Ingetogen regisseur is ook een gangmaker

Hou Hsiao-hsien (68) was vorige week even in Amsterdam, om de première bij te wonen van 'The Assassin', het martial arts-epos waarmee hij sinds mei vorig jaar, toen hij in Cannes werd uitgeroepen tot beste regisseur, de wereld rondreist. Tijdens een geanimeerd gesprek na afloop met de Leidse sinologe Anne Sytske Keijser vertelde de Taiwanese regisseur over zijn passie voor het wuxia-genre.

Het gaat om een van de oudste en populairste genres in de Chinese literatuur. Verhalen over legendarische moordenaars, vaak rebellen die het voorzien hebben op corrupte machthebbers. Geschiedenissen die al vanaf de Middeleeuwen in omloop zijn, en die inmiddels talrijke populaire verfilmingen kregen .

Als jongetje keek hij al vechtfilms, aldus Hou. Vooral Japanse kungfu-films. Dagelijks glipte hij samen met een vriendje de bioscoop binnen. Later op de universiteit verdiepte hij zich in de literatuur waar die films op gebaseerd waren. Zo werd de jonge Hou gegrepen door een boek met korte, eeuwenoude verhalen uit de Tang Dynastie. En hij wist: een van die verhalen wilde hij verfilmen.

Met The Assassin, zijn duurste en succesvolste film tot nu toe, is het er dan eindelijk van gekomen. En wie het oeuvre van de Taiwanese regisseur een beetje kent, zal niet verbaasd zijn dat het geen reguliere vechtfilm is geworden. Als exponent van de Taiwanese new wave maakte Hou in de jaren tachtig opvallend persoonlijke en aardse films, waarin hij reflecteerde op zijn eigen jeugd, of zich uiteenzette met de geschiedenis van Taiwan.

'A Time To Live and a Time to Die' (1985), dat samen met een aantal andere vroege films van de regisseur momenteel te zien is in het Amsterdamse Eye Filminstituut, was een gevoelige familiekroniek waarin Hou min of meer zijn eigen coming of age-verhaal vertelde. De geschiedenis van een jongetje dat na de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders van China naar Taiwan verhuist, waar vader en moeder zich moeten aanpassen aan nieuwe leefomstandigheden.

Hou verhaalt over de armoede op het platteland in de jaren vijftig, en de groeiende generatiekloof. Later, in de jaren zestig, gaat het over de snelle industrialisatie naar westers model, en de gevolgen daarvan.

Met het historische drama 'A City of Sadness' (1989) ¿ zoals al zijn films opgebouwd uit oogstrelende shots ¿ won Hou als eerste Taiwanese regisseur de Gouden Leeuw in Venetië, en werd hij bekend bij een groter publiek. Ook op het Filmfestival van Rotterdam werd Hou een graag geziene gast. Memorabel is het karaoke-optreden dat de regisseur ooit ten beste gaf. Het was de tijd van Hou's 'Millennium Mambo'. De ingetogen Aziatische regisseur bleek een goeie gangmaker.

Ook tijdens het gesprek in Amsterdam, na vertoning van The Assassin, heeft Hou herhaaldelijk de lachers op zijn hand. Bijvoorbeeld als hij doodgemoedereerd vertelt waarom het beeld halverwege de film opeens verbreedt. "De prinses speelt op een lang snaarinstrument, en omdat ik het hele instrument wilde laten zien, moest ik het beeld wel verbreden", aldus Hou.

De regisseur die bekendstaat als een van de grootste estheten in de Aziatische cinema staat open voor improvisatie, 'want zo kan het leven mijn films binnen komen'. Wat voor films dat in de toekomst zijn? "Hopelijk vechtkunstfilms. Ik heb er mijn hele leven van gedroomd. Nu mag ik ze eindelijk maken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden