Informatief en tóch spannend

Volwassenen verslinden non-fictie, maar is het genre ook geschikt voor jeugdige lezers? Steeds meer schrijvers denken van wel en wagen zich aan het ’waar gebeurde’ kinderboek.

Non-fictieboeken zijn onder volwassenen al jaren mateloos populair en worden volkomen serieus genomen als literair genre. Denk alleen al aan de bestsellers van Geert Mak, Joris Luyendijk en de laatste winnaar van de Ako Literatuurprijs: ’Congo’ van David Van Reybrouck.

Non-fictie voor kinderen bleef daarentegen tot voor kort synoniem aan handige spreekbeurtboeken. Op de plank met non-fictie vond je vooral boeken met veel foto’s en weinig tekst, om in te grasduinen bij het maken van een werkstuk. Niet echt lectuur om met een zaklamp onder de dekens te lezen.

Daar lijkt nu langzaam verandering in te komen. Misschien zijn jeugdauteurs op het spoor gezet door hun collega’s die voor volwassenen schrijven? Of heeft boekenlobbyclub CPNB met twee Kinderboekenweken het genre een zet gegeven? Hoe het ook zij: de verhalende non-fictie voor de jeugd is bezig aan een opmars. Er verschijnen steeds meer informatieve boeken, die ook in literair opzicht interessant zijn en die je voor je plezier leest.

’Bibi’s bijzondere beestenboek’ (Querido, 8+) van Bibi Dumon Tak bijvoorbeeld, is één van de boeken die de afgelopen jaren in het oog sprong door de originele invalshoek en de uitgesproken literaire toon. Het is een verzameling sprankelende portretjes van dieren met opzienbarende eigenschappen. Van de Jezus Christushagedis, die over water kan lopen, tot de prieelvogel, die zijn huisje met spulletjes van dezelfde kleur inricht. Dumon Tak roept de dieren in beeldende zinnen tot leven en nadert soms de grenzen van de fictie: de huilende prairiewolven zijn ’een verspreid nachtkoor van zingende honden, met de maan als dirigent’ en de beekjuffer lijkt ’op de nieuwste Alfa Romeo met zijn glanzende metallic lijf en zijn vleugeltjes van glas’. Dumon Tak won er in 2007 een Zilveren Griffel mee.

De literaire verpakking was ook voor de jury van de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs dit jaar een belangrijke reden om het non-fictieboek ’Wild verliefd’ (The House of Books, 9+) van Ditte Merle te bekronen. De jury roemt de verrassende onderwerpskeuze, Merle’s humor en haar taalgevoel. Het boek gaat over liefde en seks bij dieren. Merle schrijft over de ’eierfabriekjes’ in de buik van vrouwtjesdieren, over slangen met twee piemels (met weerhaakjes), homoseksuele pinguïns, over bonobo’s die ’vrijen voor vrede’, pantoffelslakken die aan ’stapelseks’ doen en over eenden (’wilde wippers’) die elkaar op een ’eendenparty’ tegenkomen. ’Ja, van alle woerden danste hij het beste. De knik-kop-tango, de kwispelstaart-salsa, allemaal heel sexy’.

Ook Jan Paul Schutten goot de informatie die hij met zijn lezers wilde delen in een literaire vorm. In ’Kinderen van Amsterdam’ (Gottmer, 9+) vertelt hij aan de hand van de levensverhalen van kinderen die echt hebben bestaan, de geschiedenis van onze hoofdstad. De historische informatie is ingebed in persoonlijke verhalen vol emotie. In 2008 werd ’Kinderen van Amsterdam’ als eerste non-fictieboek ooit bekroond met de Gouden Griffel. In dat jaar verscheen ook het vervolg ’Kinderen van Nederland’ (Gottmer, 9+).

Naast de meer literaire toon wint ook de journalistieke werkwijze terrein in de non-fictie voor kinderen. Het is best opmerkelijk dat deze aanpak pas de laatste jaren in de kinderboekenwereld doordringt, terwijl het op televisie een beproefd concept is. Denk aan programma’s als ’Het Klokhuis’, ’Willem Wever’ en de kinderversie van ’De Keuringsdienst van Waarde’.

Het is natuurlijk niet zo dat non-fictieschrijvers in het verleden geen research deden en de deur niet uitkwamen. Maar van dat onderzoek was simpelweg weinig terug te lezen in de boeken zelf. Het lijkt erop dat een aantal auteurs nu heeft ontdekt dat ook het onderzoek de moeite van het beschrijven waard is. Steeds meer schrijvers kiezen voor een reportageachtige stijl of verwerken interviews in hun boeken.

Vernieuwers op dit vlak zijn opnieuw Dumon Tak en Schutten, die allebei een journalistiek getint Kinderboekenweekgeschenk schreven. Dumon Tak in 2006, ’Laika tussen de sterren’ (CPNB, 8+, antiquarisch verkrijgbaar), een boek met reportages over dieren die mensen helpen. Ze neemt de lezers bijvoorbeeld mee naar de politiehondenschool en een proefdierlaboratorium en laat deskundigen aan het woord.

Schutten schreef vorig jaar ’De wraak van het spruitje’ (CPNB, 8+, antiquarisch verkrijgbaar). Daarin zoekt hij antwoord op de vragen waarom kinderen spruitjes niet lekker vinden en of het mogelijk is de gehate groente populair te maken. Hij bezoekt ’lekker-experts’ van onder meer Mars, McDonald’s en Coca-Cola, reclamemakers en een tv-kok en sluit af met een recept voor een McSpruitje, een spruitjesburger die elk kind zou moeten smaken. Onderzoeksjournalistiek op kinderniveau om je vingers bij af te likken dus.

Natalie Righton, in het dagelijks leven ook journaliste, reisde voor haar boek ’Help, mijn iglo smelt!’ (Lemniscaat, 9+) zelfs de hele wereld over. Ze interviewde vier kinderen uit gebieden waar de klimaatverandering nu al gevolgen heeft voor het dagelijks leven. Halima uit Ethiopië vertelt bijvoorbeeld dat ze vroeger maar een half uurtje hoefde te lopen om haar geiten te laten drinken. Maar door de opwarming van de aarde drogen steeds meer bronnen op. Halima moet nu vijf uur lopen voor ze water tegenkomt. Ook Jemery van de Noordpool, Toei van een eiland in de Stille Zuidzee en Tepkatsie uit Brazilië vertellen over hun leefwijze en de veranderingen in hun omgeving. De foto’s van Ton Koene verhogen de realiteitswaarde van de verhalen.

Ceciel de Bie bleef dichter bij huis. Voor haar boek ’Inkt’ (Ploegsma, 9+) ging ze langs bij zeven totaal uiteenlopende tekenaars om hen de geheimen van hun vak te ontfutselen. In toegankelijke vraag-antwoordinterviews vertelt Barbara Stok bijvoorbeeld over striptekenen, Wouter Tulp over het maken van karikaturen en Bas Blankevoort over het tekenen van insecten en details van de menselijke anatomie. De Bie vult de interviews aan met boeiende informatie over materialen en technieken en concrete tekenopdrachten voor de lezer.

Ook Edward van de Vendel, die normaal gesproken fictie schrijft, ging op reportage voor zijn boek ’Ajax wint altijd’. Een jaar lang bezocht hij trainingen en wedstrijden van de club, sprak met spelers, mensen die de fanmail afhandelen en de directeur van het Ajaxmuseum. Gregory van der Wiel en Siem de Jong komen het meest aan het woord, als een soort ’gastheren’ van dit boek. De Griffeljury, die het boek dit jaar bekroonde met een Vlag & Wimpel, noemde het ’belevings-nonfictie’.

De journalistieke aanpak en de frisse, literaire verpakking hebben de non-fictie voor kinderen duidelijk een nieuwe impuls gegeven. De belangstelling voor het genre is in het boekenvak bovendien opvallend gegroeid, te merken aan de prijzen en Kinderboekenweekgeschenken. Uitgevers zijn niet scheutig in het verstrekken van verkoopcijfers, dus of jonge lezers de informatieve boeken al hebben ontdekt, blijft de vraag. Zo niet, dan wordt dat hoog tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden