Inktzwart WK voor Oranjeroeiers

De meeste Nederlandse boten zijn slechts programmavulling tijdens teleurstellende titelstrijd in eigen land

Celebrate Rowing. Dat was het motto van de WK roeien in Amsterdam. Het evenement op de Bosbaan moest een feest worden voor iedereen. Maar voor de Nederlandse delegatie viel er helemaal niets te vieren. Op de eerste mondiale titelstrijd op eigen bodem sinds 1977 beleefde Nederland een collectieve afgang. De prestaties stonden in geen enkele verhouding met de vooraf geschetste verwachtingen.

De 43ste editie van de WK moest Nederland alleen maar plussen opleveren. Zo werd het in ieder geval geschetst door Hessel Evertse. Na enige rekenwerk was de technisch directeur van de roeibond tot de conclusie gekomen dat deze titelstrijd alle voorgaande moest overtreffen. Meer A-finales dan ooit, meer medailles dan ooit en, nu hij toch bezig was, ook meer goud dan ooit.

In acht dagen tijd werden de plussen vervangen door inktzwarte minnen. Nederland veroverde slechts een medaille, nota bene een minder dan in 1977. De lichte vrouwen dubbelvier prolongeerde de wereldtitel van vorig jaar op het niet-olympische bijnummer. Op de olympische nummers faalde de complete Nederlandse afvaardiging, met bij de mannen slechts drie A-finales. Bij de vrouwen kwam de teller niet eens op gang: nul A-finales.

De roeibond had voor de eigen WK gekozen voor kwantiteit in plaats van kwaliteit. Trots werd gemeld dat met negentien ploegen de grootste afvaardiging ooit aan de start van de strijd om de mondiale medailles stond. Onvermeld bleef echter dat van een aantal boten niets kon en mocht worden verwacht. Zij deden dienst als programmavulling, wellicht om zo de toeschouwers de indruk te geven dat Nederland tot de grote roeilanden behoort.

Maar ook de kanshebbers op in ieder geval de A-finales stelden teleur. Eerst was er al de ondergang van de Holland Acht, later gevolgd door de vroege uitschakeling van skiffeur Braas. En wat te denken van twee van de drie prioriteitsboten van de bond? De mannen twee-zonder met Blink en Steenman, vorig jaar derde op de WK in Zuid-Korea, werd vierde in de B-finale. En de vrouwen dubbeltwee, met Beukers en Janssen, eindigde gisteren als eerste in de troostfinale.

De Holland Vier, het vlaggeschip van de roeibond, haalde het erepodium ook niet. Al vormde de vierde plaats in de A-finale wel het Nederlandse 'hoogtepunt'. De boot werd in 2013 zowel Europees als wereldkampioen, maar dat was in een na-olympisch jaar, waarin veel sporters het rustiger aan doen. Nu de rest van de wereld zich weer serieus gaat richten op de Olympische Spelen van 2016 in Rio, werden Meylink, Siegelaar, Versluis en Lücken op achterstand geroeid.

De teleurstellende prestaties ¿ de lichte mannen dubbeltwee en de lichte mannen vier zonder werden in hun finales allebei zesde en laatste ¿ bieden een somber toekomstperspectief. Lichtpuntjes met het oog op de Spelen van over twee jaar waren er op de Bosbaan niet te ontdekken. En daar zullen ze bij NOC-NSF niet blij mee zijn. Roeien behoort tot de acht focussporten van de sportkoepel, maar het zicht op medailles in Rio lijkt vervaagd. En in Londen werd er ook slechts een bronzen plak behaald.

Over ruim een week maakt NOC-NSF de normen en limieten bekend voor de Spelen van Rio. Gelet op de prestaties van de afgelopen acht dagen op de Bosbaan zal het voor een aantal Nederlandse boten nog een hele klus worden om kwalificatie voor de olympische wedstrijden in het Rodrigo de Freitas-meer af te dwingen. Want vooralsnog is de roeibond niet van plan om af te wijken van het huidige beleid en dat is inzetten in de breedte.

De opening van het permanente Olympisch Trainingscentrum op de Bosbaan was deze week eigenlijk het beste nieuws voor de roeibond. Daar zal hard gewerkt moeten worden om Nederland weer aan de wereldtop te brengen. Dat gat is groter geworden, al was niet iedereen heel negatief over de prestaties op de WK. Technisch directeur Evertse gaf de Nederlandse equipe een 5,5. Ook met dat cijfer zat hij aan de hoge kant.

Coaches zijn niet van plan veel te veranderen

De twee bondscoaches bij de roeibond, Mark Emke (mannen) en Josy Verdonkschot (vrouwen) zijn na de WK in Amsterdam niet van plan ingrijpende veranderingen door te voeren. Het beleid van de bond blijft erop gericht om vooral in de breedte te investeren. "Ik ga nu niet de beste mensen in een boot zetten", zei Verdonkschot, die niet verrast was dat de olympische vrouwenboten buiten de prijzen vielen. "We hebben bij niet een World Cup op het podium gestaan. We moeten accepteren dat we het niveau niet hebben, maar we moeten niet afwijken van de ingeslagen weg." Mannencoach Emke liet zich in gelijke bewoordingen uit. Hij zei wel dat het niet zo verstandig was geweest om vooraf zulke hoge verwachtingen te wekken. "Ik had dat niet zo geroepen." Daarmee verwees hij naar uitlatingen van Hessel Evertse, die had gezegd dat deze WK voor Nederland beter dan ooit zouden verlopen. En dus lag de technisch directeur op een rommelige persconferentie onder vuur. Iedereen ging zich ermee bemoeien, maar niemand kon de vinger leggen op de oorzaak van het collectieve falen. We hebben tijd nodig, klonk het, maar niemand durfde hardop te zeggen dat het met het oog op Rio misschien al te laat is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden