'Inheemsen' krijgen ook hun Spelen

GENEVE - Er klinkt getinkel op het damestoilet, dan komt een jonge vrouw in modieuze minirok naar buiten. Onder haar arm een blauwe jurk, afgezet met kleine metalen klokjes. Even tevoren was ze onmiskenbaar een Noord-Amerikaanse indiaanse. Samen met half ontblote Molukkers, bont gekleurde Saami en andere 'inheemsen' is ze aan de rand van het meer van Genève bijeengekomen om 'hun' dag te vieren, de Werelddag van inheemse volken.

De 'grote' dag staat officieel voor morgen op de agenda. Maar omdat er deze week zoveel 'inheemsen' aanwezig waren voor de vergadering van 'hun' VN-werkgroep in Genève en toch niemand weet heeft van die werelddag, werd de viering een paar dagen naar voren geschoven.

Aan Willy Littlechild, Cree Nation-indiaan uit Canada, zie je niet meteen zijn herkomst. Zijn spijkerbroek en tatoeage op zijn ontblote arm verraden dat hij geen diplomaat is, al beweegt hij zich zeker zo geroutineerd door de gangen van het gebouw van de Verenigde Naties. Hij komt dan ook al jaren bij de in 1982 opgerichte VN-werkgroep voor inheemse volken, het enige VN-forum waar zij gedurende een week per jaar hun stem kunnen laten horen.

Was er in het begin weinig animo voor de werkgroep, dit jaar meldden zich meer dan 850 deelnemers met ten hemel schreiende verhalen: Chileense Pehuenche-indianen die steun zoeken voor hun strijd tegen de aanleg van een immense waterkrachtcentrale bij Alto Biobio, waardoor zij in hun bestaan worden bedreigd. Pygmeeën zoeken er erkenning als oudste bewoners van Centraal-Afrika, waar zij niet meer op hun geboortegrond kunnen leven, omdat die tot natuurgebied is verklaard.

Willy Littlechild is boos over de aanhoudende geruchten dat de werkgroep naar Parijs zal verkassen. In Genève beschikken de inheemsen over een netwerk van hen ondersteunende activisten en hebben ze makkelijk toegang tot het Hoge Commissariaat van de rechten van de mens. Ze vrezen nog meer gemarginaliseerd te raken. Zie bijvoorbeeld de Verklaring voor de rechten van inheemse volken waar ze al zeventien jaar aan werken. Sinds die na veel geschaaf in 1995 af kwam, wordt de tekst herkauwd in een ander intergouvernementeel VN-orgaan, waar de Verklaring, zo vreest Littlechild, een langzame dood lijkt te sterven.

Toch heeft Littlechild ook goed nieuws: dit jaar zijn inheemse vertegenwoordigers voor het eerst ontvangen door de Wipo, de Wereldorganisatie van intellectueel eigendom, waar zij hun zorgen over het patenteren van hun traditionele kennis - 'culturele diefstal', konden ventileren. Daarmee is de strijd niet beslecht, maar in ieder geval hebben ze een voet tussen de deur.

Ronduit opgetogen kondigt Littlechild aan dat in het jaar 2003 voor het eerst de 'Olympische Spelen' voor inheemse volken zullen worden gehouden. Australië, Canada, Rusland, en de Verenigde Staten hebben zich al aangeboden als gastland en ook Juan Sammaranch van het IOC ondersteunt het initiatief. Littlechild, ooit een bekend ijshockey- en honkbalspeler, vecht al jaren voor deze Spelen. Die zijn verre van marginaal: “De laatste Noord-Amerikaanse Inheemse Spelen telden maar liefst 21 000 deelnemers.”

'Inheems onderwijs en taal' was dit jaar het centrale thema van de VN-werkgroep. De meeste sprekers berichtten over schendingen van hun recht op onderwijs. Veel inheemsen zijn ongeletterd. Hun dorpen hebben geen scholen en onderwijs in eigen taal krijgen ze zelden.

“In Canada worden wel 58 talen gesproken”, vertelt Littlechild, “maar slechts zes of zeven hebben kans te overleven. Mijn taal zal het wel redden, maar de meeste inheemse talen zijn met uitsterven bedreigd. Je hebt onderwijs nodig om ze te bewaren, maar wie controleert de scholen? Het is een gigantisch probleem dat je niet met een dag praten in de VN-werkgroep kan oplossen.”

Vergeleken met de meeste Zuid- en Midden-Amerikaanse indianen spreekt Willy Littlechild vanuit een riante positie. Hij is docent aan het Maskwachees Cultural College in Hobbema, het naar de Haarlemse schilder vernoemde plaatsje in Alberta. In zijn reservaat kunnen kinderen de Cree-taal leren spreken en schrijven, zowel in het standaardschrift als in het cakipeyikana, dat vroeger alleen werd geschreven door hun 'Midi wak', medicijnmannen.

Littlechild volgde zelf 'gewoon' onderwijs (alleen Engels dus). Hij geldt als het voorbeeld van hoever een Canadese indiaan het kans schoppen. Behalve docent internationaal en indiaans recht is hij ook advocaat. Trots vertelt hij dat hij Q.C., 'Queens Council', op zijn kaartje mag zetten, wat betekent dat hij ook de staat mag vertegenwoordigen. En hij was het eerste indiaanse parlementslid in Canada.

De belangstelling voor 'zijn' Cultural College, dat is gelieerd aan de universiteit van Alberta, is groot. Er staan ruim 200 studenten ingeschreven, maar de wachtlijst telt zevenhonderd namen. Uitbreiding is niet mogelijk. Littlechild: “Volgens het met ons afgesloten verdrag is de regering verplicht voor ons onderwijs te betalen, maar de overheid beknibbelt en wil slechts voor onderwijs tot zestienjarigen bijdragen. De rest moeten we zelf zien aan te vullen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden