Ingetogen en met zeggingskracht.

Een paar dingen stonden vast voor architect Mels Crouwel, toen bekend werd dat hij de nieuwbouw mocht ontwerpen voor de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. De beroemde simpele glazen doos van Rietveld mocht op geen enkele manier ’weggedrukt’ worden. Dus moest hij een nog ingetogener gebouw moest ontwerpen dan Rietveld in de jaren vijftig deed. Maar een sullig gebouw zonder enige zeggingskracht mocht het ook niet worden. ,,Ik wist meteen dat ik iets moest maken dat het oude gebouw zou versterken, maar dat kan alleen als het ook zelf kracht heeft.”

In architectuurkringen vonden sommigen dat het absoluut niet kon, zomaar een gebouw neerzetten voor de magische Rietveld Academie. Maar Gerrit Rietveld (1888-1964) had daar zelf waarschijnlijk niet moeilijk over gedaan. Hij hield tijdens het ontwerpen van zijn glazen doos al rekening met uitbreiding. „Het terrein lijkt gunstig voor uitbreiding in zuidelijke richting. Het zal voor een groot deel van de activiteit der studerenden afhangen of vergroting binnen afzienbare tijd nodig zal zijn”, schreef hij in 1955.

Sinds een half jaar is de door het architectenbureau Benthem Crouwel ontworpen nieuwbouw van de Rietveld Academie, waar ook het Sandberg Instituut (de voortgezette opleidingen) is ondergebracht, in gebruik. Met de officiële opening is gewacht tot het einde van het schoolseizoen, als ook het oude gebouw gerestaureerd zou zijn.

Crouwel heeft kritiek over zich heen gekregen, met name van studenten beeldende kunst die niet tevreden zijn over hun atelierruimtes in de nieuwbouw. Ze zijn te laag en ook vormen de tl-buizen en luchtkokers een belemmering voor de schilderezels. Studenten voelen zich daardoor beknot in hun expressiemogelijkheden. Liever had Crouwel ook een royalere hoogte aangehouden, maar dat was niet mogelijk omdat er zeven etages in plaats van zes moesten komen. En aan de hoogte van het gebouw viel niet te tornen.

Andere klachten gaan over het ontbreken van ramen in de zuidgevel. Een gesloten zuidgevel komt zelden voor, erkent de architect, maar biedt wel de mogelijkheid om daar alle audiovisuele ruimtes onder te brengen. Dat daar nu ook kantoren zijn gevestigd en zelfs een schildersatelier is ingericht door een student, bevreemdt Crouwel. ,,Maar daar kiezen de gebruikers zelf voor. Ze kunnen ook aan de noordkant gaan zitten, daar hebben ze zelfs een mooi uitzicht op het oude gebouw, of in de oudbouw blijven.”

Tijdens een rondleiding door de nieuwbouw legt Crouwel uit waarom hij vastgehouden heeft aan een gesloten zuidgevel. ,,Ik wilde een gevel aan de straatkant die niet de aandacht zou afleiden van het erachter gelegen Rietveld-gebouw. Wel van glas, maar niet de zoveelste spiegelende glasgevel. En het moest contrasteren met het gladde en transparante van het oude gebouw zonder al te nadrukkelijk de aandacht op te eisen. Ingetogen, maar wel met zeggingskracht.”

Crouwel bedacht een gevel die is opgebouwd uit kleine vierkante ingedeukte paneeltjes van geribbeld glas die vastgeklikt worden op profielen. Van een afstand lijkt de gevel daardoor opgebouwd uit ijsklontjes. Een Tsjechische producent van bierpullen en asbakken, leverde de glaselementen-met-sinaasappelhuidje. Ook de zijgevels zijn ermee bekleed. Als ’s avonds de lichten aangaan in het gebouw, zijn buiten de contouren van de etages te onderscheiden. Maar van binnen kun je niet door het ribbeltjesglas heen kijken.

De achterwand, met uitzicht op de oudbouw, is daarentegen volledig doorzichtig. Het interieur is met grijs en wit zo neutraal mogelijk gehouden, met uitzondering van de trappenhuizen die in de Rietveld-kleuren rood, blauw en geel zijn geschilderd. Een glazen container met (het onder kunstenaars zo gewilde) noorderlicht, noemt Crouwel zijn schepping, waar studenten net als in de oudbouw naar hartelust kunnen rommelen en slepen met scheidingswanden.

Als je van de nieuwbouw naar het oude gebouw loopt, ontdek je ineens waarom Crouwel de noordgevel transparant heeft gemaakt. Niet alleen vanwege het fameuze noorderlicht, maar ook omdat de schepping van Rietveld er prachtig in weerspiegeld wordt, zonder hinderlijke schitteringen. ,,Dat permanente uitzicht op ons eigen gebouw krijgen we nu zomaar cadeau”, zegt Erik Slothouber, oud-student en -docent van de Academie. Hij werkt als interieurarchitect, maar werd gevraagd voor de restauratie, vanwege zijn een grote kennis van het gebouw. Al jaren geleden was duidelijk dat het grootste gebouw dat Rietveld ooit ontworpen heeft, tevens één van zijn best bewaarde ontwerpen, dringend opgeknapt moest worden. ,,Klimatologisch was het een rampzalig gebouw. Als het buiten 30 graden was, was het binnen 42 graden en 's winters was het er ijskoud”, vertelt Slothouber. Verder waren er lekkages, sloten ramen en deuren niet goed en roestten de stalen profielen weg.

Rietveld werkte tussen 1950 en 1963 aan het ontwerp. In 1966 was het klaar, maar twee jaar daarvoor was Rietveld overleden. Daardoor zijn er ook dingen toegevoegd aan het gebouw, die Rietveld waarschijnlijk niet had gewild. De belangrijkste zichtbare verandering na de restauratie is dat de gevelventilatoren, waar het gebouw de naam 'knopendoos' aan ontleende, zijn verdwenen. Verder is het gebouw zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Daarbij zijn ook de authentieke materialen gebruikt, voorzover dat nog mogelijk was vertelt Slothouber.

De restauratie heeft 5 miljoen euro gekost, net zoveel als de nieuwbouw. Een kostbare operatie was het vernieuwen van de 5000 m² glas in de gevels. Daarvoor is hetzelfde 'getrokken' glas gebruikt als in de jaren zestig, omdat dat zorgt voor de onregelmatige spiegeling die karakteristiek is voor het gebouw. In Nederland wordt dat verouderde glas niet meer geproduceerd, maar een Roemeense fabrikant kon dit bobbelige glas nog wel leveren.

Ook het interieur is gerestaureerd. Belangrijkste element daarin vormen de door Rietveld ontwikkelde flexibele scheidingswanden. Ze bestaan uit de elementen wand, deur, vitrine en kast. Het bovenste deel is van glas, waardoor een transparant interieur ontstond. Rietveld schreef hierover: ,,De interieurs zullen neutraal moeten zijn, maar in alle eenvoud aan de wetten der binnenhuiskunst van eigen tijd moeten voldoen.”

Slothouber: ,,Rietveld was zich er heel goed van bewust dat hij niet voor de eeuwigheid ontwierp, maar voor zijn eigen tijd. Wij zijn vaak roomser dan de paus als het om zijn nalatenschap gaat. Als je alleen al ziet hoeveel commentaar Crouwel heeft gekregen op zijn gebouw, dat toch een prachtig antwoord is op de glazen doos van Rietveld. Ik denk dat Rietveld het allemaal best had gevonden. Uit wat hij heeft geschreven, blijkt dat hij zelf helemaal niet zo behoudend was. Als hij nu had geleefd, had hij waarschijnlijk over dit gebouw gezegd: Breek het maar af, want het is niet meer van deze tijd. Ik ga iets nieuws bouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden