatschappij voor ons nog het enig aanvaardbare is. De maatschappelijke ladder beklimmen en een 'positie' bekleden betekent meewerken aan de a.s. nucleaire ondergang, kapitalisme en militarisme. Kollaboratie met de Autoriteiten en hun listig zoethoudertj: de kortzichtige tv. Noem ons anti-professionalisten!

Wij kunnen ons geen 'job' (zoals populaire carrièrejagers dat noemen) voorstellen, die niet tot doel heeft de noodtoestanden waarin wij leven te prolongeren. De arbeider produceert de minderwaardige lustobjekten waar de kapitalist desondanks zijn meerwaarde uitslaat, de ambtenaar administreert de slachtoffers der burokratie, de uitvindingen van technici en geleerden worden ogenblikkelijk misbruikt voor militaire doeleinden. De a-sociale provo is het enige lichtpunt.

Zijn optreden is een spaak in het wiel der 'vooruitgang', die zo hard vooruit davert dat zij de bom onder de rails, vlakbij, niet ziet.

Wij weten dat de houding van de provo, zoals wij hem als nozemsoort kennen uit het proefschrift van dr. Buikhuisen, nog niet volmaakt is. Buikhuisen zegt: Het provocisme is geen uiting van verzet tegen de huidige maatschappij, provo's vinden hun baan niet onbelangrijk, provocisme is voor hen een vrijetijdsbesteding. Wij propageren het provocisme als het verzet tegen deze maatschappij, wij hopen dat de provo gaat inzien dat zijn baan hem degradeert tot een radertje in de tijdbom die deze maatschappij is, wij pleiten voor full time-provocisme. Wij willen een betekenisontwikkeling bevorderen van: provo = provocerend nozempje tot: provo = staatsgevaarlijk anarchist.

Vandaag houdt de provo zich niet onverdienstelijk bezig met het provoceren van de politie, rel trappen op de Dam, rotjes in brievenbussen leggen, morgen moet hij de politie als bewuste vijand gaan behandelen, het paleis op de Dam bestormen en eindelijk eens bommen in de brievenbus van het gebouw van de BVD leggen. Want alleen zij, de jonge lanterfantende en provocerende massa's op straat, zijn nog in beweging te brengen. Zij zijn vatbaar voor het verzet, niet de zogenaamde werkende klasse, die met handen en voeten gebonden is aan dit maatschappelijk systeem. De provo's zijn de laatste revolutionaire klasse in Nederland en tot die provo's rekenen wij nu ook beatniks, pleiners, magiërs.

Wij staan negatief tegenover kapitalisme, burokratie, militarisme en de onvermijdelijke militair politieke kollaps (WO III). Wij staan positief tegenover verzet, vrijheid en kreativiteit. Met andere woorden; wij staan negatief tegenover het positieve, positief tegenover het negatieve. Vandaar dat wij de haat liefhebben en de liefde haten. Onze norm is slechts: laat ieder de strijd tegen de buitenwereld in naam van zijn eigen bestaan tot het uiterste voeren.

Wij kunnen de massa niet overtuigen, we willen het nauwelijks. Hoe iemand ook in die apathiese, afhankelijke, geestloze troep kakkerlakken, torren en lieveheersbeestjes enig vertrouwen kan stellen is onbegrijpelijk. Maar goed, wijlen onze kameraden Domela Nieuwenhuis, De Ligt en anderen hebben het geprobeerd, hun nabestaanden proberen het nog, het is niet gelukt, het lukt niet en ons zal het niet lukken. We maken van de nood een deugd door die massa nu te provoceren. We zien in dat een demonstratie geen uiteindelijke zin heeft: juist daarom gaat het erom van die demonstratie zelf alles te maken wat er van te maken valt, anders immers zou die demonstratie niet alleen objektief maar ook subjektief, niet alleen absoluut maar ook relatief zinloos zijn. Wij durven te zeggen: demonstreer om te demonstreren! provoceer om te provoceren! verzet om het verzet!

Hebben wij genoeg van Juliana en Bernhard, Beatrix en Claus? Is de politie inderdaad onze beste kameraad ? Zijn wij rood, zijn wij zwart?

Natuurlijk hebben we genoeg van J & B, B & C; we zijn de enigen niet. Het bijzondere van ons is dat we ook genoeg hebben van elke monarchie, van elke republiek, van welke staatsvorm dan ook, van elke regering en elke autoriteit. Wie had dat gedacht: we zijn anarchisten.

Rooie kerels, met een neiging tot zwarte magie, zo kan je de anarchisten het best typeren. Geen wonder dus, dat de anarchistiese kleuren rood en zwart zijn. Met een rode toekomst voor ogen halen wij Beëlzebub binnen om het Hier en Nu te veranderen. De verandering is in eerste instantie afbrekend, dus Kwaad. Dat we op die manier een destruktieve indruk maken, we schamen ons er niet voor. Als de goede God dze maatschappij schiep, doen wij er goed aan ons met de Duivel te alliëren.

Daarom geloven wij ook niet in de volledige geweldloosbeid als strijdmiddel. Alleen door het Goede naar het Goede streven, doen alsof het Kwaad niet in alles en overal bestaat, is ons te rechtlijnig en kortzichtig gedacht.

Bovendien heeft het geweldloos verzet in Europa tegen de atoombom nauwelijks effekt gesorteerd omdat deze methode teveel afhankelijk is van massale deelname en een gunstige publieke opinie. Was voor Gandhi het geweldloos verzet zeer geschikt omdat hij de massa achter zich had, voor ons is het slechts incidenteel geschikt omdat wij die massa niet achter ons hebben en ook nooit zullen krijgen. Zijn wij revolutionairen? Zijn wij de bouwers van een nieuwe maatschappij? Geloven wij in de anarchie?

Konden we maar revolutionairen zijn. Maar we zien eerder de zon in het westen opkomen dan in Nederland revolutie komen. Woonden we bijvoorbeeld in Spanje of de Dominicaanse Republiek dan waren we het zonder twijfel. Nu kunnen we niet veel anders zijn dan opstandelingen, maar ook als opstandeling beuk je hier je kop stuk op de granieten muur van burgerlijke behoudendheid. Het enige wat ons overblijft is de provokatie.

Zoals onze krachten ontoereikend zijn om te fungeren als slopers van de oude maatschappij, kunnen we ook geen bouwers van een nieuwe zijn.

Dat zou een happening en een kreatie zijn! De politie, het leger, het hele Staatsapparaat weg. De arbeiders nemen hun eigen fabrieken in beheer, het produktieapparaat komt in handen van het volk en de macht wordt gedecentraliseerd. Zo ging het in een deel van Spanje voordat Franco het land veroverde, zo was het in de Oekraïne voordat de kommunisten er de anarchisten verdreven.

In een anarchie is de mens tenminste maatschappelijk vrij, hij heeft er de optimale voorwaarden tot menselijke vrijheid en kreativiteit. Wij geloven in de anarchie en wij houden hem u voor als ons alternatief, dat inspireert tot ons laatste en eerste doel: verzet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden